'O jee, nu ben ik topsporter' Een jonge vedette moet wennen aan zijn glazen huisje

Zo rond je tiende melden zich de eerste handtekeningjagers. Niet lang daarna krijgen de meiden je op de training in de gaten....

'Wij leveren perfecte jongens af.'

Co Adriaanse, hoofd opleidingen bij Ajax, aarzelt niet. De leerschool gaat verder dan een bal 'in enen' raken, de vrije man zoeken en op tijd inschuiven. Als geen andere sportclub in Nederland weet Ajax aan welke druk en verleidingen doorbrekende talenten bloot komen te staan.

Maar niet alles is te voorzien.

Op zondagmiddag 24 september 1995 raast in het stadion van NAC Marc Overmars langs Bredase verdedigers en zet voor. Patrick Kluivert, voor het eerst in Ajax 1 na de fatale botsing met het echtpaar Putman, kegelt de bal het doel in. Een ontlading volgt. De jonge spits begint aan een uitzinnige sprint over het veld, de vuisten gebald, de ogen vuur spuwend. Aanvoerder Danny Blind snelt toe en maakt bewegingen die het midden houden tussen feliciteren en sussen. Terugblikkend onthoudt Adriaanse zich van een oordeel over Kluiverts ren. Hij zegt: 'Dat was heel verstandig van Danny.'

Kluivert zei vorige week overigens in Voetbal International dat zijn gedrag niks te maken had met de opgekropte spanning na het ongeval. Het was een reactie op schimpscheuten van NAC-supporters.

De aanrijding in Amsterdam-noord en de nasleep ervan - vandaag bepaalt de rechter of Kluivert schuldig is - hebben weer de vraag opgeroepen hoe je amper volgroeide sporttieners kunt voorbereiden op het idolendom. Volgens sportpsycholoog Peter Blitz bestaat er geen recept voor. 'Je kunt ze alleen voorhouden dat adel verplicht. Dat je in een glazen huisje belandt, dat een gerucht al snel een affaire wordt. Maar hoe je dat doorstaat, hangt af van je ouders, je club en je eigen persoonlijkheid.

'Het probleem is dat het wezen van topsport nauwelijks tot iemand doordringt die de hoogste tree probeert te bereiken. Je wordt op een morgen wakker en realiseert je ineens: ojee, nu ben ik topsporter. Dan komt alles op je af: discipline, het keiharde in die wereld, het grote geld, de enorme druk en verwachtingen van het publiek. Ineens ligt iedereen aan je voeten. Het overkómt je.'

Sjaak Swart, in 1956 debuterend op zeventienjarige leeftijd in Ajax 1: 'Ik kwam als welp toen ik tien jaar was. Uit tachtig kandidaatjes kozen ze er twee. Wat me te wachten stond, is me nooit verteld. Ik was veruit de jongste. Je werd vanzelf wel hard. Ik liet me niet gek maken. Je moet wel oppassen dat je geen kapsones krijgt. Iedereen vertelt hoe goed je bent. Maar ik heb altijd genoten van het succes.

'Het hangt toch van jezelf af of je het redt. Je moet sterke benen hebben. Ik heb bij Ajax heel wat talent zien verdwijnen. Prachtige voetballers, maar een verkeerd karakter, of verkeerde begeleiding.

'Het is nu wel veel vrijer. Ontzettend veel meiden rond zo'n jonge groep; hoe dat met mekaar omgaat, nou. Ik lag altijd om half elf in bed. Maar tegenwoordig gaan ze dan pas de stad in, tot vier, vijf uur in de morgen. Dat mag best eens een keer, als je het maar niet aan het spel ziet. Op tijd trouwen, ik denk dat dat goed is. Betere verzorging, beter eten. Dat telt in het veld.'

Bij Ajax proberen ze te voorkomen dat idolen in de dop worden overvallen door het succes. Talenten wordt al vroeg voortdurend voorgehouden dat ze 'artiesten' zijn, zegt Co Adriaanse. 'De klant is koning, dat is de boodschap die ze meekrijgen.' Het sterrendom begint bij Ajax op jonge leeftijd: voetballertjes van tien wordt al om een handtekening gevraagd.

De tentakels van de club reiken tot ver buiten de krijtlijnen. Onder de achttien is roken en drinken taboe. Ouders worden voorgelicht over de gewenste voeding en krijgen het advies zoveel mogelijk aanwezig te zijn bij trainingen en wedstrijden.

Elk team heeft naast de coach een elftalbegeleider, bij wie een speler terecht kan als er problemen zijn. Tegen de trainer zal een voetballertje zijn sores niet zo snel opbiechten, leert de ervaring. Dat kan je je plaats in het elftal kosten. Twee coördinatoren zijn belast met studiebegeleiding. Met scholen bestaan afspraken over het inhalen van achterstanden. Wie op de drempel van het eerste elftal staat, krijgt mediatraining. Uitspattingen kunnen worden bestraft. Wie zich bijvoorbeeld misdraagt op school, kan op een schorsing bij Ajax rekenen. In het uiterste geval volgt royement.

Adriaanse: 'De jongens hebben een privé-leven. Als ze willen uitgaan, prima. Maar als dat te uitbundig wordt, dan merk je dat onmiddellijk aan de prestaties in het veld. Discipline hoort erbij. Bovendien: als het misgaat, horen we dat wel. Daarvoor zijn er genoeg contacten.'

Johan Neeskens, in 1970 op zijn achttiende debuterend in Ajax 1: 'Ons is nooit wat verteld. Ik kwam van Heemstede, dat destijds tweede divisie speelde, ik wist van niks en werd gelijk voor de leeuwen gegooid. Alles was nieuw. Pers, publiek, types die ons thuis opbelden; je wist niet direct wat je ermee aan moest. Ik overnachtte toen nogal eens bij Sjaak Swart, een soort vaderfiguur voor me. Die vertelde waar je op moest letten. Ik was nogal schuchter, verlegen. Dat gaf weer de indruk dat ik een stugge was.

'Privé ben ik me niet anders gaan gedragen. Ik woonde in Heemstede, waar iedereen me al kende. Ik speelde al vroeg in het eerste. Ik was daar al het lievelingetje. Ik wist zelf wel of ik goed of slecht had gespeeld. Maar ineens wil iedereen je vriend zijn. Het duurt even voordat je er achter bent dat de ware vrienden op één hand te tellen zijn. Daar heb ik me wel eens in vergist, ja. Toen ik twintig was begon ik met zo'n zogenaamde vriend een restaurant annex discotheek in Zaanstad. Die heeft me dus flink bij de neus genomen. Wist ik veel.

'Als je ziet hoe het er nu aan toe gaat, hoe Patrick wordt begeleid, hoe hij zich houdt, dat is grandioos. Daar kan ik jaloers op worden.'

Niet iedereen is bestand tegen de hitte van de schijnwerpers. In Ajax Magazine vertellen talenten uit het verleden waarom ze het niet hebben gered. Eén van hen is Sjoerd Ruiter. De Tweede Cruijff, werd hij genoemd. Wonderbaarlijke techniek, fenomenaal spelzicht. Met Neeskens haalde hij nog Jong Oranje. In 1972 stopte hij abrupt. Twintig jaar, toen.

Hij haatte de verwachtingen. 'Er was altijd ontzettende twijfel. Kan ik de druk wel aan? Wat zullen de mensen wel niet zeggen?' Op de brommer onderweg van huis naar Ajax besloot hij de handdoek te gooien. Dat hij geen enkele steun van zijn ouders kreeg was volgens hem doorslaggevend. 'Ze kwamen nooit kijken. Ze vroegen nooit wat. In m'n eentje lukte het niet. Zeker niet op zo'n leeftijd. Nu weten ze ook dat de familie belangrijk is.'

Werner Schaaphok was 23 toen hij in 1965 vertrok bij Ajax. Zes jaar had hij in het eerste gespeeld. Maar de toen aantredende trainer Rinus Michels had het niet op hem, vertelt hij in Ajax Magazine. Hij was stapper, schuinsmarcheerder. Michels plantte hem op de reservebank.

Schaaphok spreekt zijn eigen reputatie niet tegen. Hij kon er ook weinig aan doen dat vrouwen uitgerekend op hem vielen. Op het bestuur kon hij geen peil trekken. Het ene bestuurslid vroeg hem ooit Johan Cruijff eens in de stad op sleeptouw te nemen 'dat 't een beetje kerel werd'. Van de ander moest hij zich netter gedragen.

'Zonde', zo kwalificeert hij nu zijn overstap naar een andere club. 'Ik denk daar maar niet te veel bij na.'

Volgens psycholoog Blitz loopt Ajax tegenwoordig in vergelijking met andere sportclubs voorop. 'Bij andere verenigingen ontbreekt een visie op wat topsport eigenlijk inhoudt.' Niet dat hij de produkten van de leerschool altijd even overtuigend vindt. Bij de presentatie van Michael Reiziger en Edgar Davids aan hun nieuwe club AC Milan, heeft hij zich verbaasd over het gedrag van laatstgenoemde. 'Michael leek me nog tamelijk laconiek, vriendelijk. Maar Edgar, met zo'n Lou Reed-zonnebrilletje een beetje quasi verveeld, blasé kijkend, dat was niet overtuigend. Hij zoekt nog duidelijk naar een houding.'

Hoe het bij andere clubs toegaat, weet John Metgod niet. Het hoofd jeugdopleiding van Feyenoord concentreert zich op de schaduw van de Kuip. Dat Giovanni van Bronckhorst Nieuwe Revu vertelde dat 'ie samen met George Boateng lekker was wezen cruisen in de Porsche van Ronald Koeman, daar zul je hem niet over horen. Pas als zo'n ventje met z'n eigen Porsche het terrein op komt rijden, dan zal Metgod hem meedelen dat de volgende auto wel wat minder mag.

Ook in Rotterdam wordt getracht talent te wapenen. Het begint vroeg. D-tjes, van tien tot twaalf jaar, laten pillen tegen de twee jaar oudere C-tjes. 'Dat scheelt toch al gauw drie koppen, dan moet je niet alleen fysiek, maar ook mentaal iets overwinnen.' Een speler die zijn debuut in het eerste maakt wordt voorgehouden dat na een fraaie periode altijd een mindere volgt. Weet dan dat pers en publiek gereed staan om je te slachten.

Ook Feyenoord betrekt ouders bij de begeleiding. Met goed eten, rust en regelmaat kunnen ze sterren in de dop naar roem loodsen. Maar als die wil bij de opvoeders ontbreekt, sta je als club aan de zijlijn, zegt Metgod. 'Als pa of ma op tijd komen niet zo belangrijk vindt, heb je een probleem. Er valt veel te sturen, mits je met z'n allen dezelfde kant op wil.'

Financieel valt er nauwelijks iets te begeleiden. 'Ze hebben tegenwoordig al een zaakwaarnemer als ze zestien, zeventien jaar zijn.' Belangrijker is de spelers tijdig voor te houden welke offers moeten worden gebracht. Metgod zelf weet er alles van. Op zijn zeventiende speelde hij in het eerste van Haarlem. Al zijn klasgenoten vertelden over wilde weekeinden in de disco, kon Metgod slechts meedelen of hij had gewonnen, verloren of gelijkgespeeld. 'Het is een kwestie van mentaliteit. Wie zichzelf buiten het veld geen discipline oplegt, doet dat binnen het veld ook niet.'

Johnny Bosman, in 1983 debuterend op achttienjarige leeftijd in Ajax 1: 'Je rolt er gewoon in. Een roes. Ineens in de Meer, met de groten. We waren met veel jonge jongens. Edwin Bakker, Fred Grim. Dan heb je veel steun aan elkaar. Op school spreekt iedereen je aan. Dat vond ik leuk, ja. Maar vergeleken met wat jongens als Davids en Kluivert overkomt, viel het toen wel mee. Wat er nu alleen al aan media is bijgekomen, al die tv-stations met al die sportprogramma's, ongelooflijk. En de successen in de Champions League, natuurlijk. Nee, dan benijd ik ze niet.

'Ik had toen al een adviseur, manager Ger Lagendijk. En van mijn ouders heb ik meegekregen geld niet over de balk te smijten. Zij hebben me altijd bijgestaan. Vroeg naar bed, goed eten. En als ik dan een keer te laat thuis kwam, hoorde ik mijn vader: vooral zo doorgaan, jongen, dan kom je er wel. Het gebeurde weinig. Ik had niet zoveel moeite met discipline. Ik was, geloof ik, een braaf jongetje. Geen rebel. Ach, je verdient goed. Dat maakt die opofferingen draaglijk.'

Hoofd opleidingen van Ajax Co Adriaanse roemt het mentaal boetseren van de jeugd. 'De jongens van nu zijn toch veel toegankelijker. Ze hebben een veel sympathiekere uitstraling.' Het is niet voor niets, stelt hij maar even vast, dat het aandeel vrouwen onder de supportersschare de afgelopen jaren fiks is toegenomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden