Nu denken ze in Amerika dat wij messcherp zijn

Column Sheila Sitalsing

Je hoorde, rook en zag het triomfalisme doorschemeren in de reportages en in de gretig gedeelde filmpjes en in de geschreven verslagen, een heel klein beetje maar, maar net genoeg om te weten dat we collectief weer op de kaart staan, dat we een volk van helden zijn, van mannen en vrouwen uit één stuk.

Je hoorde het in de lichte trilling van de stem van de nieuwslezer. Je las het terug in de witruimte tussen de opgewonden zinnetjes. Wij - de nationale wij, dezelfde wij die uit zijn hol komt gekropen om wat van het podiumlicht mee te pikken als er iets gewonnen is, de wij die voetbalwedstrijden wint en ranglijstjes aanvoert - hebben de nieuwe Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra een poepie laten ruiken.

Alle hoeken van de kamer laten zien. Op zijn nummer gezet. Met de mond vol tanden achtergelaten. Laten zien wat er met je gebeurt als je vuige leugens over 'brandende auto's en brandende politici en onbetreedbare gebieden' loopt te verspreiden en vervolgens weigert om tegen Nederlandse verslaggevers die naar je ambassade zijn toegekomen voor een kennismakingsgesprek te zeggen waarom je dat gezegd hebt, en of je het terugneemt. Wij - eigenlijk: een verslaggeefster - hadden het in zijn gezicht gezegd: 'This is the Netherlands! You have to answer questions!'.

Een kort filmpje van de ontmoeting tussen de Nederlandse pers en Hoekstra werd op internet gedeeld met uitleg in het Engels erbij ten behoeve van een internationaal publiek, want soms moet je een beetje reclame maken voor jezelf. Het heeft de Amerikaanse media gehaald, The Washington Post schreef er een bewonderend stuk over. En met elke internetreactie ('Bravo Dutch Media!!!!' ) waaierden er straaltjes licht en warmte over het ganse land.

En nu denken ze in Amerika dat wij hier messcherp zijn, ook de wij die daarnet uit een hol is komen kruipen om oogknipperend tegen het zonlicht te informeren of wij misschien nog heldendaden hebben verricht.

Dat we hoogwaardigheidsbekleders in stukjes hakken en opeten bij het ontbijt. Dat iedereen hier van enig belang, ook de ceo van Shell en de premier van het land en de burgemeester van Rotterdam en de minister van Financiën en de aanvoerder van de FNV, spontaan preventief uitgebreide complete antwoorden begint te geven zodra hij of zij een journalist ontwaart, nog voordat een vraag is gesteld, want this is the Netherlands. Dat hier onverveerd wordt gestreden voor de waarheid. Dat niemand hier dagen, weken, maanden of zelfs jaren kan wegkomen met lulpraatjes over het klimaat, twijfelzaaierij over vliegtuigoverlast, bagatellisering van aardbevingsrisico's, verspreiding van rassentheorieën, flauwekul over de ondergang van het avondland, nepnieuws over immigratie, halve waarheden over bezuinigingsmaatregelen.

Dat journalisten hier nooit begripvolle, genoeglijke uitwisselingen hebben met schedelmeters of vrouwenmishandelaars. Dat wanneer wij hier een bewering aan een feitencontrole onderwerpen, er pas tot publicatie wordt overgegaan als alles tot in de puntjes klopt en ook de allerlaatste openstaande vraag is beantwoord met de onbetwistbare waarheid.

Want zo doen we dat here in the Netherlands.

Toch?