Oeps, een rijstkorrel op volle zee

Het KennisCafé staat aanstaande maandag in het teken van de reizende wetenschappers. Ronald Veldhuizen voer een maand mee aan boord van onderzoeksschip Pelagia. Op zoek naar woestijnstof.

'Pas op!', roept de scheepskok wanneer hij een enorm wit vat het zijdek op sjouwt en overboord kiepert. Een op braaksel lijkende massa voedselresten klettert de zee in, onder het oog van een clubje uitbuikende onderzoekers die staan te genieten van het laatste beetje zonsondergang.


'Is dat geen vervuiling?', vraagt een van de promovendi. 'Nee, gewoon visvoer', antwoordt Geert-Jan Brummer, paleo-oceanograaf aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Met ruim veertig vaartochten achter de rug mag hij een oceaanexpeditieveteraan worden genoemd. Voedselresten uit de kombuis, vertelt hij, zijn vooral een probleem voor de wetenschappers aan boord: je kan er meetfouten mee veroorzaken.


Het verhinderen van kleine uitglijders die onderzoeksresultaten vertekenen, daar hebben wetenschappers soms een dagtaak aan. Het team van Geert-Jan Brummer en expeditieleider Jan-Berend Stuut - ook verbonden aan het NIOZ - vormt daar geen uitzondering op. De onderzoekers proberen hier, midden op de Atlantische Oceaan, te achterhalen wat de invloed is van overwaaiend Saharazand op de groei van algen en plankton, die op hun beurt een flinke vinger in de pap van het wereldklimaat hebben.


Stuut en Brummer moeten nauwgezet werken om alle details rondom stofkorrels en planktongroei vast te leggen. Fouten mogen ze niet maken.


'Je wil dus écht niet een planktonnet uitgooien terwijl die troep uit de kombuis in het water ligt', zegt Brummer, die terugloopt naar de leuning en nog een laatste blik werpt op de wegdrijvende sinaasappelschillen, restjes karbonade en groenten. 'Het zou, zeg maar, niet de eerste keer zijn dat ik een rijstkorrel in mijn petrischaaltje terugvond.'


Zo'n voedselaffaire kan serieus uitpakken: het is niet ongewoon dat een wetenschappelijk tijdschrift bijvoorbeeld weigert het onderzoek te publiceren. 'Je kan beloven dat je de petrischaal met rijstkorrel weglaat uit de resultaten', vertelt Brummer. 'Maar ze wijzen gemakkelijk je complete onderzoek af omdat je slordig overkomt.' De remedie tegen dit soort problemen is simpel: de kok overlegt met de wetenschappers voordat hij de kliekjes uit de kombuis loost.


Ontdekken dat een meetfout op de loer ligt, is geen harde wetenschap. 'We leren het the hard way', zegt Jan-Berend Stuut. Een voorbeeld: om tijdens de vaartocht overwaaiend stof uit de Saharawoestijn te vangen, heeft de marien geoloog drie stofzuigers op het bovendek van de Pelagia geplaatst, die eruitzien als blikken brievenbussen. Het stof komt binnen de kastjes op speciale filters terecht. Maar toen Stuut jaren geleden dit systeem voor het eerst gebruikte, hadden de stoffilters zich onverwacht volgezogen met een zwarte massa. 'Het klinkt misschien suf, maar dat bleek roet van de dieseluitlaat van het schip te zijn', vertelt Stuut. 'Woestijnstof is meestal, zoals je gewoon zou denken, bruin- of zandkleurig.'


Dat kan dus beter. Voor de vaartochten sinds het roet-akkefietje heeft Stuut met NIOZ-technicus Bob Koster een oplossing voor het probleem bedacht: windvaantjes. Vanaf het bovendek legt Stuut uit hoe dat werkt. 'Kijk, achter ons zie je de uitlaat van de Pelagia. Zolang de wind niet daarvandaan komt, is er geen risico op vervuiling. Bob heeft de stofzuigers zo aangesloten op de windvaantjes dat ze alleen aanslaan wanneer de wind min of meer van de voorkant van het schip komt.'


Op dit ogenblik is dat het geval: de wind komt van voor en de vaantjes wijzen met de punt naar de boeg van het schip, met als gevolg dat Stuut zijn stem moet verheffen om boven het geblaas van de stofzuigers uit te komen. Kort erna begint toevallig het schip te draaien. De windvaantjes wapperen in een haakse richting ten opzichte van het vaartuig. Het systeem werkt: de stofzuigers vallen uit.


Dan draait het schip nog verder. Nu is de noodzaak voor de windvaantjes duidelijk merkbaar: de uitlaatgassen van de dieselmotor trekken als een geurige en hete mistbank over het bovendek. Stuut trekt een vies gezicht, kucht even, en zegt: 'Pas wanneer de wind opnieuw van voren komt en op zijn minst twintig seconden aanhoudt, gaan de stofzuigers weer aan. Maar daar gaan nu we niet op wachten. Naar beneden dan maar?'


Hoewel de wetenschappers op de Pelagia waakzaam zijn voor bezoedeling van hun metingen, doen ze er ook weer niet al te paniekerig over. Zo hoeven de onderzoekers bijvoorbeeld geen speciale kleding te dragen: metingen van woestijnstof, plankton en diepzeesediment blijken er niet wezenlijk door te veranderen.


Van die keuzevrijheid maakt het team dankbaar gebruik: in de tropische hitte werkt iedereen doorgaans in een T-shirt en korte broek. 'Het moet ook vol te houden zijn', zegt Stuut. 'Anders ga je sowieso fouten maken.'


Ronald Veldhuizen is wetenschapsjournalist. Hij voer in november 2013 vier weken lang mee met NIOZ-onderzoeksschip Pelagia van de Canarische-eilanden naar de Maagdeneilanden. Zijn weblog is te vinden op volkskrant.nl/pelagia

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.