Nul is genoeg

De economie trekt aan, de economische groei valt tegen. Een van beide mededelingen verschijnt meermalen per jaar in de krant....

HARRY VAN SEUMEREN

Het regeringsbeleid is steevast gericht op meer groei. Dat is goed voor de werkgelegenheid. Zonder (voldoende) groei neemt het aantal werklozen toe. Politici zijn hierop gefixeerd. Ze volgen de redenering, beschrijft de econoom Bob Goudzwaard, dat de groei 'besteed zal worden aan consumptie, en meer consumptie betekent meer investeringen, en meer investeringen betekent meer produktie - dat is groei en dat is vooruitgang'.

Goudzwaard zat van 1967 tot 1971 in de Tweede Kamer voor de Antirevolutionaire Partij. Hoewel het onstuimige tijdperk van historisch zeer hoge groeicijfers voorbij was, werd dit slechts door een enkeling opgemerkt. Goudzwaard kreeg weinig bijval voor zijn twijfels over streven naar almaar meer groei, die hij in 1973 beschreef in Schaduwen van het groeigeloof.

De discussie barstte pas goed los na de publikatie, in 1972, van het eerste rapport van de Club van Rome: Grenzen aan de groei. Het beschrijft de eindigheid van de grondstoffen en ernstige gevolgen van ongebreidelde groei voor het milieu. Produktieprocessen dienen onderworpen te worden aan nieuwe normen om vervuiling en verstikking van het milieu te voorkomen, zei Den Uyl in 1974 in rede voor de christelijke werkgevers, die deze boodschap niet als zoete koek slikten.

In de zomer van datzelfde jaar verscheen van de wetenschappelijke bureaus van de christen-democratische partijen (het CDA was nog niet opgericht) de studie Gerede Twijfel. Het rapport concludeerde tot de noodzaak van selectieve groei en tot de toepassing daarvan op de gehele economie. Enkele jaren later kwam Ruud Lubbers als minister van Economische Zaken met een nota over selectieve groei, die dezelfde boodschap uitstraalde: economische groei is geen doelstelling die zonder enige reserve moet worden nagestreefd.

Gerede Twijfel spreekt van een 'beangstigende ontwikkeling' en terecht, zei Den Uyl. Het gaat ook om de erkenning 'dat de westerse geïndustrialiseerde wereld een onaanvaardbaar groot beslag legt op de natuurlijke hulpbronnen. Het sprookje dat als het Westen maar meer produceert, het dan ook vanzelfsprekend meer kan en zal afstaan aan de arme landen - dat sprookje is uit. Alleen een zelfbeperking van het Westen kan aan ontwikkelingslanden de noodzakelijke ruimte geven voor een eigen ontwikkeling.'

Goudzwaards pleidooi voor nul-groei is niet verstomd, maar het debat wel. De groeigelovers hoeven maar te wijzen op de blijvend hoge werkloosheid. De consumptiedrift laat geen ruimte voor het vermoeden dat de meerderheid van de bevolking zich zorgen maakt over de gevolgen van permanente groei.

Jelle Zijlstra heeft als minister van Economische Zaken en van Financiën de era van de goeden groei meegemaakt. Als president van De Nederlandsche Bank heeft hij jarenlang gelet op de gezondheid van de harde gulden. Afgelopen zaterdag had Het Parool een interview met hem.

'Je kunt je niet voorstellen dat nog eens honderd jaar de produktie jaarlijks met 3 procent zal stijgen. Dan krijg je gigantische milieuproblemen. Als je daarover gaat nadenken, kun je beter gaan slapen, want dan word je helemaal dol.'

Dit probleem bracht Jan Tinbergen tot de conclusie dat er een wereldregering nodig is om deze vraagstukken te beheersen. Deze gedachte vond vooral steun in de sociaal-democratie. Zijlstra: 'Ik zeg hem dat na.'

Harry van Seumeren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden