Ode aan de soberheid

Ze leefde alleen, in een groot oud huis, verloren tussen herinneringen. Na haar overlijden in 1997 bleek de Zwitserse pianiste en pedagoge Madeleine Margot een vermogen te hebben nagelaten....

'GOED HOOR. Ja, dat zou ze gezegd hebben. 'Goed hoor.' Ze zei niet veel meer, op het eind van haar leven. 'Gelukkig', zei ze ook wel. Mevrouw Antje Vinkhuyzen, wier schoonmoeder in vroeger dagen hartstochtelijk met de oude dame bevriend was, weet het zeker. Op deze zonnige zaterdag in juni, onder het schaduwrijke gebladerte in een statige Haagse binnentuin aan het Lange Voorhout, waar een aankomend circusartiest met vijf rode ballen jongleert en kamerkoor Venus Hölderlins Diotima bezingt, hier had Madeleine Margot het goed gevonden.

Of misschien had de frêle Haagse pianiste en pedagoge het allemaal teveel eer gevonden. Beslist, zegt auteur Niek Miedema, voor hij in de muziekzaal van het gerespecteerde Diligentia de eerste exemplaren overhandigt van de biografie die hij over haar schreef. De hoge lucht heet het boek, want zo noemde de Zwitserse Madeleine Margot de Alpenlucht in haar geboorteland.

Het is een mooi boek geworden. Prachtig verzorgd, met een chique harde kaft. Beschaafd blauw, klassieke letters, degelijk papier, en een keurig formaat. Niet te dik, niet te dun. Maar wel teveel eer. Net als die beurs die nu naar haar is vernoemd: het Madeleine Margot Stipendium. Ze heeft toch ook het fonds niet naar zichzelf genoemd, maar naar de bouwer van haar geliefde cello? 'Ze was monumentaal besluiteloos', zegt Renee Jonker. 'Maar hierin was ze vastbesloten. Het fonds, opgericht in 1994, moest de naam Société de Gavigniès krijgen.'

Bijna twintig jaar daarvoor, zo rond 1981, is Renee Jonker slagwerkstudent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Madeleine Margot is bijna tachtig en woont eenzaam op de eerste verdieping van haar grote, ietwat vervallen herenhuis bij de Scheveningse duinen. Haar geliefde, de cellist Kees Preuyt, is in 1975 overleden. Ze heeft een huurster op de begane grond, maar die zet steeds de radio aan als Margot op een van haar vleugels speelt. Op een dag neemt de huurster een overdosis pillen en overlijdt.

Beneden waart de geest van de huurster, boven zijn de kamers waar ze sinds de dood van Kees niet meer is geweest. Daar liggen zijn pijpen en zijn sigarendozen. Onaangeroerd. Het wordt stil in het huis waar Kees en Madeleine huisconcerten gaven voor hun Haagse kringen en waar regelmatig pianoleerlingen sonates en etudes lieten horen.

Goede vrienden zeggen: 'Neem een paar conservatoriumstudenten in huis, want je zit te verpieteren.' Zo komt Roel van Oosten in het huis in de Doorn straat. Hij speelt piano en componeert. Het liefst doet hij beide tegelijk. Boem-boem-boem, klinkt het door het plafond heen. Dat wordt dan iets wat Tangram heet. 'Interessant', vindt Madeleine Margot. Later worden zijn Cinq preludes speciaal voor haar uitgevoerd, als aandenken voor haar negentigste verjaardag op 2 september 1992.

Maar ver voor die tijd komt studiegenoot Renee Jonker erbij. Voor 250 gulden huurt hij een kamer met gedeeld gebruik van keuken, douche en toilet. Als hij zijn trommels maar buiten laat, zegt mevrouw Margot. Jonker speelt ingewikkelde stukken van Xenakis en Stockhausen voor de radio. Margot luistert trouw. 'Interessant.'

Jonker, nu: 'Ze hield het toch allemaal maar heel goed bij, wat er met ons gebeurde.'

Roel van Oosten vertrekt voor verdere studie naar Parijs. Het huis is zo goed als verkocht wanneer Margot besluit haar handtekening toch niet onder het contract te zetten. Renee Jonker kan blijven. Hij kan zelfs de hele benedenverdieping bewonen. Om de huurprijs betaalbaar te houden, schildert hij 's zomers de buitenboel. In de plaats van Van Oosten komt de vriendin van Renee Jonker, Ellen Corver. Een pianiste, goddank. En een goeie ook. Ze studeert nog véél meer Stockhausen: zijn Klavierstücke en Mantra voor twee piano's en elektronica, samen met haar pianoduopartner Sepp Grotenhuis.

Mevrouw Margot komt op de thee, keurig met handtas en handschoenen. In de studentenkeuken is welgeteld één kopje met een schoteltje, en dat is voor haar. Of ze drinken thee bij haar boven, tussen de oude meubelen die ondanks de doekjes over de sleetse plekken nog steeds hun grandeur hebben behouden en in stijlvol zwijgen het decor vormen waarin de personen uit Madeleines verleden tot leven komen.

Veel zijn het er niet meer, die laatste jaren. Van haar familie in Lausanne is alleen haar oudste zus Gabrielle over. Kinderloos, net als de middelste zus Hélène en Madeleine zelf. Haar vader (tabakshandelaar) en haar moeder (pianiste) zijn allang overleden. Ze bestaan alleen nog in de verhalen van de excentrieke oude dame, die ze tijdens de visites aan haar jeugdige kostgangers vertelt.

'Meid, je hebt geen kousen aan!', riep haar moeder toen ze uitstapte op het station in Lausanne. Dat de Tweede Wereldoorlog nauwelijks voorbij was en dat Madeleine Margot twee etmalen moeizaam had gereisd door een nog smeulend Europa, wilde niet echt doordringen in het veilige bestaan van de gegoede Zwitserse burgerij.

In de pianostukken die Margot speelt, weerklinkt het Parijs uit de jaren dertig, toen ze studeerde bij Paul Loyonette. Daar leerde ze medestudent Hans Hagen kennen, met wie ze trouwde en in 1934 naar Nederland kwam. Gelukkig werden ze niet. Over de redenen zijn zowel Jonker als biograaf Miedema terughoudend.

Miedema schrijft: 'In ieder geval spelen hardnekkige vermoedens over Hans' seksuele geaardheid een rol, vermoedens die allesbehalve worden weggenomen door zijn passieve opstelling in de echtelijke sponde, of door het gerucht dat hij soms wordt aangetroffen in een zekere sector van het Haagsche Bos, niet ver van hun huis.'

En in Margots oude handen zingt de cello, de kleine 7/8ste Gavigniès die ze ooit samen met Kees Preuyt heeft uitgezocht, over de verboden liefde en het onvervulde verlangen van weleer. Margot begeleidde de elf jaar jongere Preuyt bij zijn cello-examen. Hij werd een huisvriend, ze gingen met z'n drieën naar de Zwitserse bergen - het echtpaar Hagen en de eenling Preuyt.

'Wij moeten ook gauw weer wat musiceeren en wij mogen elkaar nooit adieu zeggen, lieve Poekie', schrijft Preuyt aan Margot. Zij twijfelt tussen een leven met Hans, met Kees, of terugkeren naar Zwitserland. De oorlog beslist. Het Haagse Statenkwartier wordt Sperrgebiet en de bewoners moeten weg.

Hagen vertrekt naar familie in Hilversum, Margot vindt woonruimte in het centrum van Den Haag. Preuyt (zijn huis in de Doornstraat is gevorderd) woont aanvankelijk in het Bezuidenhout, maar wordt door het geallieerde bombardement in 1944 letterlijk in het huis en in de armen van Madeleine Margot gedreven. Hagen hertrouwt, Preuyt en Margot trekken na de oorlog in het huis in de Doornstraat. 'De cello', zegt Jonker, 'symboliseert de beste tijd van haar leven, namelijk de tijd dat ze met Kees samen was.'

Zaterdag zong haar Gavigniès weer. Nu in de handen van cellist Stefan Metz, tijdens de officiële presentatie van de Société Gavigniès. Het is een sober 'in memoriam', van kale dalende toonladders, gesmoord door een hotelsourdine. De Hongaarse componist György Kurtág componeerde het in 1997 voor een overleden vriend, toen hij drie jaar lang op uitnodiging en kosten van de Société in Amsterdam woonde.

Zo sober als het 'in memoriam' is geschreven, is het leven van Margot. Maar op een goeie dag (ze woont dan al in een verpleeghuis), tijdens een van de theevisites, vertelt ze Renee Jonker over haar ideeën voor een trust. Ze heeft geld. Ze weet niet wat ze ermee moet doen. Haar soberheid, denkt Jonker, is voor een groot deel geworteld in haar besluiteloosheid. Je kunt geen geld uitgeven als je niet weet waaraan. Haar bankier en de notaris stellen duidelijk dat dan bij haar overlijden het hele vermogen aan de staat zal toekomen. 'Doe iets met cultuur', adviseren ze.

'Renee, zou jij dat niet willen organiseren?', vraagt Margot. Jonker, gepokt en gemazeld als organisator en artistiek leider van eerst de Slagwerkgroep Den Haag en later het Asko Ensemble, denkt nog in de orde van een jaarlijks muziekprijsje en een klein bestuur dat één keer per jaar bijeenkomt. Ruim een half jaar na het overlijden van Margot, op 7 november 1997, dringt heel langzaam de omvang van het vermogen door tot hem en de bestuursleden (onder wie opera-intendant Pierre Audi, dirigent Riccardo Chailly, later versterkt met directeur van het Haags Gemeentemuseum Hans Locher).

Mil-joe-nen. Langzaam binnengestroomd uit alle beleggingen en erfenissen die bij Madeleine Margot als langstlevende in een familie zonder nazaten hun natuurlijk eindpunt vonden. Hoeveel precies wil Jonker niet kwijt: 'Je vraagt een dame ook niet hoeveel haar juwelen hebben gekost.'

'Maar wat vindt u dan zelf?', vroeg Jonker keer op keer bij de gesprekken over de invulling en de doelstellingen van het fonds. De Société richt zich, zo wordt besloten, op de terreinen die altijd de levendige interesse van mevrouw Margot hebben gehad: kamermuziek, educatie, grensoverschrijdende projecten, erfgoed.

Het resulteert in een project dat punt.Comp heet: musici worden getraind door de educatieve staf van London Sinfonietta in het geven van compositiecursussen aan kinderen en leken. Er is de Droomfabriek, die onlangs de droom van Audi en Jonker verwezenlijkte waarin de acht musici in Viviers opera Kopernikus net zoveel repetitietijd kregen als de zangers om hun partijen uit hun hoofd en acterend op het podium uit te voeren. Er is het Madeleine Margot Stipendium, voor buitengewoon begaafde, niet-Europese studenten die hun studie niet kunnen betalen.

En er is zaterdagmiddag in de zonnige tuin, bij de officiële presentatie van de Société Gavigniès, ook die ene uitzondering, die nergens inpast, waarvoor geen fonds bestaat en waarvoor niemand aanvankelijk een oplossing wist. Wat moet je met zo'n superbegaafde jongleur die z'n hele achttienjarige leven niets anders wil dan circusartiest worden? Renee Jonker is nog steeds trots op de uitweg die ze hebben gevonden. Menno van Dijken is niet zomaar een jongleur, hij is een bijzonder muzikale jongleur. Dus krijgt hij daarom een beurs voor de circusschool in Parijs.

Goed zo.

Niek Miedema: De hoge lucht. Het leven van Madeleine Margot. Uitgeverij Thoth, Bussum, fl 39,50. Société de Gavigniès: www. gavignies.com.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden