Nu de ogen gesloten zijn

Van dit soort briefjes houd ik niet: 'Ik dank U van ganser harte voor de prachtige kritiek die U in Het Parool van 22 maart over mijn eerste boek geschreven hebt....

Dat is de eerste helft van een brief die Anna Blaman op 26 maart 1946 schreef aan Vestdijk, naar aanleiding van diens kort tevoren verschenen bespreking van Vrouw en vriend. Een ongeschreven wet heeft het zwijgen van schrijvers tegenover hun critici usance gemaakt. Gelukkig. Want naar ik vermoed zal Vestdijk zich niet alleen met die bijna ongegeneerde lof verlegen hebben gevoeld, het schrijven van een kritiek over een tweede boek wordt zo haast onmogelijk gemaakt. Vestdijk besprak de tweede roman, Eenzaam avontuur, wel en zeer prijzend, vanaf de eerste zin: 'Laat ik vooropstellen, dat ik deze roman, behalve als een technisch waagstuk, zonder enig voorbehoud als een meesterwerk beschouw.'

De brief staat in een artikel van Aad Meinderts, 'Vestdijk over Blaman. Blaman over Vestdijk', dat is opgenomen in het Vestdijk-jaarboek 1998, Het oog van de meester (Nijgh & Van Ditmar; * 37,50). Vestdijk als recensent, het idee is bijzonder aardig. Kritieken van Vestdijk worden herdrukt en de auteurs van de besproken werken is om commentaar gevraagd. De schrijvers zijn Pierre H. Dubois, Guillaume van der Graft, Hella Haaasse, L.Th. Lehmann, Adriaan van der Veen, Theun de Vries, Leo Vroman, Victor Westhof. (Ik moet eerlijk bekennen van de laatste, een dichter die in 1947 debuteerde, nooit te hebben gehoord.) Onvermijdelijk gaat het hier om oudere schrijvers (Lehmann, 77, zal wel de jongste zijn, want dat is hij altijd geweest), en om vroeg werk van hen. De reacties zijn nogal verschillend van karakter, van ernstig tot luchtig.

Vroman schreef een alleraardigste brief, die zo begint: 'Beste Simon, Kortgeleden hoorde ik dat je 99 jaar geleden geboren werd, zodat we nu langzamerhand even oud zijn en ik je bij je voornaam durf te noemen.' Bij hem staat tot mijn vreugde ook deze zin: 'Ik heb je destijds hopelijk niet geschreven hoe verbijsterend gelukkig ik was met die bespreking (Het Parool, 21 juni 1947) door iemand die ik zo duizelingwekkend bewonderde.' Lehmann is er het meest over verwonderd dat Vestdijk zijn gedicht 'Concessie' 'aangrijpend' vond. Hij poogt het zelf te analyseren, maar kan de woorden ervan ook niet meer goed thuisbrengen. Hij beschouwt zijn vroege dichterschap en erkenning als 'een grote grap', de lof was 'niet onstrelend voor de ijdelheid, maar voornamelijk bizar'. Hij voelde geen roeping voor het dichterschap en daardoor was alles aan hem niet besteed. Daar gaat de hoge ernst van de criticus.

Guillaume van der Graft verbaast zich het meest over Vestdijks zeer diepe graven waar de betekenis aan de oppervlakte ligt. Als Vestdijk een 'welwillende' criticus is - Van der Graft noemt hem zo, naast 'diepzinnig' - dan is dat niet in de betekenis van 'meegaand' en 'vriendelijk', maar in de overschatting van de auteur, niet naar de kwaliteit van diens werk, maar naar de inhoud ervan. Vanuit een zeer grote belezenheid kent hij een dichter grotere gedachten toe dan die wellicht heeft gehad; hij ziet mogelijkheden en toespelingen die de dichter onbekend zijn gebleven. Hij leest vanuit een veel ruimer referentiekader dan de dichter heeft gedicht. Hij verheft de gedichten in de stand van zijn belezenheid. Waarschijnlijk maakt die 'standverheffing' Vestdijks kritieken ook moeilijk: Vestdijks denkwereld is even complex als zijn romanwereld.

Ik denk dat Hella Haase de moeilijkheid of de onmogelijkheid van een reactie na bijna een halve eeuw - het gaat om Vestdijks kritiek op haar Het woud der verwachting - heeft begrepen. (Pierre Dubois ziet dat trouwens ook in.) Zij schreef een briefje aan een der redacteuren van het jaarboek. 'Mijn reactie is maar kort. Een artikel zit er niet in' In elk geval heeft de tijd, volgens haar, Vestdijk ongelijk gegeven. Wat niet zijn ongelijk van indertijd bewijst. Overigens: de meeste critici krijgen ongelijk van de tijd. Onvermijdelijk. Daarom zullen kritieken altijd binnen de context van de eigen tijd gelezen moeten worden. Of daarbinnen gereconstrueerd

In het tweede deel van het jaarboek worden de criticus Vestdijk en grote schrijvers en dichters met elkaar geconfronteerd. De schrijvers zijn Blaman, Bordewijk, Hermans, Reve, Lampo, Vasalis, Gerhardt, Hendrik de Vries. De bijdragen zijn nogal verschillend. Vestdijk-Bordewijk bijvoorbeeld is ook hierom boeiend: beiden hebben elkaar - met bewondering - besproken. Vestdijk-Vasalis is een in ruimer verband geplaatste bespreking van Vestdijks waardering voor Vasalis' poëzie. (Vasalis heeft zich bij mijn weten nauwelijks over het werk van anderen uitgelaten; ik herinner me alleen een bewonderend stuk over Aafjes.)

Vestdijk heeft zeker het vroege werk van Reve bewonderd (zijn kritiek op Werther Nieland verdient zonder meer klassiek te zijn; het is een bijna ideale kritiek). Reve heeft met Vestdijks werk nooit veel opgehad; ik herinner mij zijn tirade tegen Vestdijks manier van schrijven in een bespreking van een van Vestdijks romans op de televisie, lang geleden. Het gebeurde in een door Gomperts geleid vast panel, waarin naast Reve ook Gabriël Smit zat. Later had Reve voor Vestdijk afgedaan en, voorzover dat kon, Vestdijk voor Reve. De relatie Vestdijk-Hermans is iets gecompliceerder; hun relatie wordt voortreffelijk gedocumenteerd beschreven door Gerard Raat. Bert Vanheste toont aan dat Lampo voor Vestdijk heel wat guller met bewondering is geweest dan Vestdijk - meer incidenteel - voor Lampo.

Het oog van de meester is een bijna ouderwets boek, want Vestdijk is hier nog de spil om wie alles draait. Hij was een centrale figuur - 'groot voorbeeld van groot schrijverschap', groter kan het niet. De reacties en de confrontaties hebben nu een literair-historisch karakter. Het oog van de meester is gesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden