BERICHT UITAMPHIA ZIEKENHUIS

Nu liggen doodzieke mensen bij elkaar op de zaal. Daar past simpelweg geen bezoek meer bij

De komende weken doet de Volkskrant regelmatig verslag vanuit ziekenhuis Amphia in Breda, waar verslaggever Willem Feenstra meeluistert met slechtnieuwsgesprekken, die noodgedwongen door de telefoon gevoerd worden.

De verpleegkundigen die familieleden van coronapatiënten begeleiden praten de emoties van zich af. V.l.n.r. Lisette, Chantal, Marieke, Nelly en verpleegkundig specialist psychiatrie Rianne van GoolBeeld Willem Feenstra

De vrouw die haar doodzieke man op de intensive care influistert dat hij zojuist opa is geworden. Heeft hij het gehoord?

Het oudere echtpaar dat een dag na elkaar overlijdt. Was het goed zo?

De vrouw die de begrafenis van haar schoonvader regelt terwijl haar man, zijn zoon, voor zijn eigen leven vecht. Hoe houdt ze zich staande?

Het is acht uur ’s ochtends en verpleegkundigen Ilona, Lisette, Chantal, Marieke en Nelly, van de afdeling ‘patiëntbetrekkingen’, praten hun emoties van zich af, onder toeziend oog van een verpleegkundig specialist psychiatrie, die hen psychisch ondersteunt. Hun werk – het begeleiden van de naasten van doodzieke patiënten – het is nooit makkelijk. Maar pas sinds een paar weken gaan ze met een zwaar gevoel naar het ziekenhuis. Voor één keer luister ik mee terwijl ze stoom afblazen, zoals ze iedere ochtend doen.

Dit zijn de mensen die families van coronapatiënten begeleiden. Die ze opvangen bij de spoedeisende hulp, meegaan naar de intensive care en helpen hopen dat het goed komt. Die familieleden soms moeten vragen om buiten het ziekenhuis te wachten, vanwege besmettingsgevaar. Die bellen met nieuws, goed of slecht. Die de tragiek van corona als geen ander doorvoelen.

Normaal, zegt Chantal, legt ze haar beide handen op de handen van een naaste als een patiënt is overleden. De kracht van hun werk zit hem in kleine gebaren. Een omhelzing, een aanraking, mimiek. Nu lopen ook zij noodgedwongen in beschermende pakken, dragen ze mondkapjes en blijven ze op anderhalve meter afstand.

‘Wat je nog overhoudt’, zegt Lisette, ‘zijn je stem en je ogen’.

‘Ik leg mijn hand op mijn hart om te vertellen hoe ik meeleef’, zegt Nelly. ‘Soms twee.’

‘Ik zeg dat ik een arm om ze heen zou willen slaan’, zegt Marieke.

‘De eerste keer condoleren zonder de hand te schudden’, zegt Lisette, ‘dat zal ik nooit vergeten.’

Patiëntbetrekkingen, de naam kan kilte doen vermoeden. Maar hoor hun verhalen, voel hun emoties, en je weet: deze afdeling had beter ‘Waardigheid’ kunnen heten. Of ‘Menselijkheid’.

Hoe meer patiënten op de intensive care vechten voor hun leven, hoe moeilijker het wordt de menselijkheid te bewaren. Door het besmettingsgevaar was het ziekenhuis al terughoudend met bezoek, sinds afgelopen vrijdag is het beleid op de intensive care nog verder aangescherpt. Eigenlijk zijn er maar weinig momenten waarop de familie aanwezig kan zijn. 

Corona komt niet dichtbij, ze zitten er middenin. Allemaal kennen ze doodzieke mensen. Een oud-collega, die tijdelijk was teruggekeerd om te helpen, is nu alweer weg. Haar schoonvader is net gestorven in het ziekenhuis, haar schoonmoeder net opgenomen.

Het grootste probleem is de omvang. Tot vorige week lagen alle patiënten op de intensive care in een eigen kamer. Toen mocht er nog één bezoeker per dag langskomen. Die kon dan videobellen, zodat de andere familieleden hun slapende vader, moeder, opa of oma woorden konden toefluisteren. Nu is de nood-intensive care in gebruik, en liggen doodzieke mensen daar bij elkaar op de zaal. Daar past simpelweg geen bezoek meer bij.

Elke dag tussen vier uur ’s middags en acht ‘s avonds bellen de twaalf verpleegkundigen van patiëntbetrekkingen alle families op. Over de behandeling in detail treden kunnen ze niet. Beterschap beloven evenmin. ‘Het is vooral gericht op het welzijn van de contactpersoon’, zegt Chantal. ‘Want mocht de patiënt vooruitgaan, dan heeft hij zijn naasten hard nodig.’

Ze zijn gefrustreerd omdat ze achter de feiten aanlopen. Patiënten liggen veel langer op de intensive care dan anders. Voorheen verzochten ze families om in het ziekenhuis te blijven als de situatie penibel werd. Nu balanceren patiënten soms wekenlang op een flinterdun koord van leven en dood. Tijd om familie te laten komen als het einde zich plots aankondigt, is er meestal niet.

De artsen en verpleegkundigen zien dagelijks hoe de dood zich voltrekt – in dit ziekenhuis al 35 keer deze maand. Maar deze vrouwen zien de verdrietige gevolgen. En toch, zeggen ze, is het dankbaar om op het ergste moment in iemands leven iets te kunnen doen. We houden het wel vol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden