Oerknal van '88

In het boek Mary Go Wild wordt 25 jaar dancemuziek in kaart gebracht. Co-auteur Gert van Veen was er vanaf het begin bij. De 'housepaus' zag in 1988 wat collega- journalisten nog niet zagen: het ontstaan van een nieuw muziekuniversum.

Vrijdagochtend 2 september 1988. Met een groep popjournalisten stappen we op het vliegtuig naar Londen, waar we later die dag een concert in het Wembley Stadium zullen bijwonen. Bij binnenkomst delen stewardessen de ochtendkranten uit, De Telegraaf en de Volkskrant. Altijd spannend om de nieuwe krant open te slaan. Zeker vandaag, want de opening van het kunstkatern is een paginagroot verhaal van mijn hand over de nieuwe revolutie in muziekland, (acid) house: ACID!

Het artikel beschrijft de manier waarop de nieuwe elektronische muziek vanuit de Amerikaanse underground in steden als Chicago is overgewaaid naar Londen, dat zojuist 'the summer of love' heeft gevierd. House begint nu ook voorzichtig voet aan de grond te krijgen in Amsterdam, vooral dankzij het pionierswerk van de van oorsprong Belgische dj Eddy de Clercq, die elke vrijdag in de RoXY draait.

In de vier weken na mijn eerste houseparty - Disco Hippies On Acid, begin augustus in The Bank in Amsterdam - ben ik elke week op expeditie geweest. Mijn vriend Corné Bos van platenmaatschappij Megadisc had me op de nieuwe muziek attent gemaakt en stelde voor ook eens te gaan kijken op zo'n feest. Zo gingen we, met collega Peter van Brummelen van Het Parool, op een zondag naar de Belgische club Boccaccio in de buurt van Gent. Een onvergetelijke nacht, omdat ik compleet werd opgeslokt door de sfeer in de dampende club en de zware elektronische beats die uit het geluidssysteem denderden.

In de weken daarna gaan we elke vrijdag naar de RoXY, waar we getuige zijn van een ware muzikale revolutie. De zinderende energie van het publiek op de dansvloer, de dwingende housegroove, de extatische pieken en dalen van De Clercqs soundscapes. Ik snap het helemaal en ik voel het ook. Niet alleen in mijn middenrif, waar de beat snoeihard doorheen dendert, maar ook in mijn hart. House treft je heel direct, het doet geen beroep op het intellect, maar raakt je in je lijf. De house-ervaring voelt als iets primitiefs: Afrika, de oertijd, trance-dance. Jezelf losschudden, jezelf bevrijden van alle huis-tuin-en-keukengedachten en helemaal 'los' gaan. Shake, rattle & roll.

Iedereen die deze kick heeft gevoeld, is om. Je begrijpt het of je begrijpt het niet. Wie aan de kant blijft toekijken, niet opgaat in de kolkende massa op de dansvloer, snapt er niets van. Zoals de meesten van mijn collega-journalisten, die hun oordeel al klaar hebben en stellen dat de nieuwe dansmuziek 'inhoudsloos' is, een kortstondige trend die hopelijk zo snel mogelijk weer voorbij is. 'Dansen op de vulkaan', 'de terreur van het niets' zijn in die weken enkele van de calvinistische veroordelingen in de media.

En vandaag, in het vliegtuig naar Londen, houden de reacties van mijn collega's ook niet over. Jip Golsteijn van De Telegraaf wordt zelfs kwaad en blaft me bestraffend toe: 'Hoezo revolutie? Waar jij over schrijft stelt niets voor, het speelt zich af op een postzegel!'

Oké, hij heeft een punt. De RoXY is op dat moment niet veel meer dan een postzegel, een club waar slechts 750 man in passen. Maar mijn intuïtie zegt dat de Clercq op vrijdagnacht een eerste glimp laat zien van de toekomst. Dit is nog maar het begin.

Dat wordt in de maanden daarna steeds duidelijker. House explodeert in Amsterdam en de energie van de nieuwe scene geeft me het gevoel dat ik getuige ben van een kantelpunt, het begin van een nieuw tijdperk.

Voor mij persoonlijk geldt dat ook. Na vanaf mijn 16de in rockbandjes te hebben gespeeld, zoals in de jaren tachtig met muzikanten die later terechtkomen bij Urban Dance Squad en Spinvis, loop ik, muzikaal gezien, al een aantal jaar met mijn ziel onder mijn arm. Maar nu weet ik opeens wat ik wil. De abstracte elektronische beats zijn het ideale raamwerk voor mijn eigen muziek. Zo maak ik met Eddy de Clercq en Corné Bos in de lente van 1989 de eerste Amsterdamse houseplaat: Pay the Piper, onder de naam A-men. Het is het begin van een nieuwe muzikale carrière en latere projecten als Quazar.

En ik ben niet de enige voor wie de house-explosie een levensveranderend moment is. De geweldige golf energie van die oerknal creëert een nieuw muzikaal universum, dat in de daarop volgende 25 jaar alleen maar verder uitdijt, duizenden dj's en producers oplevert en een bloeiende muziekindustrie doet laten ontstaan.

Het is een geweldige kick daar als een van de eersten verslag van te kunnen doen en te beschrijven hoe deze jonge scene alle kenmerken heeft van eerdere revoluties in de popwereld - het begin van de rock 'n' roll of de beatexplosie van de jaren zestig. Het patroon is altijd hetzelfde: de oudere generatie/gevestigde muzikale orde moet er niets van weten en wimpelt de bedreigende nieuwe lichting af met de dooddoener: dat is geen muziek meer. Terwijl de nieuwe generatie zich juist verbonden voelt door het idee: wij tegen de rest van de wereld.

En het is helemaal een kick over die spannende nieuwe wereld te kunnen berichten in de Volkskrant. Eerlijk is eerlijk: niemand op de toenmalige, vooral aan de hogere kunsten gewijde kunstredactie heeft veel verstand van popmuziek. Maar iedereen, van chef muziek Roland de Beer tot de eindredactie van het kunstkatern, wordt meegesleept door mijn enthousiasme en ik krijg alle ruimte om de house-revolutie in een reeks grote stukken in beeld te brengen.

Pas een kleine tien jaar later, op het moment dat andere grote kranten maar blijven zwijgen over de dancescene en die eigenlijk compleet negeren, begint onder het regime van een nieuwe chef-kunst het idee te leven dat dance - als het al ooit wat had voorgesteld - nu in ieder geval weer voorbij is en dat ik in mijn eentje een zieltogend genre aan het propageren ben.

Betitelingen als 'housepaus' (Het Parool) of 'housegoeroe Gert van Veen' (NRC) slaan daarom de plank mis, omdat mijn rol daarmee zwaar wordt overschat. In feite ben ik niet meer dan de messenger: de berichtgever die verslag doet, slechts een klein radertje in een immense organische machine, die alleen maar groter groeit.

In 1997 stonden we eigenlijk nog maar aan het begin. House bleek niet een korte trend van een paar jaar, een hoofdstuk in de geschiedenis van de pop. Nee, de house-explosie in het najaar van 1988 was het begin van een compleet nieuw boek, een geschie-denis vol interne revoluties, waarbij steeds nieuwe stijlen en richtingen ontstonden. De muziek bleef zich vernieuwen en won daarmee nieuwe generaties voor zich.

Het zegt genoeg dat er nu een lijvig boekwerk van zeshonderd pagina's nodig is om 25 jaar dance in Nederland in kaart te brengen. Mary Go Wild doet recht aan de geschiedenis en presenteert niet alleen de grote lijnen, maar laat vooral ook zien dat de grote internationale sterren van nu op de schouders staan van een leger aan creatieve geesten. Ieder van hen heeft met dezelfde passie en tomeloze energie een essentiële bijdrage geleverd aan het doen opbloeien van de internationale dancewereld zoals we die nu kennen.

Gert van Veen (58) is sinds 2008 creatief directeur van Studio 80, een Amsterdamse stichting die zich bezighoudt met de ontwikkeling en begeleiding van talent in de dancemuziek. Hij organiseert sinds 1993 zijn eigen clubavond Welcome To The Future in Paradiso, dat uitgroeide tot een festival. Met zijn band Quazar staat hij vanavond op het podium bij het Amsterdam Dance Event in de Melkweg.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden