Ode aan de bergen

Fantasieloze chalets en betonnen skidorpen: wintersport en architectuur lijken niet goed samen te gaan. Maar er gloort hoop.

Besneeuwde bergtoppen, uitgestrekte valleien, glinsterende gletsjers en robuuste rotspartijen. Je zou zeggen dat in de bergen alle ingrediënten aanwezig zijn om een architect te inspireren en met iets prachtigs te komen. Toch is het beeld van een gemiddelde wintersportvakantie: chalets - soms charmant, maar vaker fantasieloos en kneuterig, gedecoreerd met macramé wandkleden. En verder: rücksichtslos op de berg gekwakte betonnen skidorpen die vooral als doel hebben zo veel mogelijk mensen in een gebouw te proppen. Skiliften die als parasieten bezit hebben genomen van de bergruggen. Over alles aan een skireis is door ontwerpers nagedacht - van de carved vorm van de ski's en de prints op snowboards, tot aan de kleur en snit van de ski-outfit en de in speciale flesjes gebottelde après-ski drankjes. Behalve over de gebouwen. Wintersport en architectuur lijken niet samen te gaan.


Maar er gloort hoop tussen de bergen. Want uit de sneeuwhellingen is de afgelopen jaren, eindelijk, een nieuw soort architectuur ontsproten. Letterlijk. Een architectuur die zich niet langer opdringt aan de natuur, maar zich naar het landschap wil voegen. Die de schoonheid van de bergen niet langer teniet doet, maar deze bezingt.


De villa die Bjarne Mastenbroek en Christian Müller in het Zwitserse Vals bouwden, vlakbij de beroemde thermen van architect Peter Zumthor, is zo'n ode aan de bergen. De architecten wilden de woning 'onder het alpentapijt vegen'. Alle aandacht moest uitgaan naar de omgeving en het prachtige uitzicht. De villa is daarom verstopt in de berg, als een 'hobbit huis', zoals de lokale bevolking het noemt. De ingang is via een bestaande oude schuur en een ondergrondse tunnel - een absurde oplossing, vond de lokale bouwcommissie die het plan beoordeelde. Maar toch acceptabel, want dit had niet het gevreesde effect van een 'afwijkend' gebouw tussen de houten chalets.


Steeds meer berggemeenten durven zich op deze manier eraan te wagen: moderne architectuur rond hun traditionele dorpskernen. Ze zien dat architecten met slimme, respectvolle oplossingen komen die het milieu zo veel mogelijk sparen. En, niet onbelangrijk, ze zien dat het toeristen over de streep trekt om naar hun dorp te komen, in plaats van het dorp ernaast.


De trend werd gezet toen in 1999 de Brits-Iraakse sterarchitect Zaha Hadid de prijsvraag won voor een nieuw te bouwen skischans op de Bergisel bij Innsbruck. Haar spectaculaire, gestroomlijnde ontwerp, dat voortbouwt op de topografie van de helling, zette het skigebied in een keer op de kaart. Het publiek kwam van heinde en verre om het bouwwerk te bekijken en om in het café boven in de toren te genieten van het panorama onder het genot van een glas warme glühwein.


Na het succes van de schans werd Hadid gevraagd om ook de nieuwe kabelbaan op de berg te ontwerpen. Dit keer liet ze zich voor de vormgeving van de tussenstations inspireren door de nabij gelegen gletsjer. En opnieuw stond Innsbruck volop in de spotlights. Sindsdien realiseren gemeenten en ontwikkelaars zich wat architecten voor het wintersporttoerisme kunnen betekenen. Steeds vaker organiseren ze prijsvragen voor nieuw te bouwen skischansen, skihotels en skidorpen.


Zo won de Belgische architect Julien De Smedt in 2008 de opdracht om in het Noorse Holmenkollen een nieuwe skischans te bouwen voor het wereldkampioenschap schansspringen in 2011. Een droomopdracht voor een jonge architect. Ook dit gebouw is met zijn prachtig glooiende staalconstructie veel meer dan een 'functionele' helling - het is op zichzelf een reden om de heuvel nabij Oslo te bezoeken. Lonely Planet benoemde Holmenkollen door de komst van de schans zelfs tot een van de top tien bestemmingen in de wereld.


Over een paar jaar wordt het nog lastig om te kiezen. Wordt het Lapland, waar het hippe Deense bureau BIG een nieuw skidorp gaat bouwen, of gaan we toch liever naar de nieuwe Monte Rosa hut bij Zermatt - een futuristische en duurzame 'bergkristal' tussen de rotsen, en volgens bergliefhebbers de coolste trekhut ter wereld.


Om het milieu hoeven we het in elk geval steeds minder te laten. Want de nieuwe bergarchitectuur is niet alleen visueel een met de natuur. In de toeristische industrie is duurzaamheid een steeds sterker verkoopargument. Zodoende zijn de nieuwe hotels en appartementen in toenemende mate gebouwd met milieuvriendelijke materialen, zoals lokaal gekapt hout, en wordt er met het oog op de smeltende gletsjers meer aandacht besteed aan energiegebruik en watervoorziening.


Het meest extreme voorbeeld is het North slope hotel, een idee van architect Michael Jantzen, een ecologisch hotelannex skihelling, werkend op energie van windturbines en zonlicht. De helling is bekleed met een speciaal materiaal, waardoor sneeuw niet meer noodzakelijk is, en je ook in de zomer kunt skiën. De sneeuw die wel valt wordt, net als het regenwater in de zomer, verzameld en hergebruikt in het hotel. Zelfs de energie die door mensen wordt gegenereerd op de fitnessapparaten in de ecogym wordt omgezet in elektriciteit.


Een utopie? Nog wel, want Jantzens concept 'wacht nog op een opdrachtgever'. Maar het zou zomaar kunnen dat we in de toekomst skiën op deze door mensen gemaakte berg.


Koutalaki skidorp, Levi (Finland) Architect: BIG

Eind vorig jaar won het Deense bureau BIG de competitie voor een nieuw dorp in het Finse skiresort Levi, dat hotels, een congrescentrum, villa's en appartementen omvat. Architect Bjarke Ingels wilde 'in plaats van een ontwerpoplossing die omgaat met sneeuw door het omver te spitten of te verplaatsen, een dorp creëren dat de potentie van de sneeuw ten volle benut'. Zodoende zijn de gevels van de gebouwen zo ontworpen dat de sneeuw zich eraan kan hechten; de architectuur wordt onderdeel van het landschap. De gekromde daken passen niet alleen goed in de omgeving, maar zijn ook daadwerkelijk onderdeel van de skiroutes: vanuit je appartement ski je via het dak zó de piste op. In de zomer, wanneer vooral wandelaars en klimmers naar Levi komen, worden de daken begroeid door planten en kun je er op picknicken.


Villa Vals (Zwitserland), 2009 architect: SeARCH & CMA design: Bjarne Mastenbroek & Christian Müller Foto: Iwan Baan Informatie en boekingen: villavals.ch

Architecten Bjarne Mastenbroek en Christian Müller waren verbaasd dat in de mooie ongerepte natuur van Vals vergunningen worden afgegeven om nieuwe huizen te bouwen. Met hun ontwerp voor Villa Vals wilden ze laten zien hoe architectuur het landschap in zijn waarde kan laten en desalniettemin modern, ruimtelijk en comfortabel kan zijn. Het enige zichtbare deel van het ondergronds gebouwde huis is de patio die in de berg is aangelegd en waaraan een grote, licht hellende gevelwand is gemaakt, met ramen die een spectaculair uitzicht bieden en veel licht binnenlaten. Extra bijzonderheid is de inrichting van de villa: het interieur is een soort toonzaal van Dutch design, met werk van onder anderen Hella Jongerius, Marcel Wanders, Claudy Jongstra en Vitra.


Skischans, Holmenkollen (Noorwegen), 2010 Architect: JDS Architects

Omdat de oude skischans volgens de internationale skifederatie 'te klein' was om de wereldkampioenschappen schansspringen van 2011 in Holmenkollen te laten plaatsvinden, besloot de Noorse stad een nieuwe te bouwen. Het ontwerp van Julien De Smedt is niet zomaar een sportvoorziening, maar een nieuw baken dat een breed publiek moet aantrekken. De crux van het ontwerp is dat alle vereiste voorzieningen die normaal gesproken her en der op het terrein lagen (lobby, vip-rooms, kleedruimten, souvenirwinkel enz.) in een krachtig gebaar zijn vormgegeven. 'Kers op de taart' is het platform bovenop de 58 meter hoge schans, vanwaar ook niet-skiërs kunnen genieten van het uitzicht.


Skihut, Ål (Noorwegen), 2012 Architect: Fantastic Norway

De klant wilde een skihut waarop hij daadwerkelijk zou kunnen skiën, sleeën en picknicken. De architecten van Fantastic Norway ontwierpen het huisje daarom als onderdeel van het landschap: de schuine daken van het gebouw geven wind en sneeuw vrij spel waardoor deze fungeren als kleine 'skihellingen'. Het project, gesitueerd in het het berggebied Ål, zal deze zomer worden gebouwd.


Edel Weiss appartementen, Katschberg (Oostenrijk), 2009 Architect: Matteo Thun Informatie: edelweiss-residences.com

Hoogbouw in de Bergen - de Oostenrijkse overheid is er niet happig op. De gedachte is dat flats hoe dan ook een breuk vormen met de traditionele houten chalets en het landschap vooral ontsieren. De Italiaanse architect Matteo Thun laat zien dat het ook anders kan. In zijn ontwerp voor de twee woontorens Edel en Weiss, gebouwd op de top van de Katschberg Pass, verenigt hij de behoefte aan een nieuw landmark dat aantrekkingskracht uitoefent op toeristen met de wens de natuur zo veel mogelijk te sparen. De voetafdruk van de torens werd zo compact mogelijk ontworpen - rond dus - en ook de benodigde voorzieningen zijn zo veel mogelijk in de gebouwen geïntegreerd waardoor geen nieuwe infrastructuur aangelegd hoefde te worden. De architectuur is onmiskenbaar modern, maar de toegepaste materialen - lokaal gekapt hout - zijn traditioneel. Het complex wordt verwarmd door de nabijgelegen biomassa-energiecentrale.


Nieuwe Monte Rosa hut, 2010 Ontwerp: ETH i.s.m. Beath & Deplazes Architekten Informatie en reserveringen: neuemonterosahuette.ch

De nieuwe Monte Rosa berghut nabij Zermatt is een gezamenlijk project van de technische hogeschool in Zürich (ETH) en de Zwitserse Alpinistenvereniging SAC met als doel de 'berghut van de toekomst' te realiseren, een duurzaam en innovatief gebouw dat het ongerepte berglandschap, met uitzicht op de Matterhorn, zo min mogelijk aantast.


Behalve dat de trekhut met milieuvriendelijke materialen is gebouwd, draait het ontwerp vooral om het duurzame gebruik van energie en water. De stroom wordt geleverd door de PV-panelen op de zuidelijke gevel, warm water wordt verkregen met behulp van zonnecollectoren. In de waterbehoefte wordt voorzien door smeltwater uit de directe omgeving op te slaan.¿Dit water wordt na gebruik weer gefilterd en opnieuw gebruikt om de toiletten door te spoelen en te wassen.


Hoewel de combinatie skiën en bouwen tot voor kort weinig architectonisch interessants heeft voortgebracht, was er in de jaren '40 van de vorige eeuw al een ontwerper die vernieuwing bracht in de bergen. De Italiaanse architect Carlo Mollino (1905-1973) was gefascineerd door alles met een curve: vrouwelijk naakt, race-auto's en de sporen van skiërs in de sneeuw. Mollino, zelf een fanatiek skiër, fotografeerde die sporen veelvuldig en verwerkte de rondingen onder meer in zijn ontwerp voor Casa sull'altopiano in Sauze d'Oulx nabij Turijn - een van de eerste 'moderne' chalets. Het houten volume plaatste hij op een betonnen sokkel, waardoor het lijkt te zweven boven de grond. De vorm van de skisporen zijn duidelijk herkenbaar in het organisch gevormde balkon.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden