Nu word ik ineens 50: Ik merk dat ik ditmaal wél weerstand voel. Dit is toch wel wat hoor

Thomas van Luyn Beeld Robin de Puy

Voor sommige van mijn vrienden, bijvoorbeeld wier studietijd het hoogtepunt van hun leven was, betekende 30 worden het eindstation: hun levens waren voorbij, nu restte nog slechts weemoedig in de vlammen van het haardvuur staren, een glas cognac in de bevende hand, een fotoboek op de schoot.

Voor mij daarentegen was het een enorme opluchting. De twintigjes waren een kwestie van overleven geweest, met moeilijke relaties, nachtelijke ruzies, rare baantjes die tot niets leidden en boven alles de vraag wat ik in godsnaam met mijn leven moest, laat staan hoe ik daar kwam. 30 worden, dat betekende dat ik dat gezeik niet meer hoefde. Ik was er klaar mee. Ik mocht nu gewoon normaal gaan doen en hard werken en dat soort dingen. Ik verhuisde naar een andere stad en ik leefde nog lang en gelukkig.

Ook voor mijn 40ste verjaardag had ik geen angst. Waar iedereen om mij heen paniekverschijnselen vertoonde, pillen van Drion begon te bestellen en naar een woning op de begane grond verhuisde voor het geval er een heup gebroken werd, voelde ik geen enkel drama. Ik huurde een kroegje af, er werd wat gedronken, iedereen was tevreden en meer herinner ik me niet.

En nu word ik ineens humf uche 50 uche. Ik merk dat ik ditmaal wél weerstand voel. Dit is toch wel wat hoor. Niemand zou me 50 geven (althans niet in mijn gezicht), dus ik zou het geheim kunnen houden, maar dan zou ik een beetje een sneu oud wijf worden en dat wil ik ook weer niet.

Ik had net besloten me niet aan te stellen en er niet mee te zitten of ik werd bij omroep Max uitgenodigd. Geen causaal verband, althans niet dat ik kon ontdekken, maar ik werd er een beetje achterdochtig van. Alsof je gegevens bij de publieke omroep dan naar het kaartenbakje met 50-plussers worden verplaatst en dat omroep Max daar elke week in kijkt om te zien of er vers bloed in zit.

De uitnodiging was omdat ik iets op tv ging doen. Ik mocht in een praatprogramma daarover komen vertellen. Toeval dus, maar maar zo kort op mijn verjaren kon ik een welgemeend 'goh' niet onderdrukken.

De studio zat vol met, ik kan niet anders zeggen, bejaarden. Mijn homies. Als je 80 bent, ben je tenslotte ook een 50-plusser, net als ik. 60-plussers bestaan niet. Vanaf 50 hoor je al bij hen, uitstellen kan niet. Ik keek goed naar ze. 'Wen er maar aan', mompelde ik tegen mezelf.

Aan tafel zat ik naast Frans Bauer. Die is, zoals iedereen weet, precies zoals hij lijkt. Voor de opnames begonnen, toen we de opnamevloer opliepen, riep hij dan ook hartelijk 'Hallo allemaal!' tegen het studiopubliek, vrij van ironie, om vervolgens elke aanwezige een hand te geven. Dat vinden wij oudjes leuk, een beetje aandacht krijgen, daarom houden wij van Frans.

Ook tegen mij was hij enorm lief. Hij vond het mooi dat ik een taalkwisje presenteerde, vertelde hoe belangrijk taal voor hem was en dat zijn ouders analfabeet waren geweest. Ook na de opnames zocht hij me op om me een hart onder de riem te steken.

Mijn gaydar ging herhaaldelijk af, maar misschien dat die minder nauwkeurig wordt na je 49ste.

Reageren? t.vanluyn@volkskrant.nl en @thomasvanluyn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden