'Oer-calvinistisch, dat is hoe mijn motortje werkt'

‘Joehoe, papa houdt op met werken.’ De 6-jarige dochter van Wouter Bos (46) stond te juichen toen hij thuis de boodschap bracht dat hij de politiek vaarwel ging zeggen....

Bij hem thuis – was het beleefde verzoek van de verslaggeefster. Een interview in zijn eigen vertrouwde omgeving, in Amsterdam-Noord. Eén keertje. Maar nee. Wouter Bos sluit zijn politieke carrière af zoals hij haar begon: geen media in zijn privéleven, laat staan in zijn huis. In al die twaalf jaar zondigde hij niet één keer.

De fotograaf had ook al zo’n beroerd plan, vond hij. ‘Met een geleende baby op de foto. Leuk, als persiflage op het gezin. Daar moet je toch niet aan denken?’

Het intrigeert, dat onzichtbare gezin van de PvdA-leider. Oud-Lagerhuis-redactrice Barbara Bos, dochters Iris (6) en Jula (4), zoon Joppe (1). Zeker nu ze – schijnbaar uit het niets – op 12 maart opeens de reden waren voor zijn vertrek uit de politiek.

Het was de moeilijkste beslissing uit zijn leven, zonder meer. ‘De kabinetscrisis, gemeenteraadsverkiezingen; opeens gebeurde het weer bij de PvdA. Zaten we weer in een flow van: misschien worden we de grootste, misschien mogen we toch de premier leveren. Dan heb ik zin die laatste klap nog een keer te maken. Maar ja, je kunt niet alles.’ De beslissing kwam niet uit het niets. Al bijna vier jaar had Wouter Bos ernaartoe gewerkt. Vanaf die zomeravond in 2005, thuis op de bank. ‘Barbara en ik hebben er goed over nagedacht, ik ging ervoor. Als je premier wilt worden, moet je het acht jaar willen doen. Die afspraak zijn we aangegaan: we kunnen dit met het gezin acht jaar aan. Maar als het dan mislukt en Balkenende wint, wordt het opeens twaalf jaar – vier jaar wat anders en dan weer acht jaar. Vanaf dat moment wist ik dat deze beslissing eraan zat te komen.’

November 2006, op de verkiezingsavond wist u: ik word geen premier van dit land. ‘Ja. Maar ik hield mezelf lang voor de gek. Ergens hield ik mentaal een muizengaatje open om – als de omstandigheden daartoe aanleiding zouden geven – een andere keus te maken. Stel dat mijn gedroomde opvolger niet beschikbaar is. Stap ik er toch uit als ik weet dat er een chaotische opvolgersstrijd ontbrandt? Of als de partij niet op orde is, zeg ik dan nog steeds: ‘Jongens, ik doe het niet’?

‘Dat soort scenario’s hebben steeds door mijn hoofd gespeeld. Maar zelfs nu ik eraan terugdenk weet ik niet hoeveel daarvan echt was en hoeveel rationalisaties waren om niet aan mezelf te hoeven toegeven dat het voorbij was. Ik heb dat muizengaatje met veel moeite dichtgemetseld. Op 26 februari om precies te zijn, het weekend vóór de gemeenteraadsverkiezingen.’

Omdat het een afspraak was met Barbara of omdat u het zelf niet wilde? ‘Dat valt helemaal samen. Mijn vrouw heeft thuis ontzaglijk veel moeten opvangen. Maar ik heb haar nooit in de positie willen brengen dat zij dit zou moeten beslissen.

‘Weet je, de kinderen zijn op een leeftijd dat ze gaan terugpraten. Ik zag ze soms een kwartier per dag. Dan komen de vragen. ‘Eet je thuis, papa? Slaap je thuis?’ En dan dat eeuwige nee. Ach, ik ben een verschrikkelijke softie.

‘Terwijl, aan de andere kant: ik heb de afgelopen jaren ook op mijn werk zo veel afspraken moeten afzeggen. Zo vaak kwam ik te laat – nog even snel de kinderen naar school. Ik heb zo veel dingen laten lopen, mijn secretaresses kregen er een punthoofd van. Soms bekroop me zelfs het gevoel dat ik niet kon garanderen dat ik mijn werk honderd procent kon doen. Onzin natuurlijk, in de praktijk werkte ik driehonderd procent.’

Bent u tekortgeschoten als vader? ‘Ik ben calvinist genoeg om mezelf enorme schuldgevoelens aan te praten. Het is niet genoeg geweest, nee. Een collega in de politiek – ik noem geen namen – had als uitgangspunt: ik ben er bijna nooit, maar áls ik dan tijd heb, ben ik er voor de volle honderd procent. Dat is ook een manier om erdoorheen te komen. Maar zelfs dat lukte me niet.’

Hij zegt het zachter, nipt aan de dubbele espresso. ‘Als ik iets niet ga missen, is het die permanente moeheid. Ik had de weekenden nodig om uit te rusten. Terwijl dat juist de spaarzame momenten zijn dat je leuke dingen kunt doen. Dat begon me verschrikkelijk tegen te staan. Moeheid was een grotere bedreiging dan afwezigheid.’

De blijdschap was groot toen hij thuis de boodschap bracht. ‘Mijn oudste dochter stond letterlijk te juichen toen ik zei: ‘Papa houdt op met werken.’ Echt joehoe, handjes in de lucht. Ze zijn op die leeftijd slimmer dan je denkt. Opeens ging dat handje voor haar mond. Van: o jee, mag ik eigenlijk wel juichen? Ze zag blijkbaar ook aan me dat er iets van verdriet was, dat het niet alleen maar vrolijk was.’

‘Ik moet ervoor vechten om regelmatig tegen mijn vrouw en kinderen te zeggen hoeveel ik om hen geef’, zei u ooit. ‘Ja. Maar is dat niet typisch een mannending? Je denkt dat allerlei gevoelens die je voor anderen hebt wel duidelijk zijn, dat je het niet nog een keer hoeft te zeggen. Ik denk dat ik het alweer een slag beter doe dan mijn vader.’

Hij stokt, realiseert zich dat hij het gesprek op een kwetsbaar onderwerp heeft gebracht: Jone Bos, zendeling in Indonesië, zakenman en later ambassadeur in Soedan. Hij en moeder Neeltje scheidden, na ruim dertig jaar huwelijk, toen Wouter 27 was. Zijn vader was meer met de wereldproblemen bezig dan met zijn eigen gezin.

Zo moet het dus niet. ‘Nee.’ Gerrit Zalm zei het ooit, herinnert hij zich. ‘Het verschil tussen liberalen en socialisten is dat liberalen meer geven om de mensen die ze kennen dan om de ring daarbuiten. Bij socialisten is het precies andersom. Het is een trekje dat ik ook heb. Linkse mensen zitten altijd iets verbetener in de politiek dan rechtse mensen. Sociaal-democraten zijn altijd maar bezig met het land, de mensheid, de wereld. Meer dan met de buren, vrienden of zelfs hun eigen gezin. Daar gaat in de praktijk dan ook een heleboel kapot. In dat rijtje kom ik liever niet.’

Volgens Privé hing uw relatie meermaals aan een zijden draad. ‘Ik heb het gelezen.’

Is het waar? ‘Wij zijn heel gelukkig samen. Meer is er niet over te zeggen.’

De zoon heeft geleerd van het verkeerde voorbeeld van zijn vader. ‘Dat is rationaliseren achteraf. De scheiding van mijn ouders had zeker te maken met hoe hard mijn vader werkte en hoe weinig hij thuis was. En hoe weinig mijn moeder toekwam aan haar eigen ontwikkeling. Ik weet ook dat mijn vader er vaak niet was of zat te werken. En dat hij minder vaak langs de lijn stond dan andere vaders. Ik zou het verhaal makkelijk zo kunnen maken dat ik nu om die reden een andere beslissing neem. Ik weet het niet.’

Begrijpt uw vader het, een keuze voor de kinderen? ‘Ik denk dat hij het jammer vindt dat ik deze stap zet, maar ook hij is veranderd in al die jaren en respecteert mijn keuze ten volle. Ik heb nog nooit iets in mijn leven half gedaan. Dat heb ik van hem. Net als een boel zonen heb ik ten opzichte van mijn vader altijd wel iets willen bewijzen. Oer-calvinistisch, dat is hoe mijn motortje werkt, en dat is me met de paplepel ingegoten. Ik weet nog dat ik als jongetje tegen papa zei dat ik het atheneum wel leuk vond. Onbestaanbaar vond hij dat, als ik ook gymnasium kon doen.’

Hij denkt terug aan de jonge jaren in Odijk, bij Zeist. Een hervormd gezin met twee zussen en een broer die overleed toen Wouter 11 was. Geen voetbal op zondag, naar de kerk, zondagsschool, catechisatie.

Betekent het geloof nog iets voor u? ‘Dat is de vraag die ik altijd vrees. Ik heb nooit zin om daarover te praten. Ik denk dat ik dat maar even volhoud.’

Hij denkt na. ‘Weet je, je komt daar nooit los van. En dat bedoel ik niet negatief. Je draagt altijd met je mee wat je in je opvoeding hebt meegekregen. Daar zit een heleboel waardevols bij. Ik ben wie ik ben door die opvoeding.

‘Calvinisme en socialisme vormen een funeste combinatie. Je vindt altijd dat je wat moet met het leven, dat je wat moet met de wereld en de mensheid. Alleen maar een beetje op je kont zitten en genieten – calvinisten vinden dat je dan niet woekert met je talenten. En socialisten vinden dat je je verantwoordelijkheid dan niet neemt. Dat ligt akelig dicht bij elkaar.’

Springt u wel eens uit de band? Een veel te dure fles wijn? ‘Ik heb dat allemaal moeten leren. Van luxe genieten of zomaar iets doen wat totaal geen zin heeft. Dat was er bij ons thuis niet bij. Ik heb het geleerd. Een boel mensen zullen zeggen dat het me nog steeds moeite kost. Ik vind zelf dat ik van heel ver ben gekomen.’

‘Shell’, zegt hij dan opeens, ‘daar heb ik geleerd hoe belangrijk het is om af en toe voor jezelf te kiezen. Als je niet oppast, gá je maar door.’

Hij zat in Hongkong, ‘1995, 1996, zoiets, kei- en keihard aan het werk. Twee van de collega’s met wie ik tegelijk in dienst kwam, allebei in het klasje van de high potentials, gingen onderuit. Overspannen, burn-out, WAO. Redelijk dramatisch. Achteraf denk ik dat ik ertegenaan zat. Die spanning in je lijf.

‘De baas zag het en gaf me zo’n Amerikaans zelfhulpboek, Seven Ways to Get Happy , of Ten Ways to Stay Healthy, zoiets. Afschuwelijke boeken. Ik heb er ook niks van gelezen. Behalve wat er op de allereerste pagina stond als motto: ‘How many men on their deathbed wish they had spent more time in the office?’ Vanaf dat moment heb ik geleerd signalen in mijn lichaam te herkennen.’

Maar u bent alleen maar harder gaan werken. ‘Ik ben anders gaan werken. Ik richt mijn leven op een andere manier in. Als stress dreigt, reageer ik daarop. Vroeger naar bed, minder drank, veel dingen ook gewoon niet doen. Bewust kiezen waarover ik me druk maak: alleen dingen die er echt toe doen. En m’n intuïtie volgen, altijd m’n intuïtie volgen.

‘Dat is wat ik nu ook doe. Eigenlijk – en laat dit alsjeblieft niet de kop boven het verhaal worden – eigenlijk ben ik heel egoïstisch bezig. Ik kies voor mijn eigen geluk.’

Is het wrang dat zo veel mensen daaraan twijfelen? Ze vermoeden andere redenen om te stoppen. ‘Ja, maar werkelijk, léés de interviews van een paar jaar geleden. Ik heb vanaf mijn eerste jaren in Den Haag in elk interview gezegd dat ik niet met de politiek getrouwd ben, dat er voor mij andere dingen in het leven zijn. Ik ben daar van begin af aan vrij duidelijk over geweest.’

Speelt er niet meer mee? Wéér een verkiezingsstrijd tegen Balkenende, bang voor fouten uit het verleden, terwijl Job Cohen die ballast niet heeft. ‘Ik zou nooit mijn ego of mijn verleden met Balkenende de bestuurbaarheid van het land in de weg hebben laten staan. Als ik na de verkiezingsuitslag had moeten verdwijnen om een coalitie mogelijk te maken, had ik dat gedaan. Maar die keus had ik pas na de verkiezingsuitslag hoeven maken, niet nu al.

‘En Cohen: zeker, het heeft geholpen dat er een ideale opvolger klaarstond die het land kan bieden wat het land nodig heeft. Ik kan alleen maar hopen dat ik anders net zo overtuigd voor mijn persoonlijk geluk zou hebben gekozen.’

Toegeven dat iemand anders het beter kan, kan ook een nobel argument zijn? De peilingen schieten omhoog. ‘Ik weet het niet. Wat ik op 9 juni zou hebben kunnen bereiken, zullen we nooit weten. Er is wel één groot verschil tussen Job en mij. Ik ben in mijn hele politieke carrière bijna publiekelijk een zoeker geweest. Een twijfelaar. Altijd weer nieuwe dingen uitproberen, bereid zijn gedachten en meningen te veranderen. Dat maakt je kwetsbaar. Het heeft het voor mensen moeilijk gemaakt een consistent en voorspelbaar beeld te vormen van: waar staat die Bos nou eigenlijk voor? Dat heeft mij parten gespeeld in de beeldvorming.

‘Job is een andere persoonlijkheid. Hij laat dat deel van zijn denken veel meer in beslotenheid, binnen zijn persoon afspelen. Naar buiten toe is hij duidelijk over wat hij van dingen vindt. Iedereen weet, zonder dat hij iets hoeft te zeggen, waar Job voor staat. Het zou goed kunnen dat die karaktertrek, dat type leiderschap, hem op dit moment geschikter maakt.’

Doet het pijn, dat Cohen als de messias wordt binnengehaald? ‘Nee, ik vind het fijn. In zekere zin heb ik dit ook gewild. Als het er op 9 juni nog zo uitziet, ben ik de eerste om hem om de nek te vallen. Dit was de bedoeling.’

Strak geregisseerd vanaf het allereerste moment, januari 2007. ‘Ja.’ Hij grinnikt. ‘Goed, hè? Voor het eerst in de geschiedenis van de PvdA wordt het leiderschap op zo’n ordentelijke manier overgedragen. Na de uitslag in november 2006 ben ik met Job gaan praten. Drie keer per jaar een etentje, op het laatst wat intensiever. Het hielp om mezelf bij de les te houden, om mezelf ervan te overtuigen dat ik het ook echt ging doen. Dan moet je immers ook nadenken over de overdracht.’

Een stok achter de deur? ‘Ja. Ik vond het wel verstandig mezelf en mijn beslissing serieus te nemen en voor opvolging te zorgen.’

Wat is dat toch, dat mensen u niet altijd geloven? ‘Tja. Ik weet waar het vandaan komt: uit de hoek van politieke tegenstanders. Het is een geslaagde campagnetruc van het CDA, van een niveau waarbij ik me niet zo geweldig thuisvoel. Met die dirty campaign zijn wij in 2006 volstrekt inadequaat omgegaan.’

Maar toch, het beklijft. In 2002 dacht men al dat u trouwde vanwege de geruchten dat u homo was. ‘Ik weet het niet. Volgens Bart Chabot glimlach ik op de verkeerde momenten. Een vriendin noemde dat ooit mijn kinderlokkersglimlach.’ Hij lacht, ruim meer dan een glimlach. ‘Dat vuile in Den Haag, dat ga ik echt niet missen. Strijd is niet erg. Dat betekent dat je ergens voor staat, dat je ergens in gelooft. In die zin hoort het bij het vak. Het ís vechten. Maar zelfs in oorlogen heb je verdragen, van dingen die je wel en niet doet. In de politiek zou er ook een bepaald niveau moeten zijn waar je met elkaar niet onder gaat. Dat is helaas wel een beetje verdwenen.’

Politiek is ondankbaar werk? ‘Zeker. Je werkt jezelf drie keer in de rondte en dan word je op straat nog nagefloten dat je een zakkenvuller bent. Toen ik de politiek inging, leverde ik de helft van mijn salaris in. Ik help bankiers in het zadel die drie keer zoveel verdienen als ik. Ik ben veel, maar geen zakkenvuller.

‘Er zijn ook momenten geweest dat ik dacht: het hoeft van mij niet meer. Maar meestal is dat na een goede nacht slapen of veel bier weer voorbij. Uiteindelijk houd ik toch te veel van het vak. Ik blijf het eervol vinden dit voor mensen te mogen doen.’

Van 50 zetels naar 14 en weer terug. Afwisselend op de schouders en op de brandstapel. Wat doet dat met een mens? ‘Je leert relativeren, dat is zeker. Er zijn de afgelopen twee, drie jaar momenten geweest dat ik zo ongeveer de enige was die er nog in geloofde. Ik heb het als een dure plicht gevoeld om als het tegenzat toch de moed erin te houden. Omdat ik oprecht geloofde dat het ook zomaar weer kan kantelen. En dat blijkt.

‘Het spreekt mij ook wel weer aan op iets waarvan ik weet dat ik het goed kan. Op zo’n moment strijdlustig voor een zaal staan en een speech houden, dat kan ik. En dan maak ik wat los. Die mensen kijken naar mij om weer energie te krijgen. Die verantwoordelijkheid heb ik altijd sterk gevoeld, en dan ben ik op mijn best.’

Weer een lach. ‘Ik heb één politieke handicap: ik heb er ongelooflijk veel moeite mee om honderd keer hetzelfde te zeggen. Dat is een grote kwaliteit van Balkenende: hij wordt daar niet moe van. Dat moet je kunnen als politicus, dat is goed voor je voorspelbaarheid. Ik vind het moeilijk om op dezelfde vraag steeds weer met dezelfde formuleringen te antwoorden. Omdat ik mezelf niet meer kan aanhoren. Dat ik wéér moet zeggen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.’

U bent ervan af. ‘Ja. Ik heb zo ontzettend veel in te halen. Ik ga boeken lezen, concerten bezoeken. En zingen, ik wil weer zingen. Ik zong altijd a capella in closeharmonygroepjes. Het Nieuwendammer Shantykoor heeft me al uitgenodigd, maar dat is niet helemaal mijn genre.

‘En ik ga proberen als vrijwilliger uit Amsterdam-Noord van deze campagne een succes te maken. Schuif ik met mijn laptopje aan bij de jonge honden.’

Hebt u al een nieuwe baan? ‘Er spelen wat dingen. Maar nog niets definitiefs.’

Hebt u uzelf niet opgesloten? U wilt uw kinderen zien, dan is een grote baan geen optie meer. ‘Ho ho, ik heb niet gezegd dat ik het rustig aan ga doen. Een negen-tot-vijfbaan is niets voor mij. Het is niet erg als er ’s avonds of in het weekend nog eens wat moet gebeuren. Ik wil gewoon terug van drie banen naar één baan. Het zou fantastisch zijn als ik in Amsterdam kan werken, en niet twee of drie uur per dag kwijt ben aan reizen. En die tassen met dossiers. Als ik die twee dingen in een volgende baan eens kwijt ben. Dan blijft er nog steeds veel ruimte over voor een drukke baan.’

U bent 46, zien we u nog terug? ‘Job is nu hoe oud, 62? Nou, volg ik hem over zestien jaar weer op, haha. Ik heb geleerd in dit vak nooit nooit te zeggen. Maar ga er maar van uit dat ik nu echt een lange tijd weg ben.’

Op naar het zwarte gat. ‘Het is een grote oefening in nederigheid, maar hij bevalt me goed. Ik voel me een topsporter die aan het aftrainen is. Het is nog steeds druk. Van verkiezingsprogramma tot kandidatenlijst, dat doen Job en ik allemaal samen. Op 25 april, het partijcongres, draag ik het stokje over. En dan? Joh, ik weet het niet. Niemand kan vertellen hoe het gaat. Met mij komt het wel goed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden