Octopus Cocteau: 'Ik ben een leugen die de waarheid spreekt'

Jean Cocteau was zich ervan bewust dat het publiek in hem zag wat hij niet was. Hij noemde zichzelf een 'arme van geest'....

Jean-Paul Sartre heeft ooit over Albert Camus gezegd: 'We hadden ruzie, dat is een vorm van bij elkaar zijn.'

Sartre zocht ruzie. Hij vond dat mensen die geen ruzie maakten eigenlijk niet deugden. Toch heeft uitgerekend híj de mooiste necrologie van Camus geschreven, een postuum eerbetoon aan de vriend met wie hij na 'een intellectuele rel' gebrouilleerd was, maar van wie hij hield.

Zo iemand als Jean Cocteau, die eeuwige jeune premier, zei Sartre, was een slappeling, een charmeur die zowel zijn vrienden als zijn vijanden liefhad. Daar hield Sartre niet van. Cocteau, wiens tekeningen en schilderijen nu in het Casino van het Belgische Spa hangen, onder een baldakijn van velours en plafondschilderingen, maakte nooit ruzie. Hij was geen Sartre, ook geen Camus, maar een estheet.

Hij vergeleek zich met Beau Brummel, de vermaarde Engelse dandy. Die zei tegen een jongeman die hem complimenteerde vanwege zijn elegante verschijning bij de Derby in Epsom: 'Dan kan ik niet elegant zijn geweest, aangezien u mij hebt opgemerkt.' Zo'n type was Cocteau, beminnelijk en attent. Toch hield niet iedereen van Cocteau. Het bloed van Louis Aragon begon te koken zodra zijn naam viel. Hij had, zei Aragon, een grondige hekel aan die Cocteau. Wat hij deed, zei hij, was een maniertje. Het was een fletse en protserige dandy.

Toch heeft Cocteau veel bewonderaars en uiteindelijk gaat niet Sartre maar hij nog over de tongen. Op de expositie in Spa liggen in vitrines foto's van hem, als académicien met de speciaal voor hem door het Maison Cartier vervaardigde degen, Cocteau in het gezelschap van Pablo Picasso of de Belgische koningin Elisabeth.

Hij had het voorkomen van een eeuwige jonkman. Een tengere verschijning, met hoekige schouders, een gedrongen maar altijd opwaarts geheven hoofd met beweeglijke en levendige ogen. 'Hij had erg veel charme', herinnert de schrijver Emmanuel Berl zich hem in zijn lange interview met Patrick Modiano, Interrogatoire, suivi de Il fait beau, allons au cimetière. 'Hij was buitengewoon ad rem.' Hij was een charmeur en tegelijk een jonker. Bezoek ontving hij altijd in de keuken, gehuld in een witte ochtendjas.

'Hij schreef aan zijn keukentafel', zegt Berl die hem bijna elke ochtend in de rue Montpensier na de boodschappen naar zijn keuken vergezelde. Wanneer hij zijn koffie met melk dronk, legde hij zijn papieren op de tafel en daar schreef hij al zijn brieven en soms zelfs zijn boeken. 'Hij kreeg op den duur een soort sympathie voor me', verzucht Berl in 'het verhoor' van Modiano, 'zoals je die hebt voor mensen die jou als kind hebben gekend en waarvan er steeds minder overblijven.'

Cocteau was een duivelskunstenaar, een octopus, een alles-kunner. Waar je ook keek, overal zag je zijn tentakels. Hij schreef gedichten, romans en toneelstukken, balletten, regisseerde films, tekende en schilderde. Hij was dichter in alles. 'Ik ben er ooit van beschuldigd van de ene tak naar de andere te springen', heeft hij gezegd. 'Natuurlijk was dat zo, maar dan wel op takken van een en dezelfde boom, de boom van de poëzie.' Alles was bij hem poëzie: poésie de roman, poésie de théâtre, poésie critique, poésie graphique en poésie cinématographique - zelfs poésie plastique.

De schilderijen en tekeningen in het Casino van Spa, het beroemde kuuroord en speelhuis waar Multatuli en Tsaar Peter kwamen, tonen de veelzijdigheid van Cocteaus oeuvre. In een apart kabinetje hangen zijn erotische tekeningen, wellicht de meest bekende werken van Cocteau. Op de tentoonstelling zijn ook portretten te zien van hem, geschilderd door een veel minder begaafd schilder, Cocteaus levensgezel Edouard Dermit.

Cocteau zelf was geen vernieuwer. Hij heeft geen uitgesproken persoonlijke stijl. In veel van zijn schilderijen herken je Man Ray of Giorgio de Chirico, voor wie hij een grenzeloze bewondering had. Cocteau schilderde met diezelfde virulente kleuren. Zijn taferelen hebben eenzelfde unheimische atmosfeer. Het zijn poëtische en raadselachtige schilderijen, haast 'Lautréamontse' Spielereien, toevallige ontmoetingen van de meest uiteenlopende figuren en voorwerpen.

De ondertitel van zijn film Le testament d'Orphée luidt: 'Vraag niet waarom'. Het is in een notendop waar het bij Cocteau om draait. De film, zei Cocteau, is 'een striptease van de ziel'. Hij is als het ware de psychiater van zichzelf. Hij onthult zijn ziel, in zijn eigen woorden 'een schaduwgebied, waarin de realiteit gaat lijken op de absurde nauwgezetheid van de droom en waarin de intelligentie, onze ergste vijand, haar controlerende macht niet uitoefent en het beste in de mens niet bederft'.

'Laten wij, omdat deze raadsels ons begrip te boven gaan, doen alsof wij er de hand in hebben', zei Cocteau ooit over 'kunstzinnige verschijnselen'. Misschien waren zijn onfeilbare gevatheid, zijn buitengewone verbale begaafdheid en zijn flair zijn voornaamste eigenschappen. Hij kon het raadsel van het bestaan door zijn ongekende retorische talent nog vergroten. Berl vroeg hem een keer een tekening 'met tekens van de dierenriem en een beetje astrologische, talismanachtige dingen'. Cocteau maakte zo'n tekening. Maar Berl verprutste bij het fixeren het kunstwerkje. Alles begon door elkaar te vloeien.

Toen hij later Cocteau vroeg wat hij met de tekening moest doen, zei zijn vriend: 'Wacht even. Laat me een kwartier alleen.' En na een kwartiertje had hij het geklaard. 'Zie je, het ziet er beter uit dan daarnet', zei Cocteau. Hoe groter de problemen waren waarvoor je hem stelde, meent Berl, hoe beter hij zich eruit redde.

De schrijfster Colette, van wie hij een prachtig portret heeft gemaakt, dat in Spa op de expositie hangt, beweerde dat ze veel ontzag had voor 'ce jeune homme immatériel'. Cocteau was een aangenaam causeur, iemand die hield van bon mots en altijd zijn bewondering uitsprak over wat anderen deden. Hij maakte deel uit van het literaire Parijs. Hij sloot vriendschap met de beroemde dichter en romanschrijver Raymond Radiguet. Voor hem schreef hij gedichten. Maar Radiguet stierf op twintigjarige leeftijd aan tyfus, waarschijnlijk opgelopen bij het eten van oesters.

'Voor mij was de dood van Radiguet een operatie zonder verdoving', schreef Cocteau. Hij vluchtte weg uit Parijs, naar de paradis artificiels van het opiumsnuiven. Hij rookte de opiumpijp om te vergeten. 'Ik zocht zelfmoord en nam gigantische doses.' Zes keer zal Cocteau een ontwenningskuur volgen. De dood achtervolgde hem.

De belangrijkste ontmoeting in zijn leven is echter die met de comtesse Anna de Noailles. Zij was, net als Cocteau, een uitgesproken hypochonder die voortdurend, liggend op haar bed, brieven schreef aan haar talrijke vrienden, waarin ze aankondigde dat ze spoedig zou sterven. Cocteau kon met het door haar gefourneerde geld zijn bekende film Le sang d'un poète maken. Na het zien van de Russishe balletten van Diaghilev begon hij libretto's voor ballet te schrijven. Zijn Parade, dat hij samen met Erik Satie en Picasso maakte, was een succès de scandale. Later maakte hij Les Mariés de la Tour Eiffel, een ballet niet alleen op muziek maar ook op tekst, een dialoog tussen twee luidsprekers. Het stuk opende met een onvergetelijke en dolkomische struisvogeljacht op de Eiffeltoren.

De surrealisten hielden niet van het werk van Cocteau. Ze vonden hem een rare snuiter die meer op sensatie uit was dan op het scheppen van een degelijk oeuvre. Het heeft hem veel verdriet gedaan. André Breton wierp hem zijn gebrek aan authentieke diepgang voor de voeten. 'Hij verweet hem zijn drukdoenerij', zegt Berl, 'hij verweet hem met name ook Parijs. Breton, een knul uit Nantes en zoon van een politieagent, was onhandig. Dus ergerde het hem wanneer hij zag dat Cocteau zich ten huize van Charles de Noailles zo op zijn gemak voelde. Het was meer zo dat Cocteau Charles de Noailles ontzag inboezemde en imponeerde. En dat hebben de surrealisten zich aangetrokken, omdat Charles de Noailles degene was aan wie ze hun schilderijen verkochten en van wie ze voor een deel hun centen kregen.'

Misschien heeft Breton wel gelijk. De persoonlijkheid van Cocteau kwam niet uit boven het formaat van een kunstenmaker, een geniaal acrobaat. Hij was een behendig koorddanser, die 'zijn fouten met zoveel kunst wist te verpakken dat men alleen nog maar gevoelig was voor hun futiliteit, wat hem gered heeft.' Cocteau zelf was er zich van bewust dat het publiek in hem zag wat hij niet was. Hij was, zei hij, een 'arme van geest', een kind van le royaume des simples d'esprit. Mensen als Sartre hebben Cocteau nooit kunnen luchten. Volgens Sartre stak hij voortdurend stokken tussen de wielen en verstoorde hij als een soort behendige kwajongen het maatschappelijk verkeer.

'Hij is mijn favoriete kop van Jut', zei zijn vriend Pablo Picasso, die hem - zoals zoveel anderen - als een voetveeg behandelde. Cocteau was een danseur dans la bataille, een behendige kunstenmaker op het slappe koord van het avontuur.. 'Je suis un mensonge qui dit toujours la vérité', zei hij, 'ik ben een leugen die de waarheid spreekt'. Kun je, kijkend naar zijn tekeningen en schilderijen, of lezend, wel vat op hem krijgen? In zijn bekende Opium vroeg hij zich af hoe mensen het leven van dichters kunnen beschrijven, 'omdat dichters zelf al niet in staat zijn hun eigen levens op te schrijven'. Er zijn, zegt Cocteau, te veel mysteries, 'te veel echte leugens, te veel verwarrende knopen'.

Aan het eind van zijn leven - Cocteau stierf in 1963 in zijn huis in Milly-la-Forêt - schreef hij 'mijn testament voor het jaar 2000'. Daarin noemt hij de poëzie 'een soort hogere wiskunde'. Je moet die geheimzinnige taal leren, zegt Cocteau, die de taal is van de poëzie. 'En ik geloof dat er wel enige kans is dat u die taal te pakken krijgt, terwijl zoveel andere dingen, die belangrijker lijken, ons ontgaan. Dichters beschikken over een grootse techniek. Poëzie is, zoals ik u al zei, een soort hogere wiskunde, iets als een opperste taal.'

Op zijn graf staat, in zijn eigen handschrift: 'Je reste avec vous.' Hij was altijd bang zijn vrienden te verliezen. Zijn leven was een gevecht met de dood. In alles wat hij deed speelden de angst voor de dood en het verlangen dood en ouderdom te overwinnen door de liefde mee. Zijn bekende sprookjesfilm La Belle et la Bête toont een monster, zegt de Cocteau-vertaler Theo Festen, 'hunkerend naar liefde'. Wie het monster kust, krijgt een beeldschone jonge prins te zien. Het loopt als een rode draad door leven en werk van 'de duizendpoot' Cocteau, 'Orpheus op zoek naar Eurydice, die hij uiteindelijk toch aan de dood moet afstaan'.

De uitgever Jean Denoël vertelde hoe Cocteau, in delirium, hem steeds aankeek en mompelde: 'Gallimard, Jouhandeau. Marcel, Gaston.' Vriendschap en werk, dat was zijn hele leven. Hij vreesde de dood van de anderen, zijn dierbare vrienden, niet zijn eigen sterven.

De begrafenis van Jean, schreef Marcel Jouhandeau in zijn dagboek, 'kwam als een troost na zijn dood'. Het was een apotheose. 'Nooit heb ik om eenzelfde hart zoveel vrienden, zoveel bloemen, zoveel tranen bij elkaar gezien, onder een zo stralende zon, op een zo grandioze dag.' Bij de met zwart omfloerste kist las de eerwaarde Pater Martin een gedicht van de overledene voor. 'Niets werd hem onthouden', memoreert Jouhandeau. 'Zijn dorp, het Vaderland, de Kerk, de Académie, grijsaards en jongelui, de groten van deze wereld en de armen verdrongen elkaar bij de kist.' De bloemstukken bij zijn doodskist hadden iets van een gedicht, harpen van rozen en paletten van veldbloemen, fleurig en kleurrijk zoals zijn schilderijen. 'Wat een geluk voor Jean, de tovenaar waardig die hij was, dat hij aan het kerkhof ontsnapte! Wat een uitzondering! Chateaubriand en hij. De een in de zee, de ander in de aarde van Milly. Wat een prestatie' Hij ligt begraven vlakbij het door hem zelf beschilderde kapelletje van Milly-la-Forêt.

De dag van zijn overlijden, de dag dat Edith Piaf stierf, voor wie hij liedjes schreef, sprak hij 's ochtends nog met journalisten over La Grande. In de kranten, waar met grote koppen haar dood op de voorpagina's stond aangekondigd, verscheen de volgende dag een klein 'nagekomen bericht' over de dood van Cocteau. 'Wat een leegte', noteerde Jouhandeau in zijn dagboek. 'De aarde wordt langzamerhand onbewoonbaar. Alles wat de wereld had aan harmonie, aan fantasie brokkelt af, verdwijnt.'

Jean Cocteau. Tot en met 1 september in het Casino van Spa. Catalogus Bfr. 700,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden