Oer-Hollandse in venijnig Iran

SUZANNE is filmmaakster. Haar Iraanse vriendje Ali zit op dezelfde opleiding als ze verliefd worden. Dolverliefd, wil dat zeggen. Ze 'zouden voor altijd samen zijn'....

Carolien Omidi is getrouwd met een Iraniër en weet dus hoe ingewikkeld het is om verliefd te zijn op een man uit een ander land. Om een, zoals het nu modern heet, 'multiculturele relatie' te hebben. Eerder schreef zij voor de Volkskrant de reeks columns 'Allochtoon in Iran', en onlangs verscheen Het vuur van Perzië. Het is bedoeld als roman, dit boek, maar de mooiste gedeelten zijn toch de beschrijvingen van Iran.

Als de oer-Hollandse Suzanne Teheran voor zich ziet opdoemen, typeert ze de stad als 'een verlopen, venijnige, asymmetrische zenuwpees', die 'loenst en trekt met al de spieren die ze heeft. Een verlopen kettingrookster, zonder rust in haar kont, die trots de schoonheid van haar enkels toont, maar haar pokdalige gezicht niet kan verbergen'. Helaas zijn dit soort prachtige passages zeldzaam in het boek. Omidi wordt steeds in haar observaties gestoord door het verhaal dat ze óók nog wil vertellen.

De plot daarvan is jammer genoeg niet sterk. Ali schrijft zijn geliefde een briefje waarin hij vertelt dat zijn vader ernstig ziek is en dat hij naar Iran gaat. Waarschijnlijk zal hij nooit meer terugkomen. Suzanne neemt met zo'n botte afwijzing geen genoegen en vertrekt naar Iran. Daar ontdekt ze dat Ali dood is en vervolgens, na allerlei verwikkelingen, dat hij tóch nog leeft en zijn begrafenis in scène heeft gezet. Ze vindt hem uiteindelijk bij een Soefi-meester; hij 'zit midden in een transformatieproces' en is hard bezig 'zichzelf te verbeteren'. Door jaloerse leerlingen van de Soefi-meester loopt het dramatisch af met Ali en Suzanne.

Carolien Omidi wilde een roman schrijven, maar meer eigenlijk nog iets vertellen over Iran en over de godsdiensten van het oude Perzië, waarvoor de dertiende-eeuwse mysticus Roemi wordt opgevoerd. Haar verhaal is voortdurend ondergeschikt aan de informatie over het land en zijn religies. De plot is soms ongeloofwaardig; de sympathieke hoofdpersonen verdienen een zorgvuldiger ontwikkeling.

Maar Omidi vertelt gepassioneerd over chadors en kledingcodes (kousen van twintig denier zijn te dun), en over de gastvrijheid van de Iraniërs, die Suzanne overal met dadels en koekjes overstelpen. Ze weet het land - 'een soort vage mengeling van woestijnen, kamelen, tapijten. . . Khomeini' - tot leven te wekken, in al zijn schoonheid en eigenaardigheden, dampend en geurend naar safraanthee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.