Obama kan allicht nog wat leren van Bush

Het is leerzaam om nog eens de Nederlandse commentaren te lezen na de tussentijdse verkiezingen van 2006, toen de Democraten na twaalf magere jaren op Capitol Hill de meerderheid in beide kamers van het Congres veroverden. Anders dan nu sprak vrijwel niemand bezorgdheid uit over de impasse die ook toen dreigde tussen het Congres en het Witte Huis, op dat moment bewoond door de Republikein George W. Bush. Nee, het viel juist toe te juichen dat Bush zou worden gekortwiekt door de Democraten.

Op het terrein van de binnenlandse politiek gebeurde dat inderdaad: de laatste twee jaar van Bush' tweede ambtstermijn bleven vrijwel verstoken van memorabele wetgeving. Maar de buitenlandse politiek is een ander verhaal.

Begin 2007 kondigde het Witte Huis de surge in Irak aan: met een extra troepenmacht zou onder leiding van generaal David Petraeus een nieuwe strategie worden beproefd, die met name de soennitische gebieden moest pacificeren. De Democratische leiders wilden er niets van weten, maar Bush hield vast aan zijn plan en uiteindelijk durfde het Congres de benodigde financiële middelen niet te blokkeren. Voor de president was dit een belangrijke politieke zege. Los van de vraag of de hele interventie in Irak wel of niet verstandig was, nam deze door de surge beslist een betere wending.

Het was niet het enige presidentiële wapenfeit. Bush voerde de hulp voor ziektebestrijding in Afrika, met name aids en malaria, substantieel op. En hij ondernam een late, maar serieuze poging om het Israëlisch-Palestijns vredesproces nieuw leven in te blazen. Dat mislukte uiteindelijk, maar hij en minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice kwamen een stuk verder dan John Kerry met zijn uitputtende pendeldiplomatie van vorig jaar.

Ik wil maar zeggen: dat de tegenpartij de touwtjes in handen heeft op Capitol Hill, hoeft niet te betekenen dat de president op het wereldtoneel nog slechts een plaats dicht bij de coulissen kan innemen. Ook Bill Clinton, die vanaf 1994 eveneens aankeek tegen een - allesbehalve coöperatief ingestelde - Republikeinse meerderheid in het Congres, wekte nimmer de indruk dat hij met zeer kleine riemen moest roeien. Ook niet op binnenlands gebied trouwens.

Toch lijkt me de kans klein dat Obama in de laatste twee jaar van zijn presidentschap nog een klinkend internationaal resultaat zal behalen. Om redenen op het persoonlijke vlak en vanwege de ongunstige geopolitieke situatie.

Hoofdredacteur David Rothkopf van Foreign Policy wees er deze week op dat zowel Clinton als Bush zich de nodige moeite had getroost om een persoonlijke band met buitenlandse leiders te smeden. Daar heeft de afstandelijke Obama weinig oog voor gehad. Met als tragisch gevolg dat de man die aan het begin van zijn presidentschap zo ostentatief de hand reikte aan de islamitische wereld, zes jaar later per saldo minder vrienden heeft in het Midden-Oosten dan zijn zwaar bekritiseerde voorganger. Een belletje van Bush naar Mubarak had destijds meer impact dan nu een telefoongesprek tussen Obama en El-Sisi.

Meer in het algemeen is het vermogen van Washington om dingen naar zijn hand te zetten afgenomen - een machtsverlies dat deels valt toe te schrijven aan Obama's wankelmoedigheden, maar zeker niet helemaal, want er is ook zoiets als de Rise of the Rest. Zie de enorme moeite die het kost om tot een akkoord met Iran te komen. Een jaar geleden, met het aantreden van een nieuwe president in Teheran, leek de tijd er rijp voor. De Verenigde Staten wisten zich geruggesteund door de belangrijkste mogendheden. Israël morde met mate.

Maar de hindernis is toch weer hoger geworden doordat Teheran een stille partner is geworden in de confrontatie met Islamitische Staat en zich op grond daarvan in een sterkere onderhandelingspositie kan wanen. Waarmee ook weer de kans toeneemt dat de Republikeinen roet in het eten gooien als er ogenschijnlijk te veel concessies zijn gedaan en het akkoord onvoldoende waarborgen bevat tegen een Iraans kernwapen.

Dus moet Obama het misschien toch eerder hebben van een binnenlands succesje, als het erom gaat zijn bestuurlijke nalatenschap wat meer glans te geven. Voorwaarde is dan dat de Republikeinse voormannen zich niet laten verblinden door hun spectaculaire zege en tot zich laten doordringen wat uit de eerste navorsingen blijkt: dat de triomf gezien de opkomst en de samenstelling van het electoraat echt een tussentijdse verkiezing weerspiegelt en geen garantie biedt voor 2016. Oftewel dat het partijblazoen dan zeer gebaat is met constructievere versierselen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden