Nuance rond China is weg

China is een dictatoriaal land waar burgers leven onder de terreur van het communisme. Dat is de teneur die spreekt uit de oproep tot een boycot van de Olympische Spelen in Peking en uit het lied Nie na China.

Ik zie een curieuze historische beweging. De linkerhoek van Nederland liet dertig jaar geleden zien hoe gemakkelijk de nuance van de realiteit wordt geslachtofferd op het altaar van de ideologie. De situatie in China was toen tegengesteld aan die van nu, maar paradoxaal genoeg lijkt het gevolg hetzelfde: de dood van de nuance.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd China opgehemeld als het linkse walhalla. Daar ontstond de nieuwe mens, gesmeed in het vuur van de Culturele Revolutie. Te midden van vrije seks, studentenopstanden en hippiemuziek zagen de Nederlandse hemelbestormers van toen in de ideologie van Mao de perfecte weerspiegeling van hun eigen idealen over rechtvaardigheid en wereldverandering. Wie in die tijd geen buste van de Grote Roerganger op zijn schoorsteenmantel had staan, of tot diep in de nacht discussieerde over communes, collectieven en het proletariaat, hoorde er niet bij.

Wie had er toen oren naar de miljoenen doden die waren gevallen door de Grote Sprong Voorwaarts? Wie wilde er toen weten van de intellectuelen en mensenrechtenactivisten die – zoals mijn eigen familie – tijdens ‘zelfkritieksessies’ werden mishandeld en gedwongen hun naasten te verraden? De schrijver Simon Leys, die waagde te roepen dat de communistische keizer geen kleren aan had, werd subiet op de revolutionaire brandstapel gegooid. Ik hoop dat ik niet zijn weg hoef te gaan en dat er in het huidige debat wel ruimte is voor kritische reflectie.

Alles draait om de vraag of een boycot invloed heeft op democratisering in China. Alvorens deze vraag te beantwoorden, is het zinvol vast te stellen of China nog steeds het autoritaire land is van de Rode Gardisten die met z’n allen massaal op het Plein van de Hemelse Vrede met het rode boekje zwaaiden. Door de fenomenale economische groei is politieke pluriformiteit een absolute must om ‘de Chinese boel bij elkaar te houden’.

Het Nationale Volkscongres, het Chinese parlement, heeft steeds meer macht naar zich toegetrokken. In het geval van de Eigendomswet, die de bescherming van private eigendom regelt (een recht ook opgenomen in de Universele Verklaring van de Mensenrechten), werd op het allerlaatste moment de stemming tegengehouden om een parlementair onderzoek in te stellen. Deze assertiviteit is cruciaal, want het gaat hier om de scheiding van de drie machten – het fundament onder de democratische rechtstaat.

Iedereen met observatievermogen ziet dat de huidige semi-geliberaliseerde Chinese maatschappij ongelooflijk veel complexer is dan het vroegere maoïstische China. Zijn er dan geen mensenrechtenschendingen meer? Jawel, en de zorgwekkende situatie in Tibet is er een voorbeeld van. Maar het is essentieel een onderscheid te maken tussen het Chinese hartland en de grensgebieden, tussen stad en platteland.

Beweren dat in China op grote schaal mensen gedwongen worden te verhuizen voor de bouw van de olympische stadions is feitelijk incorrect. Gedwongen onteigeningen spelen zich voornamelijk af op het platteland, waar de arme, geïsoleerde, en slecht georganiseerde boeren geen partij zijn voor uitbuiting door corrupte ambtenaren en ondernemers. Juist in de steden waar de olympische bouw zich concentreert, zijn de Chinese burgers goed opgeleid en hebben ze betere toegang tot informatie.

De stedelijke burger is geen willoos slachtoffer meer van de regering. Een boycot instellen van een land dat zich juist ontwikkelt in positieve richting, werkt averechts. Zo vervreemden we de stedelijke middenklasse van ons; juist dat deel van de bevolking dat democratisch bewust is geworden.

Democratie valt niet af te dwingen. Het is een moeizaam, soms tegenstrijdig proces van geleidelijke verandering dat sterk historisch en cultureel bepaald is. Hebben wij juist dan niet de plicht op de nuance te wijzen, en de complexiteit van maatschappelijke ontwikkeling te laten zien?

Op verzoek van het Volkscongres is Nederland, in het bijzonder de Universiteit Groningen en het Nederlandse Kadaster, betrokken bij de opbouw van een kadaster om Chinese boeren een betere bescherming te bieden van hun grondeigendom. Nederland is ook betrokken bij de training van Chinese advocaten en milieuactivisten. Dit zijn projecten waarop Nederland trots mag zijn. Het zijn initiatieven die constructiever zijn dan het heffen van een belerende vinger naar een snel veranderend land, in de hoop dat daarmee democratisering is gediend.

Peter Ho is hoogleraar ontwikkelingsstudies in Groningen en lid van de Adviesraad Aziëfaciliteit voor de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Hij schreef China’s Embedded Activism (Routledge) en Dat is Chinees voor mij (De Geus).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden