Column

Nu weet ik niet wat ik tegen mijn dochters moet zeggen

Column Sheila Sitalsing

Na een nacht vol ongeloof.

Clinton-stemmers zien vol ongeloof de resultaten binnenkomen Foto getty

Je hoort weleens zeggen dat de boel er beter voor zou staan als vrouwen de wereld zouden besturen. Minder oorlog, meer redelijkheid, minder naijver, meer vrede, minder verplassen, meer empathie, minder verbaal en fysiek geweld. Minder talkshows ook waarin diverse mannen met zichtbaar genoegen naar hun eigen stemgeluid luisteren en luider gaan praten zodra ze merken dat iemand anders ook wat wil zeggen, omdat ze oprecht denken dat ze hun gehoor daar intens plezier mee doen. Minder ongewenst gegraai in poesjes, omdat vrouwen nu eenmaal niet automatisch denken dat gratis vleeswaren bij de arbeidsvoorwaarden zijn inbegrepen.

Meer begrip en communicatie, minder confrontatie, meer consensus, minder kortzichtigheid, minder egomanie, meer samenwerking en inclusiviteit. En uiteraard altijd een scherp oog voor de lange termijn, want moeder - of zoals de BBC een paar jaar geleden Mary Robinson, tussen 1990 en 1997 de eerste vrouwelijke president van Ierland, citeerde: ' We moeten beslissingen nemen die onze kinderen en kleinkinderen zullen raken, en ik denk dat vrouwen daar beter toe in staat zijn.'

Ik geloof er niks van.

Vrouwen zijn geen betere wezens. En suggereren dat ze dat wel zouden zijn - want een kind gebaard! - grenst aan het seksisme dat vrouwen jarenlang als wilsonbekwame schepsels heeft geclassificeerd, decoratieve elementen die heel vaardig zijn met een stofdoek of een pollepel en wier mooie hoofdje je niet moet vermoeien met gewichtige zaken als politiek en financiën.

En toch heb ik gehuild (vrouwen staan namelijk ook in heel nauw contact met hun emoties en zijn niet bang daarvoor uit te komen) toen bij het krieken van de dag niet zij, maar hij, de poesjesgraaier, op het Witte Huis leek af te stevenen. Net zoals ik zou huilen als het Clinton was die straks in januari geïnaugureerd zou worden als machtigste vrouw van de wereld.

Vanwege de intense vrouwenhaat die van geestig bedoelde verkiezingsparafernalia afdroop: T-shirts met voorop de tekst Hillary sucks but not like Monica en achterop Trump that bitch, of speldjes met Hillary's beeltenis begeleid door de woorden Life's a bitch, don't vote for one.

Vanwege de veel subtielere en veel venijnigere vrouwenhaat die allerwegen te horen viel: Hillary, het verlengstuk van haar man, Hillary, de vrouw wier stem, postuur, broekpakken en lach 'niet vrouwelijk genoeg' zouden zijn. Permanent heeft ze zich moeten verweren tegen de argwaan die alle ambitieuze vrouwen ten deel valt.

Ze heeft er niet over geklaagd, want klagen over seksisme garandeert enkel nog meer seksisme, bakken vol. Dus heeft ze zich er ijzerenheinig doorheen geslagen. En ongetwijfeld heeft ze ondertussen geturfd: jij en jij, jij ook, en hij daar. Een lange lijst vrouwenhaters tegen wie ze in gedachten een dikke, lange middelvinger zou opsteken, wanneer zij dáár zou staan en met haar hand op de Bijbel het hoogste ambt zou aanvaarden.

Ik zou mijn dochters voor de tv planten, ik zou tegen ze zeggen: 'Deze vrouw zal mogelijk oorlogen ontketenen en stommiteiten uithalen. Maar kijk, het kan. De wereld ligt voor jullie open.'

Het mocht niet zo zijn. Zo groot was de miskenning onder zoveel Amerikanen - mannen vooral - dat ze bereid waren het sekisme en racisme op de koop toe te nemen - misschien was het wel deel van Trumps aantrekkingskracht.

En nu weet ik niet wat ik tegen mijn dochters moet zeggen.

Meer over