Nummer 9: Edgar Davids, de pitbull

Charles Bromet en Willem Vissers

Column voor het NOS-programma Langs de Lijn, 29 januari 2007

Ik ben echt wel wat gewend, maar toen ik hoorde dat Henk ten Cate zondag niets over de komst van Edgar Davids wilde zeggen omdat Ajax een beursgenoteerde onderneming is, vond ik het jammer dat FC Groningen niet met 7-0 had gewonnen.

Maar goed. Edgar Davids dus. Pitbull. Rare snuiter wel. Zo’n bijnaam is natuurlijk ook niet alleen maar vleiend bedoeld. Een pitbull kan gemeen zijn, vals. Als hij bijt, laat hij niet meer los en is hij niet meer in het gareel te krijgen, puppycursus of geen puppycursus.

Het is de bedoeling dat Davids bij Ajax de jongere spelers gaat begeleiden. Dat kan me nog wat worden, een pitbull die schoothondjes vertelt hoe ze moeten bijten. Een rol als begripvolle, geduldige veteraan die zijn ervaring deelt met jongere, leergierige medespelers, ik zie het niet een twee drie voor me.

Maar laat ik niet al te cynisch zijn. Davids is óók een gepassioneerde voetballer, een tot de tanden bewapend eenmansleger dat hele elftallen kan verslaan. Althans, dat was zo, een tijdje geleden alweer.

Davids wordt in maart 34 jaar. Met grote bewondering denk ik terug aan Davids in 1998, als motor van het Nederlands elftal op het WK in Frankrijk, een speler van wereldklasse. Maar dat is al bijna negen jaar geleden.

Hij heeft een groot deel van zijn energie verbruikt, vrees ik, in krachtverslindende seizoenen in Nederland, Italië, Spanje en Engeland. Bij Tottenham Hotspur werd hij anderhalf jaar geleden als een held binnengehaald, sommige supporters konden het eenvoudigweg niet geloven dat de grote Davids voor hun club wilde spelen, maar is hij dit seizoen in Londen bijna volledig uit beeld verdwenen.

Het is geen goed teken dat een Nederlandse trainer, Martin Jol, Davids zelfs niet goed genoeg meer vindt voor de reservebank van de nummer negen van Engeland. Maar nogmaals, misschien wordt het wel een doorslaand succes, deze rentree. Misschien is zelfs het Nederlands elftal weer haalbaar, want bondscoach Van Basten vindt het geen minpunt als een speler bij Ajax onder contract staat.

Het sportinformatiebureau Infostrada stuurde zaterdag een interessant lijstje naar de krant. De negen spelers van Ajax die na een verblijf van minimaal drie jaar in het buitenland bij de club zijn teruggekeerd, waren op een rij gezet. Interessant.

Zo blijkt Davids de speler te zijn met de langste periode tussen vertrek en terugkeer: 10 jaar en 211 dagen. Daarmee blijft hij Arnold Mühren, 10 jaar en 195 dagen, net voor. De periode van Jari Ltimanen is het kortst. Hij keerde al na 3 jaar en 60 dagen terug bij Ajax.

Maar dat zegt verder niet veel. Wat de lijst zo intrigerend maakt, is dat een terugkeer bepaald geen garantie is voor succes. Van slechts drie spelers die terugkeerden kan van een geslaagde rentree worden gesproken. Arnold Mühren versterkte Ajax na zijn vertrek bij Manchester United en van de rentree van Johan Cruijff en Frank Rijkaard had Ajax evenmin spijt.

Richard Witschge kon de verwachtingen niet waarmaken, nadat hij voor Barcelona, Bordeaux en Blackburn Rovers had gespeeld, maar van een flop was ook weer geen sprake. Maar kan iemand zich nog iets herinneren van de rentree van Stanley Menzo, in het seizoen 1999-2000? En ook Frank Verlaat, Aron Winter en Jari Litmanen slaagden er niet in aan te tonen waarom ze waren teruggeroepen naar Amsterdam, behalve om sentimentele redenen.

Dat gevaar bedreigt ook Davids. Hij is veel verleden, en weinig toekomst. Ook pitbulls worden oud. Ze verliezen hun scherpte. Ze worden stram en minder behendig.

Of ze worden nóg valser, dat kan natuurlijk ook.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden