'Nu ik er middenin sta denk ik: dat kun je ook'

Dat hij nog eens het eerste van Ajax zou halen, had doelman Hans Vonk (35) niet verwacht. 'Als ik destijds wat meer drive had gehad, was dit misschien wel eerder mogelijk geweest.' Morgen verdedigt hij het doel tegen Feyenoord....

De man die zich deze middag door de perskamer van de Arena beweegt met een plastic tas van de Jumbo Supermarkt, heeft geen enkele moeite met het van hem bestaande beeld. Eigenlijk vindt Hans Vonk zichzelf ook best een beetje saai, zegt hij met gevoel voor zelfspot. 'Altijd als prof geleefd, gewoon één keer getrouwd', somt de doelman van Ajax droogjes op.

Waarna hij een vergelijking maakt met Mark Fish, zijn voormalige ploeggenoot van de Zuid-Afrikaanse nationale ploeg. 'Mark had altijd de mooiste clubs en het meeste geld, maar leefde totaal niet voor zijn sport. Hij zoop of was aan het golfen. Ik dacht ook wel eens: we hebben straks een belangrijke wedstrijd en nu is Mark alwéér foetsie. Dat kan toch niet!'

De moraal van dit verhaal? 'Mark is 31 en heeft zijn afscheid aangekondigd.' En Hans Vonk? Die is in de herfst van zijn keeperscarrière, op 35-jarige leeftijd, eerste keus onder de lat in Amsterdam, in zijn tweede seizoen bij Ajax. Vreemd? Nee, zegt Vonk.

'Ik heb altijd geleerd goed te luisteren. Tijdens de wedstrijden in de voorbereiding op het seizoen ben ik bewust in de buurt van de coach gaan zitten, want dan is hij aan het coachen en het analyseren. Dan hoor je wat een coach verwacht van zijn spelers. Och, daar leer je zoveel van. Ik deed dat al op 18-jarige leeftijd bij Leo van Veen, toen ik nog bij RKC zat, en ik heb er nog steeds profijt van.'

Bij Heerenveen, de club die hij na zijn periode in Waalwijk acht seizoenen diende, was Vonk als eerste doelman onomstreden. Maar in Amsterdam voert hij een zware concurrentiestrijd met Roemeens international Bogdan Lobont en de bij Ajax opgeleide talenten Maarten Stekelenburg en Kenneth Vermeer.

Maar verwacht geen onderlinge animositeit, want wie de keeperstrainingen van Fred Grim volgt, ziet louter doelmannen die elkaar positief steunen. 'Ik heb me wel eens verbaasd over die kameraadschappelijke sfeer. We strijden toch met z'n vieren om een plek', zegt Vonk. 'Maar wie stond er het hardst te juichen toen wij in Kopenhagen tegen Brøndby op voorsprong kwamen? Bogdan Lobont. Gek van vreugde sprong hij het veld in.

'Bij mij, en trouwens ook bij de rest van de selectie, heeft hij daar enorm veel respect mee afgedwongen. Dan ben je mentaal ijzersterk. Hij komt wel weer goed terecht.' Het zijn haast vaderlijke woorden van Vonk over zijn acht jaar jongegen, re collega. Maar als hij iets verafschuwt, dan is het de veronderstelling dat hij als routinier zou waken over zijn jongere concurrenten.

Want toen Stekelenburg met een zware schouderblessure het veld verliet tegen Boca Juniors, zag Vonk zijn kans schoon. 'Ik dacht eerst nog dat het zou meevallen, maar ik schrok toen ik hem op de bank zag liggen in de kleedkamer.

'Hij lag daar helemaal bloot en was dizzy. Dus ik zei tegen hem: je moet wel een jas aantrekken als je zo met de ambulance meegaat, want het is koud buiten. Dat kreeg hij niet helemaal mee, geloof ik, dus toen heb ik zijn vrouw een dikke trui en een jas aangereikt.'

Maar daar hielden zijn bemoeienissen op. 'Na de menselijke reactie volgt de professionele gedachte. Dan denk je: dit opent perspectieven. Op trainingen voelde ik me al nummer twee, dus dacht ik dat het wel raar moest lopen als Blind nu niet voor mij zou kiezen.'

Ondanks zijn jarenlange ervaring als doelman, de wedstrijden die hij keepte voor de nationale ploeg van Zuid-Afrika én zijn nuchtere inborst, voelde Vonk wel degelijk druk toen de wedstrijden in de voorronde van de Champions League tegen Brøndby zich aandienden. 'Als je steeds hoort herhalen hoeveel geld ermee is gemoeid, dan denk je vanzelf: hé, ik speel geen wedstrijd voor het sportieve belang van de club, maar vooral voor het financiële belang.'

Een groter contrast is nauwelijks denkbaar tussen deze periode van de miljoenen euro's en de tijd dat hij zich als tiener nog moest manifesteren in het betaald voetbal. Bij RKC begon Vonk als tweede doelman achter Herman Teeuwen. 'Op die leeftijd zag ik voetbal slechts als hobby. Ik ging studeren aan de HTS in Dordrecht. Voetbal, dat was toch niet belangrijk? Een maatschappelijke carrière, dát telde .

Vonk stond op het punt te solliciteren in het bedrijfsleven, toen hij alsnog koos voor het voetbal. 'Dat was in 1994, toen ook de eredivisie financieel wat body begon te krijgen. Nee, Hans Vonk droomde toen nog niet van Ajax. Edwin van der Sar brak net door. Dat niveau is niet voor mij weggelegd, dacht ik. Terwijl ik nu denk: als ik destijds wat meer drive had gehad, was dit misschien wel eerder mogelijk geweest.'

Maar, zo verzucht hij, Hans Vonk was toen nog die bedeesde jongen uit het dorpje Woudrichem, die opkeek tegen Amsterdam, waar alles veel beter en sneller leek. 'Nu ik er middenin sta, denk ik: goddomme, dat kun je ook.

'Maar goed, dat besef is later gekomen. Foppe de Haan zei altijd over het verloop van een heel seizoen: aan het einde krijg je wat je toekomt. Op die manier bekijk ik mijn carrière als doelman.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden