O'Brien was er en O'Brien is O'Brien, klaagt concurrentie

'Als ik niet de 9000 punten haal, ben ik niet gelukkig.' Dat zei de geweldenaar voordat de tienkamp van Göteborg een aanvang nam....

HANS VAN WISSEN

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

GÖTEBORG

O'Brien schreef de teleurstellende scores in het Ullevi-stadion toe aan het 'belachelijke en ontoelaatbare' vroege tijdstip waarop telkens begonnen moesten worden: om half tien in de morgen. Dat had minstens 300 punten gescheeld en hij sprak niet alleen namens zichzelf. Eduard Hämäläinen, de gemoedelijke Witrus van Finse komaf en de Canadees Michael Smith knikten onderdanig mee.

Hoe uitzonderlijk de positie van O'Brien zelfs bij de tienkampers onderling is, werd het duidelijkst geïllustreerd door 'Hama'. Toen de reus werd gevraagd hoe hij over zijn eigen presteren dacht, antwoordde hij eenvoudig: 'Ach, ik had niet gedacht te kunnen winnen. Want O'Brien was er en O'Brien is O'Brien.' Toch leek de Witrus op niet lange termijn een serieuze bedreiging voor de wereldkampioen te kunnen worden.

Ook bij het vorige WK, in Stuttgart, was hij al als tweede geëindigd, wat toen een enorme progressie betekende. Die zette zich in 1994 door met een puntentotaal van 8735; een betere decathlon was er in dat jaar niet.

Maar Hämäläinen had in 1994 ook de ongelukkigste ervaring uit zijn loopbaan. Tijdens de EK van Helsinki leek hij op weg naar O'Briens wereldrecord (8891), toen hij te pletter sloeg op de eerste horde die hij tegenkwam, aan het begin van de tweede dag dus. Het misfortuin (gisteren de Amerikaan Brophy hetzelfde) was te vergelijken met zijn uitvallen bij de Olympische Spelen in 1992.

In ieder geval wat pech betreft doen O'Brien en de Witrus die inmiddels naar Finland en door familiaire tegenslag tot nu toe geen overtuigend seizoen had, weinig voor elkaar onder. O'Brien zal nooit vergeten hoe hij bij de Amerikaanse trials in New Orleans de aanvangshoogte met de polsstok miste en daarmee afvaardiging naar Barcelona. Hij nam revanche door later dat jaar in Talence het wereldrecord te ontfutselen aan Daley Thompson.

O'Brien heeft de ideale proporties voor een tienkamper maar kampt met enige 'vreemde' mentale zwakheden. Hij is op de eerste plaats hyperactief, het is zelfs een syndroom en hij wordt ervoor behandeld. Bovendien, zegt zijn psycholoog Jim Reardon: O'Brien is te aardig, geen killer en hij wordt te snel afgeleid: 'Zet een rij camera's en leuke meisjes langs de weg en hij zal nooit bij het stadion aankomen.'

Hoe O'Brien dan toch ook telkens weer superieur is, verzuimde de Reardon tot nu toe te verklaren. In ieder geval bleef hij zijn concurrenten ondanks het uitblijven van persoonlijke records ook in Göteborg royaal voor. Het dichtst kwam hij nog bij een beste prestatie met de polsstok (5.20), het verst bleef hij ervandaan bij het verspringen: 'Sinds de highschool ging dat niet meer zo beroerd.'

In dat opzicht mocht trouwens ook het hoogspringen er wezen. Het kwam uiteindelijk met 2.13 nog zeer goed, maar al op 1.89 had hij drie pogingen nodig. Het is een andere eigenschap waaraan door zijn coaches Keller en Sloan gewerkt wordt: O'Brien neemt het soms wel erg licht op, hij is slordig: 'Hij vergeet afspraken, vergeet benzine in zijn auto te doen en vergeet waar die geparkeerd staat.'

Maar Sloan, die aan het werpen en springen van O'Brien sleutelt, heeft tenminste ook nog positieve ideeën over zijn veelgeplaagde pupil: 'Toen God de zenuwstelsels uitdeelde, zette hij Dan O'Brien bovenaan de lijst. Hij heeft spieren die vuur spuwen en bovendien de ballistische kwaliteiten die eerder alleen in het lichaam van Daly Thompson schuilgingen'.

De voormalige schobbejak O'Brien, die in zijn jeugd aan drugs en drank te gronde leek te gaan en met leningen en bijbaantjes zijn studie moest bekostigen, heeft kennelijk te veel meegemaakt om nog spanning te tonen voor of in een tienkamp. Hij grapt met zijn tegenstanders, bemoedigt en adviseert ze, en is daarmee een typische vertegenwoordiger van die wat vreemde kaste in de atletiek waar naijver bijna ongekend is.

Dat bleek ook uit de manier waarop O'Brien en Hämäläinen elkaar respect betoonden bij wat gisteren het sleutelnummer werd, het speerwerpen. Zou O'Brien daarop zijn tot dan toe continue voorsprong te weinig uitbouwen, dan kon Hämäläinen nog gevaarlijk worden. Want de afsluitende 1500 meter is verrweg het zwakste onderdeel van de Amerikaan en in de loop der jaren zelfs zwakker geworden. Vorig jaar presteerde hij het zelfs om twee maal boven de vijf minuten te finishen.

Gisteren versloeg hij de Witrus bij het speerwerpen echter met ruim acht meter, waarna hij zich over die ellendige 1500 meter ('Ik beklim nog liever de Mount Everest') nauwelijks nog zorgen hoefde maken. De desinteresse was inmiddels zichtbaar bij O'Brien, omdat een florissant totaal onhaalbaar was geworden en al helemaal de gehoopte 9000 punten.

Dat O'Brien geen ongelijk had met zijn klacht over het vroege aanvangsuur voor 100 meter en 110 meterhorden, bewees het overigens traditioneel grote aantal uitvallers, blessures en poedels. De Europees kampioen Alain Blondel liep op de eerste dag zodanig letsel op bij het hoogspringen dat hij de 400 meter niet meer kon lopen. Hij startte gisteren nog wel op de 110 horden maar was natuurlijk kansloos voor het eindklassement.

Ook de sterke Duitser Paul Meier kwam niet ver, hij staakte de strijd zelfs al na het kogelstoten, en op hetzelfde moment werd zijn gang naar de kleedkamer gevolgd door de Spaanse Olympisch medaillewinnaar Antonio Penalver. Tenslotte werd de Fin Petri Keskitalo, ook al een wereldtopper, nota bene gediskwalificeerd, omdat hij een horde gisterochtend onreglementair gepasseerd zou zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden