Oer-Amerikaan kwam uit Spanje

Een theorie die bij archeologen inslaat als een bom: de Amerikaanse india-nen zouden de nakomelingen zijn van Europeanen die zo'n 20 duizend jaar voor Columbus de Atlantische Oceaan overstaken. Dat zeggen archeologen Dennis Standford en Bruce Bradley. 'Het zou goed kunnen dat nieuw genetisch onderzoek Europees dna aan het licht brengt.'

AMSTERDAM - Toen Columbus aankwam in Amerika, ontmoette hij daar wellicht zijn eigen, verre verwanten. Twintigduizend jaar eerder waren steentijdmensen hem namelijk al voorgegaan. Vroege jagers uit Spanje maakten immers tochten van duizenden kilometers over de grotendeels bevroren Atlantische Oceaan om uiteindelijk in Amerika aan te komen. Zij werden de eerste bewoners van het continent.


Zo luidt althans een controversiële, nieuwe theorie van de archeologen Dennis Stanford (Smithsonian Instituut) en Bruce Bradley (Universiteit van Exeter), opgetekend in hun boek Across Atlantic Ice. Een boek dat inslaat als een bom. Volgens de gangbare theorie kwamen de voorouders van de indianen namelijk van de andere kant van de wereld, uit Azië. Via de Beringstraat - drooggevallen omdat het ijstijd was - trokken zij Alaska binnen. Daarvandaan gingen ze verder naar het zuiden. Ook Stanford en Bradley geloven dat iets dergelijks is gebeurd, maar ze betogen dat mensen uit Spanje toch echt eerder waren.


Daarmee zetten ze de oude geschiedenis van Amerika op zijn kop. Veel kenners willen daar niet aan. 'Er is geen bewijs dat deze mensen daar de technieken voor hadden', schrijft Lawrence Strauss (Universiteit van New Mexico), een van de felste critici van Stanford en Bradley. Strauss kan eenvoudigweg niet geloven dat steentijdmensen de vijfduizend kilometer oceaan tussen Europa en Amerika konden overbruggen.


Wonderland van ijs

De steentijdmensen waar het om gaat, waren leden van de Solutréencultuur, waaraan we een deel van de schilderingen in de grotten van Lascaux en Altamira te danken hebben. Op het hoogtepunt van de laatste ijstijd woonden zij in het zuiden van Frankrijk, in Spanje en Portugal. Het water aan hun kust, in de golf van Biskaje, was volgens Stanford en Bradley vaak bevroren. 'Een wonderland van ijs', noemen ze het. Daar joegen de Solutréenmensen op zeerobben, reuzenalken en andere prooi. 'Wij vermoeden dat ze tijdens de jacht steeds verder de oceaan op trokken', legt Bradley uit. 'Als ze de dieren te voet of per boot volgden op hun jaarlijkse trek, raakten ze verder en verder van de kust vandaan. En zo kunnen ze na lange tijd in Amerika terecht zijn gekomen.'


Critici als Strauss stellen dat het ijslandschap erg grillig was, met grote ijsbergen, en moeilijk toegankelijk voor mensen. 'Makkelijk zal het zeker niet zijn geweest', erkent Bradley. 'Maar dat betekent niet dat het onmogelijk was. Ik denk dat het leven van deze mensen leek op dat van hedendaagse Inuit. Als je wilt weten of steentijdmensen op het ijs konden overleven, kun je beter met Inuit praten dan met academici.'


Probleem: concrete aanwijzingen ontbreken op dit punt. Er zijn bijvoorbeeld nooit boten gevonden uit deze periode. 'Het zachtere materiaal is verloren gegaan', zegt Bradley. 'We baseren ons op vondsten van bot, ivoor en vooral vuursteen.'


Het was dan ook vuursteen dat Stanford en Bradley in de jaren negentig op het idee bracht voor hun theorie. Het viel hen op dat vuurstenen gereedschappen, vooral vuistbijlen, aan beide zijden van de oceaan opvallende overeenkomsten vertoonden. Een deel was gemaakt volgens eenzelfde, weinig voor de hand liggende techniek. In het oosten van Azië, waar de voorouders van de indianen volgens de gangbare theorie vandaan kwamen, zagen ze geen sporen van zulk gereedschap.


Er was een belangrijk probleem: Amerika is volgens kenners pas vijfduizend jaar na het einde van de Solutréencultuur bevolkt geraakt. De vroegst bekende Amerikaanse beschaving, de zogenoemde Cloviscultuur, dateert van ongeveer 13.000 jaar geleden, terwijl de Solutréencultuur zo'n 18.000 jaar geleden verdween. Dat gat is wel erg groot.


Maar de afgelopen jaren zijn belangrijke nieuwe ontdekkingen gedaan. Op verschillende plaatsen in Amerika hebben archeologen vuurstenen resten opgegraven van oudere culturen die wél overlapten met de Europese Solutréencultuur. En ook daar zien Stanford en Bradley vergelijkbare gereedschappen van vuursteen.


Criticus Strauss is het daar niet mee eens: 'Als het al klopt dat die pre-Clovisculturen hebben bestaan, dan lijken ze helemaal niet op de Solutréencultuur.' Bradley is overtuigd van de overeenkomsten: 'We gebruiken algemeen aanvaarde methodes om gereedschappen te vergelijken', zegt hij. 'En toch accepteert een deel van de archeologen het niet.'


Dat hun theorie zo veel weerstand oproept, komt volgens Bradley deels doordat hun verhaal radicaal afwijkt van gevestigde ideeën. 'Zo gaat het nu eenmaal in de wetenschap. Die is voor een groot deel gericht op behoud van bestaande ideeën.'


Racisten

Een ander probleem is de politieke gevoeligheid van de kwestie: 'Ik ben gewaarschuwd dat blanke racisten gebruik zouden kunnen maken van het idee dat Europeanen als eersten in Amerika aankwamen. Maar we noemen deze mensen zelf heel bewust geen 'Europeanen', omdat we geen idee hebben hoe ze eruit zagen.


Het ontbreken van overblijfselen van deze mensen is een hindernis voor genetisch onderzoek. Dna-bewijs voor de nieuwe stelling ontbreekt. Bij hedendaagse indianen is wel erfelijk materiaal aangetroffen dat typisch is voor Aziaten - wat de traditionele theorie ondersteunt.


Bradley geeft toe dat hier een probleem ligt: 'We zeggen niet dat onze theorie zeker waar is, maar we laten zien dat er veel bewijs voor is. Het zou heel goed kunnen dat nieuw, verfijnder genetisch onderzoek wel Europees dna aan het licht brengt.'


Wellicht zal dan blijken dat, toen Columbus in 1492 in Amerika kwam, hij er inderdaad nakomelingen aantrof van zijn verre voorgangers uit de steentijd. Het ligt voor de hand, aldus Bradley, dat deze 'Europeanen' zich in de tussenliggende duizenden jaren hadden vermengd met 'Aziaten' en dat ze samen de voorouders van moderne indianen waren geworden. Laat de racisten daar maar eens over nadenken. 'Het zou betekenen dat Amerika al heel vroeg een smeltkroes was van culturen.'


Ca. 20.000 jaar v. Chr.

Volgens Stanford en Bradley waren steentijdjagers uit Europa de eersten die aankwamen in de Nieuwe Wereld.


Ca. 17.000-13.000 jaar v. Chr.

Aziaten arriveren in de huidige VS via de Beringstraat, vermoedelijk in twee golven.


Ca. 1000

De Vikingen doen Noord-Amerika aan. Ze lijken zich er niet permanent te hebben gevestigd.


Ca. 1420

Volgens de Brit Gavin Menzies 'ontdekken' de Chinezen de Nieuwe Wereld. Zijn boek 1421: The Year China Discovered the World wordt echter niet erg serieus genomen.


1492

Columbus ziet de Nieuwe Wereld aan voor India en wordt de bekendste ontdekker van Amerika.


AMSTERDAM - Toen Columbus aankwam in Amerika, ontmoette hij daar wellicht zijn eigen, verre verwanten. Twintigduizend jaar eerder waren steentijdmensen hem namelijk al voorgegaan. Vroege jagers uit Spanje maakten immers tochten van duizenden kilometers over de grotendeels bevroren Atlantische Oceaan om uiteindelijk in Amerika aan te komen. Zij werden de eerste bewoners van het continent.


Zo luidt althans een controversiële, nieuwe theorie van de archeologen Dennis Stanford (Smithsonian Instituut) en Bruce Bradley (Universiteit van Exeter), opgetekend in hun boek Across Atlantic Ice. Een boek dat inslaat als een bom. Volgens de gangbare theorie kwamen de voorouders van de indianen namelijk van de andere kant van de wereld, uit Azië. Via de Beringstraat - drooggevallen omdat het ijstijd was - trokken zij Alaska binnen. Daarvandaan gingen ze verder naar het zuiden. Ook Stanford en Bradley geloven dat iets dergelijks is gebeurd, maar ze betogen dat mensen uit Spanje toch echt eerder waren.


Daarmee zetten ze de oude geschiedenis van Amerika op zijn kop. Veel kenners willen daar niet aan. 'Er is geen bewijs dat deze mensen daar de technieken voor hadden', schrijft Lawrence Strauss (Universiteit van New Mexico), een van de felste critici van Stanford en Bradley. Strauss kan eenvoudigweg niet geloven dat steentijdmensen de vijfduizend kilometer oceaan tussen Europa en Amerika konden overbruggen.


Wonderland van ijs

De steentijdmensen waar het om gaat, waren leden van de Solutréencultuur, waaraan we een deel van de schilderingen in de grotten van Lascaux en Altamira te danken hebben. Op het hoogtepunt van de laatste ijstijd woonden zij in het zuiden van Frankrijk, in Spanje en Portugal. Het water aan hun kust, in de golf van Biskaje, was volgens Stanford en Bradley vaak bevroren. 'Een wonderland van ijs', noemen ze het. Daar joegen de Solutréenmensen op zeerobben, reuzenalken en andere prooi. 'Wij vermoeden dat ze tijdens de jacht steeds verder de oceaan op trokken', legt Bradley uit. 'Als ze de dieren te voet of per boot volgden op hun jaarlijkse trek, raakten ze verder en verder van de kust vandaan. En zo kunnen ze na lange tijd in Amerika terecht zijn gekomen.'


Critici als Strauss stellen dat het ijslandschap erg grillig was, met grote ijsbergen, en moeilijk toegankelijk voor mensen. 'Makkelijk zal het zeker niet zijn geweest', erkent Bradley. 'Maar dat betekent niet dat het onmogelijk was. Ik denk dat het leven van deze mensen leek op dat van hedendaagse Inuit. Als je wilt weten of steentijdmensen op het ijs konden overleven, kun je beter met Inuit praten dan met academici.'


Probleem: concrete aanwijzingen ontbreken op dit punt. Er zijn bijvoorbeeld nooit boten gevonden uit deze periode. 'Het zachtere materiaal is verloren gegaan', zegt Bradley. 'We baseren ons op vondsten van bot, ivoor en vooral vuursteen.'


Het was dan ook vuursteen dat Stanford en Bradley in de jaren negentig op het idee bracht voor hun theorie. Het viel hen op dat vuurstenen gereedschappen, vooral vuistbijlen, aan beide zijden van de oceaan opvallende overeenkomsten vertoonden. Een deel was gemaakt volgens eenzelfde, weinig voor de hand liggende techniek. In het oosten van Azië, waar de voorouders van de indianen volgens de gangbare theorie vandaan kwamen, zagen ze geen sporen van zulk gereedschap.


Er was een belangrijk probleem: Amerika is volgens kenners pas vijfduizend jaar na het einde van de Solutréencultuur bevolkt geraakt. De vroegst bekende Amerikaanse beschaving, de zogenoemde Cloviscultuur, dateert van ongeveer 13.000 jaar geleden, terwijl de Solutréencultuur zo'n 18.000 jaar geleden verdween. Dat gat is wel erg groot.


Maar de afgelopen jaren zijn belangrijke nieuwe ontdekkingen gedaan. Op verschillende plaatsen in Amerika hebben archeologen vuurstenen resten opgegraven van oudere culturen die wél overlapten met de Europese Solutréencultuur. En ook daar zien Stanford en Bradley vergelijkbare gereedschappen van vuursteen.


Criticus Strauss is het daar niet mee eens: 'Als het al klopt dat die pre-Clovisculturen hebben bestaan, dan lijken ze helemaal niet op de Solutréencultuur.' Bradley is overtuigd van de overeenkomsten: 'We gebruiken algemeen aanvaarde methodes om gereedschappen te vergelijken', zegt hij. 'En toch accepteert een deel van de archeologen het niet.'


Dat hun theorie zo veel weerstand oproept, komt volgens Bradley deels doordat hun verhaal radicaal afwijkt van gevestigde ideeën. 'Zo gaat het nu eenmaal in de wetenschap. Die is voor een groot deel gericht op behoud van bestaande ideeën.'


Racisten

Een ander probleem is de politieke gevoeligheid van de kwestie: 'Ik ben gewaarschuwd dat blanke racisten gebruik zouden kunnen maken van het idee dat Europeanen als eersten in Amerika aankwamen. Maar we noemen deze mensen zelf heel bewust geen 'Europeanen', omdat we geen idee hebben hoe ze eruit zagen.


Het ontbreken van overblijfselen van deze mensen is een hindernis voor genetisch onderzoek. Dna-bewijs voor de nieuwe stelling ontbreekt. Bij hedendaagse indianen is wel erfelijk materiaal aangetroffen dat typisch is voor Aziaten - wat de traditionele theorie ondersteunt.


Bradley geeft toe dat hier een probleem ligt: 'We zeggen niet dat onze theorie zeker waar is, maar we laten zien dat er veel bewijs voor is. Het zou heel goed kunnen dat nieuw, verfijnder genetisch onderzoek wel Europees dna aan het licht brengt.'


Wellicht zal dan blijken dat, toen Columbus in 1492 in Amerika kwam, hij er inderdaad nakomelingen aantrof van zijn verre voorgangers uit de steentijd. Het ligt voor de hand, aldus Bradley, dat deze 'Europeanen' zich in de tussenliggende duizenden jaren hadden vermengd met 'Aziaten' en dat ze samen de voorouders van moderne indianen waren geworden. Laat de racisten daar maar eens over nadenken. 'Het zou betekenen dat Amerika al heel vroeg een smeltkroes was van culturen.'


Ca. 20.000 jaar v. Chr.

Volgens Stanford en Bradley waren steentijdjagers uit Europa de eersten die aankwamen in de Nieuwe Wereld.


Ca. 17.000-13.000 jaar v. Chr.

Aziaten arriveren in de huidige VS via de Beringstraat, vermoedelijk in twee golven.


Ca. 1000

De Vikingen doen Noord-Amerika aan. Ze lijken zich er niet permanent te hebben gevestigd.


Ca. 1420

Volgens de Brit Gavin Menzies 'ontdekken' de Chinezen de Nieuwe Wereld. Zijn boek 1421: The Year China Discovered the World wordt echter niet erg serieus genomen.


1492

Columbus ziet de Nieuwe Wereld aan voor India en wordt de bekendste ontdekker van Amerika.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden