Nu nog praten mensen over 'joden'

'Als het blaadje van de Februaristaking in de bus komt, ga ik telkens weer de vernieling in', zegt de 73-jarige Rie Stroek....

Maar er komen zondag duizenden mensen naar het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam om de Februaristaking te herdenken. Aan de voet van de Dokwerker, krachtig symbool van opstand en verzet, leggen betrokkenen, bestuurders en leden van verzetsorganisaties kransen en bloemen.

Een 57-jarige vrouw uit Amstelveen kijkt naar burgemeester J. Cohen en glundert: 'Dat doet me wel wat hoor, weer een joodse burgemeester. Dat geeft een vertrouwd gevoel.'

'Bij zo'n bijeenkomst, zeker voor de oudere mensen, is zo'n gevoel logisch', zegt Cohen. 'Die rol heb ik. Hier ben ik een joodse burgemeester.' Een oudere, stramme man stapt op hem af, zegt niets, geeft Cohen een hand, tikt aan zijn hoed, knikt en loopt weer door. 'Fantastisch hè.'

In Amsterdam, de Zaanstreek, het Gooi, Utrecht en Kennemerland legden tienduizenden arbeiders op 25 en 26 februari 1941 in het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog massaal het werk neer uit protest tegen grootschalige en gewelddadige deportaties van joden door de Duitse bezetter.

Uit de stakingsoproep: 'Honderden Grüne Feldpolizei kwamen zwaar bewapend plotseling de oude binnenstad en andere wijken binnenvallen. Razend, tierend, ranselend en schietend stortten zij zich met hun bewapende overmacht op de weerloze mannen, vrouwen en kinderen. Honderden jonge Joden werden volkomen willekeurig van de straat in arrestantenwagens gesmakt en weggevoerd naar een onbekend verschrikkingsoord. Vecht eensgezind tegen deze terreur. (. . .) Staakt, staakt, staakt!'

'Er waren kennissen van ons bij', blikt Stroek terug. 'Paniek bij ons thuis. Huizen kwamen leeg te staan, verhuiswagens haalden de spullen weg. Het krioelde eerst van de joodse marktkoopmannen. Allemaal weg. Dat hakt erin hoor.

'Ik zat in een herstellingsoord toen de mededeling kwam dat joden nergens welkom meer waren, ook daar niet. Mijn beste vriendinnetje moest ook weg. Ik heb de treinwagons gezien toen we een dagje naar het Gooi gingen. Al die mensen erin geperst gingen naar Westerbork.'

Commissaris der koningin Van Kemenade zegt voorafgaand aan het defilé: 'De kern van de Februaristaking was en is dat tallozen spontaan opstonden en zeiden: dit pikken we niet. Dat kan niet, dat mag niet gebeuren. Vastberaden, heldhaftig en barmhartig. Woorden die in 1947 door koningin Wilhelmina vanwege de Februaristaking aan het wapen van Amsterdam zijn toegevoegd. We zijn hier ook en vooral om, zelfs na zestig jaar, te bedenken dat ook van ons die vastberadenheid en die moed van toen wordt gevraagd.'

'Het moet blijven hè', zegt de vrouw uit Amstelveen. 'Anders gaan mensen weer in de fout. Na de oorlog heb ik nog veel antisemitisme meegemaakt. De meester stuurde me vijf minuten eerder naar huis, zodat ik het kon ontlopen.'

Ze wil liever geen naam in de krant, omdat ze niet graag op de voorgrond treedt. 'Weet u, nu nog zeggen mensen tegen me: ''Mevrouw, ik kan u verhalen over joden vertellen. . .'' Dan weten ze niet dat ik joods ben.'

De bijeenkomst wordt op het einde ontsierd door een aantal voetbalsupporters die vanuit hun auto 'Joden, joden' scanderen. De politie dwingt de auto tot stilstand. De leuzenschreeuwer krijgt een zware preek van een politieagent. Een oude vrouw stapt op de boosdoener af. 'U moet wel even weten dat u kwetst.' De autobestuurder blijkt dronken te zijn. Hij wordt opgebracht, zijn auto in beslag genomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.