Nuchterheid troef na tweede en derde plaats

Blokhuijsen was ontevreden met zijn rit, Bergsma ook. Toch haalden ze het podium. Ze verwierpen kritiek op de Nederlandse dopingcontroles.

SOTSJI - Na een rit waarin zijn tekortkomingen aan het licht waren gekomen, kreeg de bronzen medaillewinnaar een lastige vraag voorgelegd. Een Noorse journalist confronteerde hem met de vermeende zwakte van de Nederlandse dopingcontroles. Bloedcontroles zijn te laat ingezet, meent de Noorse bondscoach Jarle Pedersen. Pas in 2013 is Nederland begonnen met de invoering van het bloedpaspoort. Noorwegen deed dat jaren eerder.


Jorrit Bergsma is altijd onverstoorbaar, zelfs na een vraag over dopegebruik. De Friese stayer, net bekomen van de mislukking van zijn aanval op het goud van de 5 kilometer, vertrok geen spier en zei dat hij en zijn Nederlandse maten op het erepodium waren beland omdat zij zo hard trainen en de concurrentie moordend is. 'Wij drijven elkaar naar een hoger niveau.'


En wat de dopingcontroles in Nederland betreft: 'Die zijn er. We worden regelmatig gecontroleerd. Ik heb niets te verbergen. Ze kunnen langskomen', aldus de schaatser die in de voorbereiding in Inzell opzien baarde door in de avonduren een glaasje Jägermeister weg te tikken.


De man bij wie je een opvoeding met pindakaas en krentenmik vermoedt, had drieste plannen voor de 5 kilometer van Sotsji. Zijn coach Jillert Anema had gegrapt dat zijn Jorrit de beste was 'op de 200 kilometer', toen hem gevraagd werd wat het beste jachtterrein voor Bergsma zou zijn, de 5 of de 10 kilometer.


Hij viel aan, met rondetijden van in de 28 seconden. Het was op zijn minst moedig, het bleek overmoedig. 'Ik heb gegokt en verloren', zei Bergsma zelf. Hij had zichzelf opgeblazen. 'Dat is sport', zei winnaar Kramer, die zijn provinciegenoot complimenteerde voor diens instelling.


Bergsma kon uren later pas over zijn teleurstelling heen stappen. Die had zich bij hem in lethargie vertaald. Zelfs de vraag over doping beantwoordde hij als ambtenaar aan een loket.


Zijn tegenvallende tijd (6.16,66), liefst 6 seconden langzamer dan Sven Kramer, opende de deur naar een hogere positie voor Jan Blokhuijsen. De West-Fries, die eerder op nationale bodem Bob de Jong naar de reservebank had geduwd, greep nu zijn kans om de andere erkende stayer van de BAM-ploeg voorbij te steken.


Hij deed dat in een duel met Swings dat op een confrontatie van de inlinebaan leek. Blokhuijsen ('Ik ben in de vorm van mijn leven') bleek de betere en koerste exact af op de tijd (6.15) die hem het zilver opleverde.


Gek genoeg was hij weinig tevreden met zijn race. Hij ging, uitgedaagd door durfal Swings, te hard weg en trapte op de rem, bang als hij was in dezelfde val van het verval te trappen als Bergsma. 'Ik nam te vroeg tempo terug en kon daarna de druk op mijn schaatsen niet meer terugvinden', was zijn technische analyse. Hij zei, ook gedurfd, voor de 6.10 van Kramer te hebben willen gaan.


Aan vreugde ontbrak het de Europees kampioen allround vervolgens niet. Blokhuijsen, vier jaar geleden negende op dezelfde afstand in Vancouver, danste op het hek van de tribune, omringd door zestig supporters uit Noord-Holland. Hij zei ten slotte dat hij zilver had gewonnen.


Die redenering kwam ook van zijn begeleiders. Manager Chiel van Praag van Corendon: 'Vergelijk dit nou eens met Jans klasseringen van de wereldbekers in Calgary en Salt Lake. Dan is dit een wereld van verschil. Ik moet echt zijn coaches Jan van Veen en Renate Groenewold complimenteren.'


Bij de Noord-Amerikaanse tournee werd Blokhuijsen op de 5 kilometer zesde en twaalfde. Hij was zijn vorm door een schaatsprobleem en een enkelkwetsuur volkomen kwijt. Hij kreeg zichzelf weer op de benen bij de laatste wereldbeker, die van Berlijn, en stoomde door naar de hoogtepunten van het olympische seizoen.


Vanuit Nederland bood Herman Ram, directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit (DA), tegengas aan de Noorse beweringen. Inderdaad is Nederland pas in 2013 begonnen met de controles voor bloedpaspoorten, maar de nationale DA voert al jaren controles uit namens de Internationale Schaatsunie (ISU).


Ram: 'De suggestie van de Noren dat hun controle zoveel beter is dat het een oneerlijke situatie zou inhouden, verwerp ik. Onze schaatsers worden vaker gecontroleerd dan die uit Noorwegen, omdat die van ons beter zijn en bij internationale wedstrijden het podium halen. Ook daarom worden de Noren in eigen land vaker gecontroleerd dan de onzen.'


Nederland doet 250 controles per jaar in de nationale schaatstop. Toppers als Kramer en Wüst ondergaan dertig à veertig controles per jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden