Nu vooral overleven

Sheilah kwam illegaal vanuit Oeganda naar Zuid-Afrika. Ze vond er werk en kreeg de asielzoekersstatus. Toen sloeg het noodlot toe....

Tekst Marnix de Bruyne

Het begon met de hartproblemen van haar vader, begin 2009. Hij had altijd de kost verdiend voor zijn vijf kinderen, maar nu kon hij dat niet meer. Sheilah Nasuuna, destijds 22, voelde als oudste de verantwoordelijkheid op haar schouders drukken, helemaal omdat haar moeder al veel eerder aan malaria was overleden. Vandaar dat ze besloot haar geboorteland Oeganda te verruilen voor Zuid-Afrika, dat ze op een toeristenvisum binnenkwam. Het land met de grootste economie van Afrika zou haar wel aan werk helpen.

Ze kwam per bus naar Kaapstad – een stad waarvan ze meteen ging houden. Wel vond ze het vreemd dat je er stranden had waar bijna alleen blanken lagen, terwijl zwarten een paar honderd meter verderop bij elkaar hokten. Zoiets had ze in Oeganda nooit meegemaakt.

Bij een kapsalon van een landgenote in het centrum vond ze werk. Nu kon ze elke maand wat geld naar huis sturen. Maar haar visum verliep, en in november stierf Sheilah’s vader. Ze moest naar huis. Na de begrafenis was het duidelijk dat haar broers van 16 en 10 en haar zussen van 18 en 5 alleen de school konden afmaken als Sheilah het schoolgeld zou betalen. Daarvoor was een permanent verblijf in Zuid-Afrika noodzakelijk. Ze besloot illegaal het land binnen te gaan en politiek asiel te vragen.

Via Zimbabwe was het moeilijk en te riskant. De guma guma – ‘zij die iets zonder moeite verkrijgen’, zoals de Zimbabwaanse roverbendes worden genoemd – lagen langs de grens op de loer om je alles af te nemen, soms ook je leven.

De reis moest dus via Botswana gaan. Via Kenia ging het zonder problemen naar Tanzania. Zambia was al moeilijker voor iemand zonder visum. Eerst moet je een Tanzaniaan 50 dollar geven, ‘beschermingsgeld’ om beroving te voorkomen terwijl je te voet het ‘niemandsland’ tussen beide landen oversteekt. Dan stop je 30 duizend kwacha (bijna 5 euro) in je paspoort om Zambia in te mogen. Voor Botswana had ze een lokaal verblijfadres nodig. Dat regelde ze voor 5 dollar: als een douanier dan het bijbehorende nummer belt, neemt iemand op die zal zeggen dat hij of zij je verwacht.

Het moeilijkst was de grens met Zuid-Afrika. Sheilah reisde met zes Oegandezen, die samen een mensensmokkelaar hadden geregeld. ’s Ochtends om 3 uur vloog de deur van het busje open. ‘Spring en ren’, hoorde ze iemand zeggen. Een tocht van drie uur wachtte haar, dwars door een dichte begroeiing, in de stromende regen. Op zo’n moment weet je: het is ieder voor zich, niemand zal op je wachten.

Sheilah raakte al snel achterop, ook al omdat ze geen afstand wilde doen van haar koffer. ‘Please, laat me niet alleen’, riep ze luid, tegen de afspraken in, terwijl de stortregen haar hoofd geselde, alsof het kiezelstenen waren. Hoewel ze het niet had durven hopen, kwam een van de anderen terug, ook omdat hij vreesde dat haar gegil grenspatrouilles zou lokken. In ruil voor haar mobiele telefoon droeg hij haar koffer naar de andere kant van de grens. De Zuid-Afrikaan die haar naar de bewoonde wereld zou brengen, vroeg 100 dollar.

Na een lange busrit eindigde een reis die op 17 december was begonnen, op Nieuwjaarsdag in Kaapstad.

Homo’s
Vanaf dat moment ging het beter. Sheilah deelde een flat met vier Oegandese homo’s die hun homofobe land waren ontvlucht. In het parlement van datzelfde land werd serieus gediscussieerd over een wetsvoorstel om de doodstraf te zetten op gelijkgeslachtelijke liefde met een minderjarige of gehandicapte, en celstraffen te geven voor het verhuren van een kamer aan homo’s.

Sheilah vond het idee van het samenwonen eerst wat eng, maar algauw was het ‘no problem’ meer. Sommige huisgenoten waren meer ladylike dan zij; het werden vrienden met wie ze veel lol had en die zich er niet voor schaamden om naakt door het huis te lopen. Je kunt toch niemand verwijten dat hij is zoals hij is? De homofobie in haar land had ook een voordeel: toen ze asiel aanvroeg, vertelde ze dat ze lesbisch was en gewelddadige vervolging vreesde. Daarom wil ze alleen onder een schuilnaam in dit verhaal voorkomen.

Haar bazin in de kapsalon wilde na acht jaar terug naar Oeganda en zocht een koper. Het liefst deed ze de zaak over aan Sheilah of een van de andere kapsters, omdat een vreemdeling hen wellicht zou ontslaan. Tot haar geluk trof Sheilah een geldschieter die genoeg wilde investeren voor een aanbetaling.

De drie andere kapsters bleven in dienst, en betalen haar een percentage per gekapt hoofd. In drie maanden tijd maakte ze een omzet van 23 duizend rand (circa 2.400 euro), betaalde ze 6.500 rand af aan haar vroegere baas, en hield ze genoeg geld over om naar huis te sturen.

In Oeganda runden haar broers en zusters met haar geld een ouderloos huishouden. Ze gingen braaf naar school. Wat wás ze trots op hen. En ook op zichzelf, moeder en vader tegelijk van vier kinderen. Ze had haar zaakjes goed voor elkaar.

Maar eind april sloeg het noodlot toe. Haar broer van 16 werd onderweg door een auto geschept toen hij zijn diploma en mooie cijferlijst ging ophalen. Een ontroostbare Sheilah moest opnieuw voor een begrafenis naar Oeganda. Ze kreeg speciale toestemming – een asielzoeker mag eigenlijk Zuid-Afrika niet uit – en een noodpaspoort.

Inmiddels is Sheilah terug in Kaapstad. Nu het WK voorbij is, maar de winter nog niet, wordt het rustig in de kapperszaak. Toch zal het met de inkomsten wel goed komen. Of ze zich ook beter zal gaan voelen , weet ze niet. Ze heeft huiduitslag, volgens de dokter veroorzaakt door stress. Ze mist haar familie enorm. Van het leven genieten kan ze even niet. Het is nu vooral overleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden