Nut? Daar gaat jagen niet om

De jager', zegt Geert Groot Bruinderink (65), ecoloog en hobbyjager, 'is een neotonist'.


.Beeld Isabella Rozendaal

Een wat?

'Een neotonist. Iemand die voor een deel is blijven steken in de jeugdfase. Het verschijnsel neotenie komt soms voor bij organismen in de natuur. Bij kinderen herkennen we nog de fase van de jagende en verzamelende oermens. Dat volwassen mensen nog jagen, mag je van mij zien als een vorm van neo­tenie.'

U bedoelt: de jager is een beetje kind gebleven?

'Zo kun je het ook noemen. De verbroedering in het veld, de gelijkgestemdheid onder de leden van het groene gilde, de spanning van het ontdekken, van het treffen, of van het ontsnappen van een prooi, dat zijn de ingrediënten die mij in elk geval aanspreken. Plezier is de belangrijkste drijfveer. Dat is niet erg, maar zoals voor alle kinderen geldt: je moet ze wel in goede banen leiden.'

Tot aan zijn pensioen, eerder dit jaar, als wildbioloog bij het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra, liep hij niet te koop met zijn liefhebberij. Jarenlang was hij zelfs gestopt met jagen. 'Ik had het idee dat mijn onafhankelijkheid als wetenschapper in het geding was gekomen, dat onderzoeksgeld daardoor niet onze richting op kwam, of dat jagers mij voor hun karretje wilden spannen.'

Wat vaststaat, aldus Groot Bruinderink, is dat het debat over de jacht in ­Nederland 'volledig is verkokerd, gepolariseerd en gepolitiseerd'. Op dit moment spitst de discussie zich toe op de mogelijke afschaffing van de 'plezierjacht' (anti-jacht­idioom), ofwel de 'benuttingsjacht' (jagersidioom).

Vijf diersoorten, konijnen, hazen, wilde eenden, houtduiven en fazanten zijn nu nog 'vrij bejaagbaar', maar een kamermeerderheid wil dat verbieden. Bij de behandeling van de nieuwe Natuurwet, van staatssecretaris Dijksma, binnenkort, zal blijken of dat ook daadwerkelijk gebeurt.

.Beeld © Ben Radford/Corbis
Geert Groot Bruinderink, ecoloog en hobbyjager.Beeld Isabella Rozendaal

Even voor de duidelijkheid: het ­jagen op genoemde diersoorten dient, los van de lol van de jager, geen enkel doel?

'Niet in de zin van schadebestrijding en ook niet altijd wat betreft populatie­beheer. Maar het vlees is lekker en er is veel vraag naar. Persoonlijk zou ik het jammer vinden als de jacht voor consumptie wordt afgeschaft. En als ecoloog zeg ik: als een populatie goed functioneert, als de sterfte gecompenseerd wordt door de aanwas, als er een gunstige staat van instandhouding is geborgd, waarom zou je dan niet mogen oogsten uit de natuur?'

Omdat het voor de lol doden van dieren maatschappelijk gevoelig ligt, bijvoorbeeld? En omdat er in het verleden nogal wat diersoorten door de jacht zijn uitgeroeid.

'Dat laatste kan niet meer, want die diersoorten zijn nu wettelijk beschermd. Dierenwelzijn is wel een punt, maar het blijft een aspect waar ik als ecoloog weinig mee kan, het is meer iets voor ethici. De natuur zelf maakt dit soort afwegingen niet. Feit is dat we in Nederland, vooral in de bio-industrie, massaal dieren doden. Daarnaast wordt een klein deel van de dieren gedood in het veld, door mensen met een geweer. Als ecoloog wil ik weten, als je dan toch jaagt: wat is de invloed op populaties? En helpt het bij de bestrijding van landbouwschade, of bij het voorkomen van verkeersongelukken? Het grote probleem is: dat weten we eigenlijk niet.'

De aandacht voor plezierjacht leidt af van wat verder wordt geschoten in het kader van populatiebeheer, schadebestrijding en verkeersveiligheid. Ik neem aan dat wel enigszins bekend is wat de effecten zijn van deze vorm van jacht.

'Nou nee dus. We weten niet wat afschot doet met populaties, genetisch niet, maar ook niet qua structuur en omvang. We kennen de aantallen niet. Dat is deels aan de jagers zelf te wijten en dat kan anders. Ga de grens over, overal zie je dat jagers, boeren, vissers, natuurorganisaties en onderzoekers samenwerken. De jacht wordt in zekere zin ondersteund door onderzoek. Dat bestaat in Nederland niet meer. In de besturen van de faunabeheereenheden zitten bijvoorbeeld geen ecologen. De jacht­wereld staat er niet voor open. Jagers hebben gekozen voor isolationisme, onder meer vanwege alle kritiek die ze al decennia lang voor hun kiezen krijgen. En omdat ze in de jacht juist de rust zoeken. Alleen in de jacht zijn ze onder elkaar. Dat willen ze graag zo houden.'

Tweede Kamer stemt vrijwel zeker in met strengere jachtwet

Bij de behandeling van de nieuwe Natuurwet zal de Tweede Kamer vrijwel zeker instemmen met strengere regels voor de jacht op konijnen, hazen, wilde eenden, houtduiven en fazanten. Wie een jachtakte heeft, mag gedurende het jachtseizoen vrijelijk op die dieren schieten. PvdA, D66 en GroenLinks presenteerden in 2012 een alternatieve natuurwet. Daarin wordt voorgesteld deze ‘plezierjacht’ te staken.

Zo ver wil staatssecretaris Sharon Dijksma niet gaan. Wel werpt ze een barrière op. Jagers moeten voortaan aantonen dat er van die vijf soorten ‘bovenmatig veel’ in hun jachtgebied voorkomen en dat er sprake kan zijn van schade. Op basis van deze wat vage aanduidingen zullen de provincies, die het jachtbeleid uitvoeren, beslissen of er geschoten mag worden.
‘Jagers worden de schietknechten van het rijk en de provincies. Daar passen we voor’, zegt Janneke Eigeman, woordvoerder van de Koninklijke ­Jagersvereniging. ‘We jagen om populaties van dieren in toom te houden, om schade te voorkomen, maar soms oogsten we ook om dieren op te eten. Dat is geen jagen zonder doel; dat is duurzame benutting.’

Jan Scherpenkate, secretaris van de wat minder sjieke Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer, ook wel aangeduid als de boeren­jagers, houdt zijn hart vast. ‘De nieuwe wet leidt ongetwijfeld tot meer formulieren, rechtszaken en advocatenkosten. De lol gaat er af. Vooral oudere leden zullen er de brui aan geven, maar wie helpt dan de boeren bij schadebestrijding?’
Bovendien zal het plan averechts uitpakken voor het wildbeheer, verwacht Scherpenkate. ‘Nu ga ik een week voor de jacht begint het veld in om hazen te inventariseren. Op basis van die telling bepaal ik hoeveel er mogen worden geschoten. In de toekomst gaan we tellingen in het voorjaar uitvoeren om de provincie te laten bepalen hoeveel hazen er een half jaar later mogen worden geschoten. Misschien heeft het veld in de tussentijd wel onder water gestaan.’

Volgens Harm Niesen van Kritisch Faunabeheer, tegenstaander van de hobbyjacht, verandert er in de praktijk juist weinig. ‘Helaas. Onder het mom van schadebestrijding mag je nu al het hele jaar door op houtduiven schieten. Daar moeten jagers een ontheffing voor aangevraagd hebben. Kennelijk is het geen probleem die te krijgen, zo zal het in de toekomst ook gaan.’
Hij verwacht dat de provincies het beleid overlaten aan de Faunabeheereenheden. ‘Daarin zijn ook natuurorganisaties vertegenwoordigd, maar jagers en andere grondeigenaren zijn in de meerderheid. Of er een overschot is aan hazen bepalen de jagers dus uiteindelijk zelf.’

De jachtwereld is bang voor de uitkomsten van onderzoek?

'Ik weet nog dat ik als jonge ecoloog eens in het Noorden van het land moest onderzoeken of de Jachtwet goed werd uitgevoerd. Ik kwam, op basis van beperkt onderzoek, tot de conclusie dat de jacht hoegenaamd geen nut had bij het voorkomen en bestrijden van overlast voor de boer. De massale jacht op ganzen verplaatste het probleem bijvoorbeeld alleen maar. Een van de meest geliefde prooidieren voor de jager is het ree. Het ree mag worden bejaagd in het kader van de bestrijding van landbouwschade, en voor de verkeersveiligheid. Maar reeën richten helemaal geen landbouwschade aan, ze hebben niets te zoeken op de intensieve landbouwgronden.
Ook het verkeersveiligheidsprobleem is, wat reeën betreft, relatief. En het effect van afschot op het aantal aanrijdingen is niet eens bekend. Zo zijn er wel meer voorbeelden. Er wordt massaal op vossen gejaagd, maar het ­effect is onbekend. Toch gebeurt het, want de vos is een concurrent van de ­jager, hij richt zich op dezelfde dier­soorten.'

De KJV is bezig met een imagocampagne. Modeljagers komen in de media uitleggen hoe verantwoord jagen is. En dat het scharrelvlees uit de natuur toch te verkiezen is boven het vlees uit de bio-industrie. Voor dat laatste valt toch wel iets te zeggen?

'Jazeker. Ik ben ook voor het afbouwen van de bio-industrie. Maar het zijn natuurlijk gelegenheidsargumenten. Het staat vast dat de intensieve landbouw desastreus is voor planten en dieren. En daarmee ook voor de jacht. Op een paar soorten na, die wel eten op het boerenland, maar er niet leven, doen alle wildsoorten het slecht. Zoals hazen, fazanten en patrijzen. Maar in plaats van zelf te pleiten voor een tijdelijk of lokaal verbod op de jacht, hopen sommige jagers nu dat ze fazanten mogen gaan uitzetten. Dan heb je er niets van begrepen. Het probleem is: elke keer als jagers open kaart spelen, vallen ze door de mand. Want uiteindelijk staat het plezier voorop. De jagers staan dan ook helemaal alleen.'

Waar blijkt dat uit?


'Ondanks alle propaganda worden ze op dit moment vooral gesteund door een bond van meesterkoks. Nou, daar heb je wat aan. Er geldt nu een jachtverbod vanwege de vogelgriep. Je zou dan protest verwachten van boerenorganisaties als LTO, van verkeersveiligheidsorganisaties als 3VO, van de ANWB of van veeartsen. Vanwege het grote belang van jacht en populatiebeheer. Maar het blijft stil. Dat geeft te denken.
'Blijkbaar wordt het nut van wat jagers doen niet breed ingezien. Er is ook nog iets anders aan de hand. Veel van deze clubs willen niet worden geassocieerd met dode dieren en mensen die met een geweer in het veld lopen. Dat geldt ook voor politici. Ze spelen slim in op maatschappelijke gevoelens. Waarom is er wellicht wel een meerderheid voor het afschaffen van de plezierjacht en hoor je haast geen politieke partij over de sportvisserij? Het antwoord is simpel: er zijn honderdduizenden vissers in Nederland, dus daar verlies je alleen maar stemmen mee.'

Ik dacht altijd dat de belangen van boeren en jagers redelijk parallel ­liepen?

'Je kunt je afvragen waarom jagers zo graag betalen voor het recht om op de akkers van boeren te jagen. Je zou ­zeggen: dat moet andersom zijn, als boeren baat hebben bij de jacht. De praktijk kan weerbarstig zijn. In Brabant lopen nu wilde zwijnen rond die er officieel niet mogen zijn. Wat de boeren betreft verdwijnen al die zwijnen. Dat is mogelijk, je kunt al die varkens afschieten. Maar dat gaat in tegen het wezen van de jager. De jager is conservatief, die wil iets overhouden voor het jaar daarop. Daar heeft de boer dus weinig aan. Je kunt je zelfs afvragen hoe die zwijnen eigenlijk in Brabant zijn ge­komen.'

Hoe bedoelt u?

'Niet alleen natuurorganisaties willen meer ruimte voor wilde zwijnen, ook ­jagers willen dat graag. Het lijkt erop dat een deel van de zwijnen in Brabant is uitgezet. Dat soort praktijken komt vaker voor. De damherten die nu overal in Nederland lopen, zijn heus niet allemaal uit hertenkampen ontsnapt, zoals altijd wordt gezegd.'

Zegt u nu: jagers zetten zelf dieren uit, om maar te kunnen schieten?

'Daar zijn sterke aanwijzingen voor. Wij hebben het DNA van de zwijnen in ­Brabant vergeleken met dat van alle ­populaties in de wijde omtrek. Er is voor een deel ervan geen match; die zijn er dus niet op een natuurlijke manier gekomen. Damherten duiken de laatste jaren plotseling, in onnatuurlijk hoge aantallen, op in zowat alle provincies. Natuurbeschermers zijn helemaal niet dol op damherten. Alleen jagers zijn blij met damherten.'

.Beeld Emmanuelle Bonzami

Er wordt soms flink betaald voor jachtrechten. Leidt dat niet tot overbejaging en tot andere excessen, zoals het illegaal bijvoeren van te bejagen grofwild?

'Het grote gevaar is dat de rijken der aarde de jacht overnemen. Dan roeit de jacht zichzelf uit. Dat is op dit moment in sommige gebieden aan het gebeuren. De Veluwe is de grootste schiettent van Noordwest-Europa. Het wilde zwijn wordt daar echt geëxploiteerd. Ik vind dat niet kunnen, het is nota bene ons grootste en meest bezochte natuurgebied. Maar de belangen zijn groot. Ik heb wel eens voorgesteld te stoppen met het beheer van zwijnen op een gedeelte van de Veluwe. Het is een afgesloten gebied en de hoeveelheid zwijnen wordt er gereguleerd door het schommelende voedselaanbod. Dan kom je dicht bij een situatie waarin populatiebeheer helemaal niet meer nodig is. Maar ik had geen schijn van kans.
'Jagers concurreren elkaar nu weg. De pachtprijs voor jachtrechten loopt op sommige landgoederen waar zich 'grofwild' bevindt op tot tienduizenden euro's per jaar. Geld is het aan het winnen van de traditie. Vroeger woonden boeren en jagers vlakbij elkaar, ze kenden het gebied. Maar als een boer nu last heeft van smienten of ganzen, moet hij soms bellen met iemand die ver weg woont en niet altijd zin heeft om op afroep smienten en ganzen te schieten. Als de jacht al een rol heeft in het beheren van populaties en schadebestrijding, dan gaat die op deze manier helemaal verloren.'

Hoe zou het wel verder moeten met de jacht en het faunabeheer in ­Nederland?

'Ik zou naar een situatie toe willen waarin op verantwoorde en duurzame wijze kan worden geoogst uit de natuur. Dit kan alleen wanneer tegelijkertijd populaties goed worden beheerd en schade wordt beperkt. En goed beheer betekent soms ook: geen beheer. Wat mij betreft, komt er dan ook meer ruimte voor wilde hoefdieren, in bijvoorbeeld Drenthe en Brabant. Dat kan alleen als alle partijen samenwerken. Kijk hoe landen als Zweden en Noor­wegen het doen. Je beslist dan per gebied wat er nodig is op basis van feiten en onderzoek. In het ene gebied, waar weidevogels belangrijk zijn, jaag je dan wel op vossen, en in het andere gebied, waar te veel broedende ganzen zijn, doe je dat juist niet. Concreet betekent het dat jagers een deel van hun macht moeten opgeven. Zij bepalen nu goeddeels, op basis van hun eigen, niet door onderzoek ondersteunde gegevens, hoeveel en wat er waar door henzelf mag worden afgeschoten. Dat is een heel vreemde situatie. Zoals ik al zei: plezier is de grote drijfveer en juist daarom moet je jagers goed begeleiden.'

Wat zou er eigenlijk gebeuren als er helemaal niet meer werd gejaagd in Nederland?


'Alle natuur in Nederland is onderhevig aan menselijke invloeden, al is het maar vanwege de regulering van de waterstand of door het mestgebruik in de landbouw. In ons land is nergens sprake van een volledig natuurlijke situatie, laat staan van een natuurlijk evenwicht. Als je stopt met jagen, zullen wellicht een aantal soorten toenemen in aantal. Maar zeker is dat niet. Het kan ook betekenen dat soorten worden weggeconcurreerd. Zoals is gebeurd met het ree in de Oostvaardersplassen en in de Amsterdamse Waterleidingduinen: gebieden waar niet wordt gejaagd.
'Helemaal zonder jacht kun je niet. Vanwege de landbouw en het verkeer bijvoorbeeld. Als de Partij voor de ­Dieren zegt dat zwijnen nergens in ­Nederland mogen worden bejaagd, is dat emotionele prietpraat. In niet afgesloten gebieden is er geen beperking van voedsel, binnen de kortste keren heb je dus overal in Nederland overlast van zwijnen. Er blijven, gelukkig, altijd neotonisten nodig.'

.Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden