Obsessie met tijd vergalt marathon

De voorjaarsmarathons staan voor de deur. Duizenden recreatieve lopers staan klaar voor wat zomaar de grootste fysieke prestatie uit hun leven kan zijn. Voor het gros loopt dat uit op een deceptie. Ze lopen niet de tijd 'die ze in gedachten hadden'. Oorzaak: de obsessie met tijd. Zonde. Laat dat horloge thuis. Loop met je lijf en niet met de klok.


De marathon kan een mooie ontdekkingstocht zijn maar hij wordt om zeep geholpen door het klokje dat negen van de tien lopers bij zich hebben. Maanden, jaren soms hebben ze getraind met schema's waarin afstanden en snelheden zorgvuldig zouden zijn gecombineerd tot een doorwrocht en onvermijdelijk tot succes leidend programma. Op D-day weten ze tot op de seconde nauwkeurig hoe hard het elke kilometer moet gaan. Afstandsaanduidingen, parcoursklokken en het eigen (gps-)klokje vertellen op elk gewenst moment of de doelstelling wordt gehaald.


Het overgrote deel van de deelnemers laat vervolgens zijn plezier hierdoor vergallen. Elk ijkpunt wordt voorafgegaan en gevolgd door eindeloze reeksen berekeningen, scenario's en fantasieën rondom de eindtijd. Die houden het brein in gijzeling. Terwijl er gelopen moet worden, verliest de loper zich in een neurotisch tellen, urenlang.


Dit is geen ontspannen of anderszins plezierige gemoedstoestand. Bovendien is het een volstrekte verspilling van energie. Bij de start van de marathon staat al vast hoelang de loper die dag over de 42,2 kilometer zal doen. Hij kan niet meer trainen, hij kan niet meer rusten, hooguit kan hij nog iets verpesten met drank en voeding onderweg. En voor de rest bepalen de weersomstandigheden de mogelijkheden. Maar ook daar is niets aan te doen.


Voor de rest komt het neer op de gave van concentratie. Ontspannen 'gaan met die banaan' - met een leeg hoofd - geeft dan de grootste kans op een maximaal resultaat, maar in plaats daarvan verspilt de loper energie aan urenlange hersenspinsels die niets met voortbewegen te maken hebben. Waarmee de kans op 'falen' toeneemt. Energie die je besteedt aan gepieker kun je niet besteden aan het lopen.


Die fixatie op tijd zou nog niet zo erg zijn als het pure verveling was, als je echt niks anders te doen zou hebben onderweg. Maar dat is niet zo. Wie het maximum eruit wil halen op de marathon maakt werk van de verdeling van zijn krachten en besteedt daar onderweg alle aandacht aan. Dat doe je door de reacties van je lijf op je tempo serieus te nemen en je tempo daarop aan te passen - bijna voortdurend.


Het is een jammerlijk misverstand dat je op een klokje moet kijken om te bepalen wat voor jou het juiste tempo is. Dat tempo moet je namelijk voelen in je benen. Dat is niet gemakkelijk, maar daarom moet je ook zoveel trainen voor een marathon. Toch is het nog niet te laat: gooi dat horloge weg, loop met je lijf.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.