Obama had Byzantijnse strategie moeten voeren

Voor de Byzantijnen was oorlog de uitzondering op de regel van omkopen en marchanderen.

In maart 1984 deed ik verslag vanuit de Hawizeh-moerassen in het zuiden van Irak, dicht bij de grens met Iran. De oorlog tussen Iran en Irak was al vier jaar bezig en de Iraniërs hadden net een enorm infanterie-offensief ingezet, dat door de Irakezen met gifgas werd afgeslagen. Ik zag honderden jonge, Iraanse soldaten dood in groepen in het moeras drijven, als poppen, zonder enig uitwendig letsel. Een Iraakse officier prikte in één van de lijken met zijn wandelstok en zei: 'Dat gebeurt er met de vijanden van Saddam [Hussein].' Nu waren deze Iraniërs vijandelijke soldaten die het grondgebied van Irak waren binnengevallen, geen burgers. Maar Saddam zou ook nog vrouwen en kinderen gaan vermoorden met chemische wapens. In maart 1988 bracht hij ongeveer vijfduizend Koerden om met gifgas.


De reactie van de regering-Reagan bestond erin dat zij hem bleef steunen tot de oorlog met Iran afgelopen was. De Verenigde Staten bevonden zich midden in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie, en zelfs medio 1989 was niet te voorzien dat dit schemergevecht zo plotseling zou eindigen. Er waren honderdduizenden Amerikaanse militairen in Europa en Noordoost-Azië gelegerd en daarom was het logisch dat het Irak van Saddam werd gebruikt als buffer tegen het Iran van ayatollah Khomeini.


De Verenigde Staten hebben waarden, maar als wereldmacht hebben ze ook belangen. Ronald Reagan mag dan opzwepend over universele vrijheid hebben gesproken, maar zijn algehele strategie was zeer consistent. Daarom koos hij de problemen die hem het best uitkwamen. En dus deed hij niets aan de volkerenmoord op de Koerden.


Opsteker

In feite was de oorlog tussen Iran en Irak een opsteker voor Reagan. Twee grote, radicale staten in het hart van het Midden-Oosten werden volledig in beslag genomen door die oorlog en daardoor nam de kans af dat die landen elders onrust konden stichten. Dat gaf Reagan speelruimte om zich op Europa en de Sovjets te concentreren - en om de Sovjets in Afghanistan het leven zuur te maken. En inderdaad, amper twee jaar na het einde van de oorlog tussen Iran en Irak viel Saddam Koeweit binnen.


Zo kun je ook van de burgeroorlog in Syrië zeggen dat die voor het Westen strategische voordelen heeft. De analist Edward N. Luttwak schreef onlangs in The New York Times dat het voortduren van de strijd in Syrië beter is dan dat een van beide partijen een duidelijke overwinning behaalt. Als de troepen van president Bashar al-Assad zouden winnen, zouden de Iraniërs en de Russen een veel sterkere positie in de Levant hebben dan vóór de oorlog.


Als de rebellen zouden winnen, is het heel goed mogelijk dat de soennitische jihadisten - die banden hebben met het transnationale terrorisme - een vaste positie aan de Middellandse Zee verwerven, net zoals ze die tot 2001 in het door de Taliban bestuurde Afghanistan hadden en nu in Libië. Dus in plaats van een van beide mogelijkheden na te streven, is het beter dat die burgeroorlog voortgaat.


Dat is natuurlijk allemaal wel erg kil en cynisch. De oorlog tussen Iran en Irak heeft ruim een miljoen mensen het leven gekost. De burgeroorlog in Syrië zou tot nu toe 110 duizend levens hebben geëist. Zelfs de gevierde realist uit het midden van de 20ste eeuw, Hans Morgenthau, beweerde dat er een universeel moreel geweten bestaat waarin oorlog wordt gezien als een 'natuurramp'. Dat geweten zorgt er uiteindelijk voor dat er niet te veel oorlogen zijn. Dat maakt het voeren van een buitenlandbeleid ook zo moeilijk. Als het puur een kwestie was van het najagen van de belangen van een staat, zou er weinig tegenstrijdigheid zijn tussen wens en daad. En als het alleen een kwestie was van het verdedigen van mensenrechten, zouden de keuzes minder moeilijk zijn. Buitenlandbeleid is echter beide en omdat kiezers alleen verliezen accepteren als er werkelijk grote belangen worden bedreigd, krijgen belangen vaak voorrang boven waarden.


Wat het nog erger maakt, is het element van onzekerheid. Hoe meer geheime rapporten een leider krijgt over een complexe en gevaarlijke situatie in het buitenland, hoe meer hij zich zal realiseren dat de inlichtingendiensten in feite maar weinig weten. Dat is geen kritiek op de inlichtingendiensten, maar een erkenning van complexiteit, vooral als het gaat om een veelheid aan gewapende, geheimzinnige groepen en een scala aan lastig te kwantificeren culturele factoren. Voor welke optie kies ik? En zelfs als ik de juiste keuze maak, hoe kan ik dan zeker weten wat de gevolgen zijn? En zelfs als ik zekerheid heb over de gevolgen - wat te betwijfelen valt - is het dan de moeite waard om me weken en misschien zelfs maanden te laten afleiden van andere dringende zaken?


Luttwak biedt zelf voor een deel een uitweg uit dergelijke netelige kwesties met een erudiete studie van een van de beste overlevingsstrategieën uit de geschiedenis. In The Grand Strategy of the Byzantine Empire (2009) laat hij zien dankzij welke eigenschappen het Byzantijnse Rijk, ondanks een zwakke geografische positie, na de val van Rome nog duizend jaar overeind bleef. Deze Byzantijnse strategie was op zijn eigen uiterst gevarieerde en vaak onbewuste manier een afspiegeling van het realisme van Morgenthau, want eveneens doortrokken van menselijkheid.


De Byzantijnen, schrijft Luttwak, gebruikten eigenlijk altijd op alle mogelijke manieren de methode van afschrikking. 'Ze kochten regelmatig hun vijanden af [...] Ze gebruikten allerlei overredingsmiddelen om bondgenoten te werven, vijandelijke allianties uiteen te drijven en vijandige heersers omver te werpen.' En, zegt hij: 'Voor de Romeinen [...] evenals voor de meeste grootmachten van voor de moderne tijd, was militaire kracht het belangrijkste middel van staatsmanschap, en kwam overreding pas op de tweede plaats. Voor het Byzantijnse Rijk was het meestal juist andersom. Het feit dat de nadruk verschoof van geweld naar diplomatie is zelfs een manier om onderscheid te maken tussen Rome en het Byzantijnse Rijk [...]' Met andere woorden: 'Vermijd oorlog met alle mogelijke middelen onder alle omstandigheden, maar gedraag je altijd alsof de oorlog elk moment kan uitbreken.'


Geslepen

De les: je kunt beter geslepen zijn dan bloeddorstig. De fout die president Obama maakt, is niet dat hij aarzelt om zich in de Syrische warboel te mengen, maar dat hij heeft aangekondigd dat zijn militaire aanval, als die al komt, 'gericht' en 'beperkt' zal zijn. Je moet je tegenstander nooit vertellen wat je gaat doen. Laat hem 's nachts maar wakker liggen, tobbend over hoe vergaand de aanval zal zijn. Tenzij Obama opzettelijk verwarring zaait over zijn oorlogsdoeleinden, zijn sommige uitspraken die de regering in het openbaar heeft gedaan wel heel erg naïef.


Een Byzantijnse strategie zou de vereiste militaire macht in het oosten van de Middellandse Zee handhaven in combinatie met alleen vage presidentiële uitspraken over de mate waarin zo'n strijdmacht al dan niet wordt ingezet. Bij zo'n strategie hoort stevig, geheim en voortdurend diplomatiek overleg met de Russen en de Iraniërs, zonder hun regionale en mondiale belangen uit het oog te verliezen, en het altijd openstaan voor akkoorden en koehandel met hen. Het doel daarvan zou zijn om in Syrië een soort patstelling te creëren, zonder de noodzaak om Assad te verdrijven. Want als het regime opeens ineen zou storten, zou dat tot nog meer geweld kunnen leiden en zou Al Qaida een toevluchtsoord kunnen vinden dat dicht bij Israël en Jordanië ligt.


Een dergelijke strategie zal waarschijnlijk weinig deskundigen kunnen bekoren, maar het Amerikaanse volk zal er zeker mee instemmen.


Vertaling: Leo Reijnen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden