Nu Berlusconi passé is, moet Italië afscheid nemen van de anti-politiek

Zonder Berlusconi heeft Italië een kans op politieke vernieuwing. Voorwaarden daartoe zijn hervorming van het kiesstelsel, van de grondwet en van de beloning van parlementariërs.

Welke politieke toekomst wacht Italië nu het tijdperk Berlusconi definitief voorbij is? Het politieke debat in Italië wordt al twee decennia bepaald door leiders die zich tegen de politiek keren, met het oogmerk zo de kloof tussen burger en politiek te dichten. Van Lega Nord-leider Umberto Bossi tot Beppe Grillo en natuurlijk Silvio Berlusconi zelf. Ook oud-premier en technocraat Monti was een anti-politieke oplossing voor een politiek probleem. Dit alles heeft ertoe geleid dat de politieke apathie onder Italiaanse jongeren gevaarlijk groot is geworden. Het vertrouwen in democratische instituties staat op een dieptepunt.


De anti-politieke retoriek is een uitvloeisel van het vorige grote breukmoment in de Italiaanse geschiedenis (1992-1994). In een voor West-Europa unieke politieke crisis probeerde Italië te breken met het naoor- logse politieke systeem waarbij alle politieke partijen electorale steun persoonlijk maakten: door het cliëntelisme waren kiezers gebonden aan een politicus, niet aan de staat. Politici hadden in hun eigen kiesdistrict een achterban die in ruil voor stemmen voordelen kreeg. Daarnaast was er de tweedeling tussen de eeuwige regeringspartij (christen-democraten) en de eeuwige oppositie (communisten). Een gezonde democratische wisseling tussen oppositie en regering was niet mogelijk. Het systeem zat muurvast, met alle gevolgen op het gebied van corruptie en belangenverstrengeling van dien.


Begin jaren negentig klapte dit systeem: Italië kreeg een 'Tweede Republiek' die moest afrekenen met cliëntelisme, de macht van personen in de politiek, corruptie en een politiek die slechts door partijelites werd gevoerd. Aangevoerd door dappere rechters werd het politieke spectrum gezuiverd: op zeker moment stond eenderde van de parlementariërs onder justitiële verdenking.


In die politieke verwarring betrad Berlusconi het politieke speelveld om in de naam van de democratie en de vrijheid een nieuwe vorm van politiek te belichamen. Het is ironisch en tegelijk tragisch dat dit uitmondde in nog grotere politieke extravagantie, machtsmisbruik en verspilling van publieke middelen - een Italiaans parlementslid verdient vier keer zoveel als zijn Spaanse collega, de presidentiële kosten zijn acht keer zo hoog als in Duitsland, Italiaanse volksvertegenwoordigers rijden samen in meer dan een half miljoen dienstauto's.


Het falen van de Tweede Republiek is niet alleen het falen van Berlusconi. De beweging van Beppe Grillo is geïnspireerd op woede. Ze wil burgers bijeen brengen om het oude systeem omver te werpen. Met hem zijn alle progressieve politici - van Romano Prodi tot de rijzende ster van links Matteo Renzi - de afgelopen twintig jaar louter anti-Berlusconianen geweest, zonder eigen programma. Alleen hun toon in dit anti-politieke debat was een andere.


Kan de Tweede Republiek alsnog daadwerkelijk van de grond komen nu Berlusconi van het toneel is verdwenen? De hervorming van het kiesstelsel, de grondwet en de beloning van parlementariërs zijn daarvoor de eerste voorwaarden. Zonder Berlusconi heeft Italië in ieder geval een kans op politieke vernieuwing. Maar als anti-politiek de boventoon blijft voeren, is elke vernieuwingspoging bij voorbaat kansloos.


PEPIJN CORDUWENER is (politiek) historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden