Oerol opent met een iglo en een zwerftocht over de toendra; Ingesmeerd met factor 4 op weg naar Noordpool

Midden op het uitgestrekte, nog verlaten strand van Midsland aan Zee staat een witte piano. Je ziet hem meteen als je het strand oploopt....

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

TERSCHELLING

Een idee van zijn baas, de eigenaar van het strandpaviljoen iets verderop, zegt Peer ('zo noemt iedereen mij hier') even later, terwijl hij een gat graaft voor de witte barkruk die er nog bij moet. Hij wijst op de kunstwerken iets verderop, gemaakt van wrakhout en aangespoelde flessen: 'Echte kunstenaars zoeken het vaak te ver. Wij dragen op een simpele, spontane manier onze kunst bij aan Oerol.' Klep dicht na spelen, schrijft hij met rode viltstift op de piano.

Het is weer Oerol op Terschelling: het festival van kunst met een grote en een kleine k, van serieus theater en kolder. Sinds vrijdagavond is niets meer wat het is op het eiland. Strandvlakten heten toendra, een paspartout is een kompaspartout, en bezoekers gaan niet gewoon een eindje fietsen of lopen, maar ondernemen een expeditie.

Zie je iemand met een kompas en een antiek aandoende kaart, met daarop namen als 'De Plaat van het Ongewisse', dan moet dat een Oerolganger zijn, op zoek naar bijvoorbeeld De schuur van Piet van Iemke (1' 10' ZB - 0' 40' WL). En denk maar niet dat de organisatie je een adres geeft: je zoekt het maar uit. Het thema is dit jaar niet voor niets 'Het magnetisme van de Noordpool'. Terwijl je vergeefs blijft smeren met factor 4, gaat het festival over ontdekkingsreizen, ijs en water.

Sterk Water van Telder, de indrukwekkendste voorstelling van dit weekeinde, speelt zich in zekere zin zelfs geheel onder water af. Op het strand van Midsland staat een iglo die gemaakt is van tienduizend zakjes water. Als je erin zit, op je kussentje gevuld met water, heb je het gevoel ondergedompeld te worden. Op een verhoogd, rond podium, dat is omgeven door een gootje, dansen twee vrouwen op klassieke muziek.

Eerst ingetogen, wanneer ze innig verstrengeld aan een touw hangen en alleen af en toe hun voet uitsteken (ai, een druppel), later uitbundiger: soms lyrisch, soms uitdagend, zelfs dreigend. Dan slingeren ze elkaar rond, spuiten ze water in elkaars gezicht. In deze omgeving kun je niet anders dan hun bewegingen met water associëren: met storm op zee en overstromingen. Aan het einde liggen ze uitgeteld naast elkaar en stroomt het gootje langzaam over, terwijl het op het strand donker is geworden en lampen van buitenaf naar binnen schijnen.

Vrijdagmiddag waren de boten al vol. Het Oerolfestival trekt steeds meer publiek, met gevolg dat er de hele dag lange rijen voor de kassa's staan en veel voorstellingen al snel zijn uitverkocht. Vooral de schuurtjes kunnen maar een beperkt publiek herbergen, wat tegelijkertijd de charme ervan is.

In een stoffige boerenschuur draait Anton Groothuis de stomme film Where the north begins (1923) met de legendarische hond Rin Tin Tin, en vertelt er het verhaal bij. En dan blijkt het mogelijk om je midden op een zonnige dag te verplaatsen in een winterverhaal over een mensenredders-hond die bij de wolven opgroeide. Niet in het minst omdat Groothuis een oud verhaal een eigentijdse taal geeft (bij een huilscène: 'shit, die vrouwenemoties ook').

Oerolbaas Joop Mulder hoopt het schuurtjestheater in de toekomst uit te breiden, evenals de co-produkties van het festival met bestaande groepen, zoals dit jaar met choreograaf Shusaku Takeuchi. I-Den van Takeuchi, de openingsvoorstelling van het festival op vrijdagavond, heeft de vorm van een 'zwerftocht' over de toendra (de uitgestrekte zandvlakte van de Spathoek bij West-Terschelling). Het publiek trekt 's avonds in een lange slinger over het strand, langs bizarre taferelen die een steeds grimmiger karakter krijgen.

Het begint lyrisch, met twee als vogels klapwiekende danseressen op strandpalen, maar naarmate we verder komen wordt duidelijk dat er althans voor deze wereld geen hoop meer is: een keurig stel, waarvan de vrouw steeds haar tanden poetst, is gedoemd in het zand te verdwijnen, een motorduivel gaat vuurspuwend voorbij, danseressen bewegen wanhopig in een kuil. Loodzwaar, en toch maakt het niet veel indruk: misschien omdat de uitvoering nog rommelig verliep, misschien ook omdat het moeilijk is de spanning vijf kilometer lang vast te houden.

Gelukkig is er ook veel kolder en kunst met een kleine k. Straatartiesten die een tot de nok gevulde festivaltent tot na middernacht in hun greep houden, vier 'Doetjes' met strakke scheidingen en zware brillen die hun straatangst met melige optredens proberen te overwinnen, een 'droomboot' in de duinen waaruit weemoedige muziek klinkt.

'Het festival zal groeien', zegt Joop Mulder, 'maar mag nooit haar kleinschaligheid verliezen. Als zoiets als met die piano op het strand bij Midsland niet meer gebeurt, moeten we stoppen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden