Obligaties waren toch een goede keus

Geheel tegen de verwachting in presteerden obligatiefondsen in het eerste kwartaal beter dan aandelenfondsen. Toch waren er weinig analisten die aanraadden er meer geld in te steken.

Begin dit jaar zongen analisten in koor: aandelen gaan het helemaal maken dit jaar. Aandelen hadden al een uitstekend jaar achter de rug (15 procent koerswinst), maar er zou nog meer in het vat zitten. Obligaties zouden daarentegen alleen maar minder waard worden als gevolg van een oplopende rente. De aantrekkende economische groei zou de motor zijn achter die rentestijging.


Deze voorspellingen zijn (nog) niet uitgekomen. Aandelen daalden het eerste kwartaal wereldwijd zo'n 1 procent in waarde. Opkomende markten verloren zelfs dik 5 procent in drie maanden. Een belangrijke oorzaak zijn de spanningen rond Oekraïne, die beleggers kopschuw hebben gemaakt.


Obligaties waren dit eerste kwartaal juist een goede keus geweest. Fondsen die staatsleningen beleggen, stegen met 2 tot 3 procent. De staatsleningen van Italië (4,5 procent), Spanje (5,2) en Griekenland (19), die helemaal uit de gratie waren vanwege de eurocrisis, lieten zelfs de mooiste rendementen zien.


De waardestijging van de obligaties is vooral te danken aan de daling van de rente. De rente op Duitse 10-jarige staatsleningen zakte met zo'n half procentpunt naar 1,55 procent. Obligaties stijgen in waarde als de rente daalt, omdat de rentevergoeding van deze leningen gefixeerd is. Als nieuwe obligaties tegen een lagere rente worden uitgegeven, worden bestaande leningen meer waard.


Net als bij aandelenfondsen zijn bij obligatiefondsen actieve en passieve beleggers te vinden. Actieve beleggers claimen dat ze door slim te beleggen een hoger rendement halen dan de index. Passieve beleggers geloven niet dat het lukt op de langere termijn de index te verslaan: ze leggen de nadruk liever op lage kosten.


Niels Faassen, analist bij fondsenonderzoeker Morningstar, ziet enerzijds fondsen de stap naar passief beleggen maken en anderzijds fondsmanagers die juist actiever worden. De laatste groep durft wat meer af te wijken van de index. De index bij obligaties is een mandje leningen die volgens een vaste formule is samengesteld. Fondsbeheerders die dicht bij de benchmark of index blijven, krijgen het verwijt indexknuffelaars te zijn. Ze brengen wel de kosten voor actief beheer in rekening, maar gedragen zich als een passieve belegger.


'Enkele actieve fondsen zijn overgestapt naar een passieve beleggingsstijl', zegt Faassen. 'Voorbeelden zijn het BNP Paribas Euro Government Bond Index Fund en Kempen Global Sovereign Fundamental Index Fund.' Het buitenspel zetten van de fondsmanager leidt direct tot lagere kosten. De kosten van deze fondsen zijn met circa 0,4 procentpunt gedaald. Dat lijkt weinig, maar bij obligatiefondsen die doorgaans 3 tot 4 procent rendement boeken, hebben de kosten een relatief grote impact op het rendement dat de klant in handen krijgt.


ASN Duurzaam obligatiefonds is volgens Faassen ook een fonds dat passief is geworden. Het fonds volgt een benchmark waarbij onder meer wordt gelet op duurzaamheid van landen en de terugbetaalcapaciteit. ASN is het niet eens met Morningstar en laat weten dat het wel degelijk een actief fonds is.


Tegenover de passieve fondsen staan obligatiefondsen die alle schroom van zich afwerpen en kiezen voor een avontuurlijker aanpak. 'Fondsmanagers proberen een hoger rendement te boeken door verder af te wijken van hun benchmark. Een voorbeeld is het Robeco Euro Government Bond. Dat fonds heeft 60 procent belegd in staatsleningen van Italië, Spanje en Ierland', zegt Faassen.


Het Delta Lloyd L Bond Euro kiest voor een andere actieve aanpak. 'Dit fonds gebruikt de Europese benchmark alleen als referentie voor het risico dat mag worden genomen, maar belegt ook buiten Europa. Zo heeft het obligaties van Costa Rica, Zuid-Korea en Marokko in portefeuille. De valutarisico's zijn afgedekt', aldus Faassen.


De fraaie rendementen op obligaties zeggen niets over de toekomst. Analisten die je aanraden meer geld in staatsleningen te steken, zijn zeldzaam. De verwachtingen zijn niet al te hooggespannen. De rente zal, denken analisten, op den duur weer gaan stijgen als de economische groei aantrekt en de centrale banken de rentetarieven verhogen. Dat duwt de waarde van obligaties naar beneden.


Op de lange termijn leveren obligaties waarschijnlijk weinig op. Pensioenfondsen die grote porties obligaties in portefeuille hebben, mogen vanaf volgend jaar bij hun berekeningen een jaarrendement van 2,5 procent hanteren. Dit heeft een door de overheid ingestelde commissie vorige week bekendgemaakt. Vier jaar geleden mochten fondsen nog 4,5 procent gebruiken in hun sommen.


Op internet beantwoordt Reinout v geldvraag@volkskrant.nl an der Heijden vragen van lezers op www.volkskrant.nl/geldvraag Zelf een vraag?:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden