Nu ook op de iPad!

Journalist Henk Steenhuis heeft een niet al te optimistisch beeld van zijn beroep. De journalistiek zit in het slop, journalisten zijn onnozel en lopen achter de internetontwikkelingen aan.

'Journalisten zijn nou niet wat je noemt de slimsten. Toen internet opkwam, gingen ze gewoon door met wat ze deden. Jaar in, jaar uit. Niemand kwam op het idee dat het roer om moest. Altijd alles beter weten, het laatste woord hebben, anderen de les lezen; zo kennen we ze goed.' Het zijn de eerste woorden uit de documentaireserie Iedereen Journalist, waarvan vanavond het eerste deel op televisie komt. De man achter deze woorden is Henk Steenhuis, maker en bedenker van dit drieluik over de stand en toekomst van de journalistiek. Steenhuis (58) was ooit hoofdredacteur van HP/de Tijd, zat kort in de hoofdredactie van het Parool en was in 2009 mede-oprichter van de website welingelichtekringen.nl.


Zelf ook journalist en dus geen haar beter dan al die anderen, zo geeft hij ruiterlijk toe: 'Ik ben net zo goed ziende blind geweest. We moeten nu concluderen dat de journalistiek in het slop zit.' Het zijn stevige woorden die in de rest van de aflevering kracht worden bijgezet door sombere muziek, weinig hoopgevende statistieken over krantenoplages, een portret van de ondergang van de Haagsche Courant en harde kritiek van mensen als Ad Scheepbouwer en Alexander Klöpping. Ook gaat Steenhuis op pad met Peter Vandermeersch, de hoofdredacteur van NRC Handelsblad, die tegenover een zaal NRC-lezers zegt: 'Je komt terecht in een vreselijke spiraal: je verkoopt minder, daardoor wordt de kwaliteit minder en daardoor verkoop je weer minder en dan moet je mensen gaan afdanken.'


Na het kijken van de eerste aflevering van Iedereen Journalist, dacht ik: ik moest maar eens een andere baan gaan zoeken.

'Tja, dat is jammer. Want als je deel twee en drie hebt gezien, denk je er heel anders over. Maar laat ik bij het begin beginnen. Anderhalf jaar geleden werd ik geïnspireerd door Page One, een film over de New York Times. Ik maakte een plan, de NTR was enthousiast en toen zijn we begonnen. Maar dat was anderhalf jaar geleden. In die tijd was er een defaitisme, dat was niet te geloven. Er hing in de journalistiek een sfeer van: jongens, het is gedaan met ons mooie vak. Toen dachten we: nou, dat moeten we dan maar vastleggen. Maar allengs kwam ik erachter dat die enorme vrees en apathie jegens de opkomst van het internet begon af te nemen en er een fighting spirit ontstond. De initiatieven en ideeën komen in de latere afleveringen aan bod. Dus ja: als het goed is, krijgt de journalist na de eerste aflevering een kleine depressie. Maar als het goed is, leeft hij na de derde aflevering in een licht euforische gemoedstoestand.'


Dat neemt niet weg dat eerst een erg somber beeld van de huidige journalistiek wordt geschetst. U zegt: de journalistiek zit in het slop. Is dat echt zo?

'Er is een internetrevolutie geweest. Overal waar het internet aanklopte, is er iets blijvend veranderd. Veel zakelijke, slimme mensen hadden dat door en veranderden met de tijd mee. De journalistiek niet.


Het is toch wel kras dat de journalistiek eigenlijk tot op de dag van vandaag niet begrijpt hoe de business is veranderd en hoe je geld kunt verdienen met internet. Dat vind ik een beetje achterlijk en onnozel. Daarom zijn we voor de film naar mensen toegegaan die niet uit de journalistiek komen. Bijvoorbeeld Ad Scheepbouwer, die is president-commissaris bij Wehkamp. Daar zei hij op een gegeven moment: weg met die catalogus, ze moeten het via internet doen. Sinds Wehkamp die catalogus niet meer heeft, hebben ze elk jaar een groei van 14 procent. Dus meneer Scheepbouwer kan de journalistiek heel goed vertellen hoe het moet.


Maar er is een verschil tussen zeggen: 'de journalistiek is traag met aanpassen' en 'de journalistiek zit in het slop'.

'Inhoudelijk vind ik niet dat de journalistiek in het slop zit, laat dat duidelijk zijn. Maar mooie bladen als Intermediair en Binnenlands Bestuur bestaan niet meer, net als Dagblad De Pers. De oplage van het Parool krimpt, Elsevier heeft vorig jaar de oplage met ruim 14 duizend zien verminderen en de oplage van Telegraaf kromp in iets meer dan tien jaar tijd met eenderde deel van 800 duizend naar 500 duizend. Dat noem ik het slop.'


Daar staat tegenover dat de oplages van Trouw, NRC Handelsblad en de Volkskrant de afgelopen jaren stabiel zijn en zelfs groeien.

'Dat is heel knap en goed. En het zegt ook iets: er is zich een informatie-elite aan het ontwikkelen. Mensen die bewust willen blijven betalen voor de inhoud die de krant hen biedt. Aan de andere kant zie je dat de populaire kranten zoals het AD en Telegraaf het moeilijk hebben.


Er wordt in de documentaire gesuggereerd dat jonge mensen de krant tegenwoordig minder lezen dan vroeger, komt dat niet doordat er nu veel meer media zijn? Is de vergelijking tussen 'vroeger' en 'nu' wel eerlijk?

'Dat weet ik eerlijk gezegd ook niet. Misschien denk jij dat kwaliteitskranten weinig te duchten hebben, maar ik denk daar anders over. Wat de kwaliteitskranten nu op internet doen, lijkt heel erg op wat ze op papier doen: een pdf-je van de krant online zetten. Waarom zou ik dan mijn tablet pakken of achter de computer gaan zitten? Dan lees ik de krant wel gewoon op papier. De krant op het web heeft zich nog niet ontwikkeld, maar dat gaat wel komen. Op een tablet kun je zulke mooie dingen doen dat zelfs de meest verstokte krantenlezer zijn papieren krant weggooit.


'Ook verandert het internet de manier waarop we research doen. Neem bijvoorbeeld Joris Luyendijk. Hij benut de mogelijkheden van internet. Hij begint een blog over de City of London. Als er één plek in Europa is die alles te maken heeft met de crisis waarin we verkeren, is het de City of Londen. Hij gaat daar zitten en schrijft: beste mensen in de City, ik weet niets van jullie en dat wil ik wel. Die mensen mogen niets zeggen, op straffe van ontslag. Wat krijg je dan: die willen juist praten. Luyendijk spreekt met die mensen en heeft inmiddels tweehonderd verhalen geschreven waardoor je een heel goed beeld krijgt van hoe het er bij de City aan toe gaat. Wat is de les hiervan? Dankzij nieuwe media kun je in je research dingen doen die je nooit kon.'


De documentaire mist nuance. Alexander Klöpping roept hierin bijvoorbeeld: 'Geen krant heeft iets gedaan aan innovatie, nul.' Maar diezelfde Klöpping is lovend over de nieuwe NRC Reader en twittert regelmatig enthousiast over verhalen in de Volkskrant en NRC.

'Ja, maar als jij deel één, twee en drie hebt gezien, zou het mij verbazen als je niet vindt dat er een redelijke balans in zit. Het eindigt namelijk heel positief.'


Wat is u het meest bijgebleven tijdens het maken van deze serie?

'Je hoort weleens dat de regionale pers helemaal aan het verdwijnen is. Maar wij hebben gefilmd in Monnickendam, bij lokale amateurs die een eigen televisiestation hebben opgezet. Die volgen de gemeenteraad, leggen uit wat amendementen zijn en interviewen wethouders en gemeenteraadsleden. Op een amateuristische manier, maar eigenlijk best goed. En dat is dus in al die huiskamers te volgen. Dat is de amateur die een enorme stap voorwaarts doet.


'Ik vraag me af of het Noordhollands Dagblad zelfs in zijn glorietijd zo aanwezig was op het stadhuis in Monnickendam als deze mensen.'


De eerste aflevering van Iedereen Journalist wordt vanavond uitgezonden om 22.45 uur op Nederland 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden