'Nu moest er maar eens een autootje komen'

Na een zenuwenrit van bijna tweeënhalf uur waarbij we met werkelijk elke vorm van transport om de oren waren geslagen - taxi, tram, trein én trolleybus - en het dus voortdurend de vraag was wie er eerder zou gaan huilen, ik, de Man of de Dochter, waren we er wel uit: nu moest er maar eens een autootje komen.

Beeld Robin de Puy

Maar waar te beginnen?

Het internet biedt eindeloze mogelijkheden voor mensen met geduld en verstand van zaken, dus daar hadden we niks aan. Een nieuwe auto zou het ook niet worden, want iedereen weet dat die na het eerste ritje duizend euro minder waard is. Een geweldig toeval dus, toen bleek dat vrienden hun oude BMW wegdeden, een diesel uit 2005. Minpuntje: er stond reeds 240 duizend kilometer op de teller. Maar hij mankeerde niets, al jaren niet, en bovendien mochten we 'm voor een matsprijsje hebben.

We sliepen er een nachtje over. En nog een. Toen waren we er nog niet uit ('Ja maar, die kilometerstand', 'Ja maar, het is een BMW'). Er zat maar één ding op: Jos bellen. Jos is de man die mij zeventien jaar geleden aan een rijbewijs hielp, een Zaankanter in een trui met schouderstukken, Ray-Ban op de neus, sigaret in de mondhoek. Een echte vent die evenveel wist van auto's als van Rutte, Teeven 'en al die andere rovers'.

Nu ook zat hij niet om een oordeel verlegen.

'Heel slecht idee', zei hij nog voor ik uitgesproken was. 'Geloof mij nou: over tien kilometer kan je de remschijven vervangen, na nog eens tien kilometer is je koppakking kapot en een maand later zit je met je kont op de A10, want al die stoelen roesten door.'

Hij blies rook uit.

'Wees nou verstandig, ga naar een officiële dealer. Voor tien, elf roodjes rij je een keurig autootje in de garantie. Of kan jouw kerel een beetje klussen?'

Ik: 'Hij heeft niet eens zijn rijbewijs.'

Dus ontmoette ik Jos de volgende ochtend bij de lokale autoboer voor een testrit, en terwijl de weilanden en knotwilgen voorbijgleden en ik weer reed alsof ik examen deed, vertelde hij hoe het met hem ging. Hij werkte zich nog altijd een slag in de rondte en had onverklaarbare buikpijn. 'Als ik terugkijk op mijn leven denk ik weleens: ik ben veel te netjes geweest. Ik heb altijd goed voor iedereen gezorgd. En nog. Zo zit ik in elkaar. Maar anderen gooien je zo voor de bus. Is gewoon zo. Ze zullen je nooit tegemoet komen, het gaat om het láátste beetje. Zet 'm eens in z'n twee.'

Ik schakelde.

'De wereld is zo verhard', vervolgde Jos. 'Vroeger gaf ik nog weleens een lesje voor niks. Als zo'n kind dat niet kon betalen, zei ik: nou meid, we gaan evengoed rijden want je moet dat kut-rijbewijs hebben, ik betaal het wel. Heb ik zo veel keer gedaan, zo veel keer. En wat krijg je ervoor terug? Niks.'

Hij zweeg en staarde een tijdje in een ver verleden. Toen herpakte hij zich en vroeg hij wat ik van de auto vond. 'Keurig toch?'

Het wás een keurig autootje. En na de testrit gaf Jos een klap op de schouder van de dealer en lulde hij er nog duizend euro af ook. Maar ja. Er bleven nog genoeg duizendjes over. En 's avonds, toen de opwinding was geluwd en we nog één keer het rekensommetje maakten, kozen we toch maar eieren voor ons geld.

En dus staat er nu alsnog een oude BMW voor de deur, en hoop ik bij God en alles en iedereen dat ik straks niet met mijn kont op de A10 zit - al gun ik Jos zijn lolletje meer dan ooit.

Maar ja, er bleven nog genoeg duizendjes over

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden