'Obamania in Nederland ligt aan de Republikeinen'

De Nederlandse media zijn niet collectief verliefd op Barack Obama. Het komt vooral door de opvattingen van de Republikeinen zelf dat Nederlanders massaal Obama steunen, schrijft Adriaan Andringa. 'Binnen een Nederlands sociaal-maatschappelijk paradigma zijn Republikeinen zo extreem dat ze voor veel Nederlanders gewoon gek zijn.'

Supporters van president Obama. © Reuters. Beeld
Supporters van president Obama. © Reuters.

In 2008 zou ongeveer 80 procent van de Nederlanders op Obama en niet op John McCain gestemd hebben als ze de kans hadden gekregen, terwijl maar 53 procent van de Amerikaanse bevolking dat deed. In een opiniestuk op vk.nl, en met een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam in de hand, beweerde Koen Petersen, schrijver van het gisteren verschenen boek 'Einddoel: Witte Huis', dat dit te wijten is aan partijdigheid van Nederlandse media. Het is een makkelijk stukje retoriek waar ook conservatieve Amerikanen zich graag schuldig aan maken, maar niets is minder waar. Media berichten over kandidaten die aanslaan bij de lezer en de kijker, kandidaten slaan niet aan omdat media over ze berichten.

Petersen legt uit dat Amerika en Nederland historisch gezien veel meer op elkaar lijken dan mensen vaak denken en dat de Republikeinen die in Nederland vaak als gek worden weggezet, veel minder obscuur zijn dan Nederlandse media ons willen doen geloven. Om te beginnen situeert Petersen gemakshalve het ontstaan van Nederland in 1648. Ons land zou zijn ontstaan na een belastingopstand tegen de hertog van Alva. Zo kan Petersen een vergelijking trekken met de Boston Tea Party, terwijl aanzienlijk aannemelijker te maken is dat de Nederlandse oorsprong in 1795 of zelfs 1813 ligt en dat belasting daarin veel minder een rol speelde. Belangrijker is dat juist het cultureel-maatschappelijke verschil tussen Amerika en Nederland ons volk kritisch maakt over Republikeinen.

Christendom
De vrijheid van godsdienst in Amerika waar Petersen hoog over opgeeft, bestaat voornamelijk op papier. Zeker nu dezer dagen de christelijke leiders in de staat South Carolina weer alom aanwezig zijn, blijkt hoezeer Amerikaanse politici, en Republikeinen in het bijzonder, het christendom, en daarbinnen bovendien de meest conservatieve stromingen, naar de mond moeten praten om gekozen te kunnen worden. Zelfs Democraten als John Kerry in 2004 en Barack Obama in 2008 moesten zichzelf expliciet presenteren als toegewijde christenen om serieus genomen te worden. Een mormoon of katholiek als president, dat kan nog bij gebrek aan beter, maar een atheïst is niet bespreekbaar.

Het christendom is leidend in veel van de overwegingen van Republikeinen. Nederlandse verworvenheden als het homohuwelijk, euthanasie en abortus zijn in conservatieve Amerikaanse kringen niet acceptabel. Rick Santorum is de levende verpersoonlijking van moderne homohaat en zal op dergelijke gronden door een groot deel van de Nederlanders nooit serieus genomen worden. Ongeacht wat media van hem vinden.

Er is niets dat Nederlandse media kunnen doen om de SGP aan meer dan twee zetels te helpen. Dat is 1,5 procent van de stemmen. De ideeën van conservatieve Republikeinen, die ook door Mitt Romney naar de mond gepraat moeten worden om de nominatie in de wacht te slepen, zijn het best met de SGP te vergelijken. Zo bezien is de 20 procent die op McCain zou hebben gestemd eigenlijk nog vrij hoog. Binnen een Nederlands sociaal-maatschappelijk paradigma zijn Republikeinen zo extreem dat ze voor veel Nederlanders gewoon gek zijn.

Media

Dat wijzen naar media gebeurt veel. Sarah Palin introduceerde de term lamestream media, Newt Gingrich wees donderdagnacht tijdens het CNN-debat niet naar zichzelf maar naar de rol van media rond de berichtgeving over zijn herhaaldelijke affaires terwijl hij getrouwd was met terminaal zieke vrouwen (Kluun in het kwadraat zeg maar) en Ron Paul en zijn aanhangers klagen al maanden over de gebrekkige of negatieve berichtgeving rond zijn kandidatuur. Voor allen geldt echter dat het hun standpunten, uitspraken en gedragingen zijn die bij de Amerikaanse kiezers en Nederlandse vervolgers vraagtekens oproepen, niet onwaarheden die over ze geschreven zouden worden.

Natuurlijk is het relevant hoe media bepaalde zaken presenteren. Als je twee uitgesproken 'linksmensen' als Prem Radhakishun en Jörgen Raymann verslag laat doen van de Democratische partijconventie, krijg je een hosanna-verhaal. De basis ligt echter bij de kijkers en lezers aan wie Nederlandse media zich menen te moeten presenteren. Als een groter deel van de samenleving open zou staan voor duiding waarin de ideeën van conservatief Amerika worden uitgediept, zouden media daar graag kijkers mee trekken. Ook de publieke omroepen zijn immers, alle nobele initiatieven ten spijt, gewoon de hoer van hun kijkcijfers.

Meningen
Toch zit er een ware boodschap achter het artikel van Petersen. Er zijn te weinig experts in Nederland die zich laten gelden omtrent Amerikaanse politiek. De duiding komt van een select groepje en elk maatschappelijk debat is gebaat bij verschillende en tegenstrijdige meningen. Meer conservatieve Nederlanders zouden van de initiatieven die vooral online bestaan om opinie en achtergronden rond Amerikaanse politiek te verspreiden, gebruik moeten maken. Hoe begrijpelijk het ook is, en niet de verantwoordelijkheid van media, dat Nederlanders in groten getale een voorkeur voor Democraten hebben, ook een ander geluid mag en moet gehoord worden en als Petersen dat wil bieden is hij op DeJaap.nl van harte welkom.

Adriaan Andringa is redacteur van DeJaap.nl en hoofdredacteur van DeJaap's Amerika spin-off de WarRoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden