Oersoep, magische aarde en opperwezens

Non-fictie Waar is alles mee begonnen? Mineke Schipper verzamelde 1.500 oorsprongsverhalen...

In het begin was er geen aarde en geen hemel, er waren geen goden, mensen of dieren, geen lucht, geen zon, maan of sterren. Wat er dan wel was, weten we niet. In een Vedische tekst die in het Sanskriet is geschreven, wordt het raadsel nog een tikkeltje aangedikt. Daar heet het dat er nog iets vóór het begin moet zijn geweest, een ‘geen niet-bestaan en geen bestaan’. Maar wat?

‘Op die even duizelingwekkende als paradoxale vraag’, schrijft emeritus-hoogleraar interculturele literatuurwetenschap Mineke Schipper in haar boek In het begin was er niemand, ‘weet niemand het antwoord, maar de vraag blijft gelovigen en ongelovigen bezighouden’. De kern van Schippers boek is welke antwoorden mensen hebben gevonden op de vraag hoe het allemaal begonnen is, en hoe we hier met z’n allen terecht zijn gekomen.

Zo brengt ze ons bij de 1.500 scheppings- en oorsprongsverhalen die ze uit de hele wereld heeft verzameld, geanalyseerd en samengevat in haar boek heeft opgenomen. Het zijn sterk uiteenlopende verhalen, maar er zijn ook verhalen die veel met elkaar gemeen hebben, vaak zonder dat er tussen de culturen waaruit ze zijn voortgekomen, contact is geweest.

In lang niet alle mythen is de aarde geschapen. Soms is hij er gewoon. Schipper spreekt dan van oorsprongs - of beginverhalen. Het kan magische aarde zijn die ons leven op gang heeft gebracht, zonder dat er een schepper aan te pas is gekomen. Daarop zinspeelt bijvoorbeeld een mythe van de Noord-Amerikaanse Hopi-indianen, waarin het begin van het bestaan in een mooie formulering is gevangen: het oneindige werd zwanger en schiep het eindige.

In scheppingsverhalen worden vaak goden ten tonele gevoerd die het grote werk doen, dikwijls een buitengewoon menselijk wezen, groot en almachtig, zoals God zelf, die man met die lange witte baard. Ze krijgen een menselijke gedaante, en zo wordt het onbekende in termen van het bekende beschreven en krijgt het een naam. In veel scheppingsverhalen begint de aarde met chaos, leegte, modder, water en oersoep. Zoals in Genesis 1:2, waar de contouren van de schepper zich al beginnen af te tekenen: ‘De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar de adem van God zweefde over het water.’

In de perceptie van de Noord-Amerikaanse Chuhwuht-indianen duikt er vervolgens een man op die door de duisternis zwerft. Hij trekt een lange wandelstok uit zijn hart, waarop hij kleine mieren plaatst die hij uit zijn lichaam tevoorschijn heeft gehaald. Met de gom van de stok maken zij een balletje, dat de man onder zijn voet heen en weer rolt, terwijl hij zingt: ‘Zo maak ik de wereld. Kijk, hier komt zij. De wereld is klaar.’

Bij de Congolese Kumba is het opperwezen een fabelachtig grote, sterke, witte menselijke figuur die Bumba wordt genoemd. Het Chinese oerwezen Pan Ku is een oerreus in menselijke gedaante.

Het moet een heidense klus zijn geweest om context te geven aan de 1.500 verhalen die Schipper heeft verzameld in een wereldwijd adressenbestand: van haar vroegere buurvrouw in het Congolese Lubumbashi tot haar Afrikaanse studenten, haar vrienden in Nigeria, Kenia, Burkina Fasso en Tanzania, haar wetenschappelijke contacten in Londen en Beijing, Leidse bibliotheken en andere bronnen in Nederland en ver daarbuiten.

Haar boek is in twee boeken onderverdeeld. Boek één gaat over de eerste mensen, boek twee over mannen en vrouwen. In het eerste boek lezen we hoe mensen uit de hemel worden gegooid, uit een ei kruipen, door mannelijke voortplanters worden verwekt, of de uitkomst zijn van een paring tussen goden of tussen een godin en een slang. Er is ook een god die masturberend twee kinderen baart met de hand die wordt gestuurd door een godin.

In een scheppingsverhaal van de Navajo-indianen worden de voeten, teennagels en enkels van de mens van aarde gemaakt, de benen van bliksem, de knieën van witte schelpen, de rest van het lichaam van witte en gele maïs, de aderen van gestreepte en blauwe maïs, het hart van grauw vulkanisch glas, en de rest van wat er overigens voorhanden lijkt te zijn. Dit menselijk schepsel heet Anlthtahn-nah-olyah: Uit-Alles-Geschapen.

Het vervaardigen van mensen, schrijft Schipper, is de hoogste en ingewikkeldste vorm van scheppen. In sommige mythen leven de mensen al als ze worden geschapen, anderen worden levend gemaakt en voorzien van een ziel, in China en Egypte van twee zielen, in de Joodse cultuur zelfs van drie.

Hoe God en Allah de mens boetseren is kinderspel vergeleken bij hoe de godin Woyengi dat doet, in een Nigeriaans apocrief verhaal: zij zet haar voeten op de scheppingssteen, begint dan de eerste menselijke wezens te modelleren uit aarde, omarmt hen één voor één, blaast adem bij hen naar binnen en vraagt hun als ze tot leven zijn gekomen, wat ze willen zijn: man of vrouw. Dan spreken ze hun voorkeur uit, en Woyengi zegt: ‘Zo zij het.’

In sommige verhalen wordt een man een vrouw om met een andere man te kunnen paren. In andere verhalen wordt een mens in tweeën gespleten om de man en de vrouw te creëren.

Bij haar analyse van de verhalen viel het Schipper op, zei ze eind vorig jaar al in een interview met de Volkskrant, dat er een voortdurende rivaliteit gaande is tussen man en vrouw, tussen scheppende goden en godinnen. Meestal wint de man. De eerste mens is meestal een man. De vrouw wordt soms gemaakt uit wat er nog aan boetseermateriaal over is. Daarna wordt ze in een ondergeschikte positie geschoven ten opzichte van de man. De baarmoeder is niet meer dan een vehikel voor de macht van de man. ‘In verschillende verhalen’, zo formuleert Schipper het, ‘dient de vrouw alleen als tijdelijke draagtas voor het levensschenkende product van de man.’

De mythische wereld van het begin en hoe het verder ging is een krankzinnige wereld, een literaire weergave van de wereld van Jeroen Bosch. Maar uitermate fascinerend. Schipper heeft er een prachtboek over geschreven – diepgaand, scherpzinnig, met een aangename distantie en zorgvuldig tot in de kleinste details. Aan het eind heeft ze er ook nog een mooie boodschap bij gedaan ter morele overdenking: ‘Om te weten waar we heen willen, is het goed te beseffen waar we vandaan gekomen zijn. De echo’s van oude verhalen klinken door in hedendaagse verhoudingen in een wereld waar miljarden gelovigen en ongelovigen meer dan ooit met elkaar te maken hebben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden