Oedipus

Centraal in deze tragedie staat de vraag wat iemands werkelijke identiteit is: veel blabla.

Er lopen twee Oedipussen door de nieuwste Ro Theater-voorstelling. Een jonge en een oude. De jonge is één brok onbehouwen energie, de oude is tot rust en tot inzicht gekomen. De ene heeft een normaal postuur, de andere is groot en log. Het zijn Ro-acteurs Nasrdin Dchar en Jack Wouterse. Dchar speelt Oedipus tot het moment dat hij ontdekt dat hij zijn vader heeft vermoord en met zijn moeder is getrouwd. Wouterse die van na dat gruwelijke inzicht.


Toneelschrijver Oscar van Woensel schreef voor het Ro een nieuwe tekst. Hij kreeg de opdracht om de twee klassieke Oedipus-stukken van Sophocles, het alom bekende Oedipus Rex en het obscuurdere Oedipus in Kolonos, samen te voegen.


Dat is op zich een aardig idee. Samen beschrijven ze een volledige transformatie. Eerste zien we een ambitieuze jongeman die niet weet wie hij is of waar hij vandaan komt. Daarna een oude zonderling die zijn wrede lot heeft geaccepteerd.


Ware het niet dat Van Woensel een geluksgoeroe maakt van die latere Oedipus. Een zanikende man die monologen lang open deuren mag intrappen over het geluk van 'het niet-zijn' en het loslaten van 'de moleculendans'.


Maar eerst, voor de pauze, is er Dchars Oedipus. Hij ziet eruit als een tennisser met te veel sterallures: haarband, lange blonde pruik, glimmend jasje, hoge sokken. Regisseur Alize Zandwijk laat hem mooi arrogant de zaal (zijn volk) toespreken. Maar als Oedipus eindelijk de bittere waarheid over zijn afkomst te horen krijgt, laat Dchar zien dat hij de pijn van die diepe crisis niet kan overbrengen. Zijn nerveuze trillen en het uitsteken van zijn eigen ogen sorteren geen effect.


Na de pauze krijgen we een andere Oedipus voor de kiezen, een Oedipus die rechtstreeks uit de Happinez lijkt te komen. Dit is Jack Wouterse. Hij begint met een lange monoloog over de schadelijkheid van het denken. Enige lichtpuntjes hierin zijn de zogenaamd achteloze dictie en lichaamstaal van Wouterse, die de plompe tekst nog een klein beetje weerstand geven. Tussendoor is een haastig verhaallijntje geweven over Antigone, Oedipus' dochter én zus (gespeeld door Fania Sorel) en de nieuwe koning Kreon (een grappige Herman Gilis).


Maar het gaat Zandwijk en Van Woensel duidelijk niet om het verhaaltje. Centraal in deze tragedie staat de vraag wat iemands werkelijke identiteit is. Wat maakt mij tot wie ik ben? Opvallend is wat dat betreft het koor, gespeeld door Jacqueline Blom en Yahya Gaier. Tussen de bedrijven door spuwen ze een spervuur aan vragen uit over het publiek. 'Wat is je naam? Achternaam? Tussenvoegsel? Wat is je BSN? Houd je van shoppen? Ben je merkgevoelig? Het zijn soms geestige, maar uiteindelijk overbodige intermezzo's. Ook Gaiers stelselmatige overacting gaat irriteren.


Dan is er nog een muzikante op het toneel: Maartje Teussink. Ze kan niet acteren. Maar met haar rolletje als de blinde ziener Tiresias richt ze weinig schade aan. Haar muziek brengt echter wel degelijk iets teweeg, zo krachtig speelt ze. Teussink voorziet in alles, van schelle onheilsklanken tot genre-overschrijdende liedjes, onverschrokken gezongen met een strot vol sentiment. En stuk voor stuk mooier dan de blabla uit de mond van Oedipus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden