Nu de dood dichterbij komt: Remco Campert schrijft er een gedicht over

De dood is het uiteindelijke allesomvattende gedicht

Foto de Volkskrant

Bij je geboorte is je dood al aangekondigd. Dat je het maar weet! Daarna worden we met rust gelaten en kunnen de meeste mensen een tijdje onbezorgd verder leven.

De dood is natuurlijk altijd aanwezig. Toch denk ik, nu ik behoorlijk oud ben, dat hij dichterbij is dan ooit. Maar wat is dat: dood. Ik schreef het gedicht: 'Dood'.

Ik denk aan de dood mijn dood

ik denk derhalve aan niets

de dood is het niets

aan niets kun je niet denken

aan sterven kun je denken

maar te pijnlijk te ontwricht

de dood is het uiteindelijke

allesomvattende gedicht

Het leven bestaat dan uit poëtische regels die het pad naar je dood begeleiden. Alleen een dichter, die sowieso niet goed bij zijn hoofd is, kan zo iets bedenken.

Op een dag werd de dichter Hans Andreus er van op de hoogte gebracht dat hij kanker onder de leden had en niet lang meer te leven. Hij schreef zijn 'Laatste gedicht':

Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf

nu het met mijn leven bijna is gedaan,

de scheppingsdrift me ook wat is vergaan

met letterlijk de kanker in mijn lijf,

en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,

ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,

maar ik praat liever tegen iemand aan

dan in de ruimte en zo is dit wel

de makkelijkste manier om wat te zeggen), -

hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht

Van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in

het onverhoeds onnoemelijke begint?

Of is het dat jij me er een onverdicht

woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt?

Dit laatste gedicht staat in Verzamelde Gedichten (Bert Bakker, 1993). Tot besluit hieruit een van de eerste gedichten van Andreus, 'Goed licht':

Goed licht goed goedmoedig licht

mijn kleren onder u zijn mauve

het water onder u wordt bleu van zwijgen

de fietsers onder u verliezen

hun houten en hun stalen hoofden.

En huizen woelen zich niet bloot meer

en straten slapen op hun zijde

en huisdeuren verstaan elkander

fluisterend uit hun brievenbussen

en waar ik sta daar sta ik niet.