NSA houdt van de pers

Journalisten hebben na 'Snowden' geen excuus niet méér te doen aan bronbescherming.

Waarom de NSA van journalisten houdt? Is dat echt het thema? Zijn het juist niet de journalisten die de NSA het zwaarste jaar hebben bezorgd dat ze ooit hebben gehad?


Ja, journalisten als Laura Poitras, Jacob Appelbaum en Glenn Greenwald onthulden dat we allemaal veel meer in de gaten worden gehouden dan we dachten. Maar daarmee is ook blootgelegd hoe onze wereld, de journalistieke wereld, de wereld van bronnen en contacten, op een voorheen onvermoede manier werkt. We leven in een nieuwe wereld, en de manier waarop we ons werk doen, moet veranderen. We hebben nieuwe verantwoordelijkheden.


Natuurlijk houden inlichtingendiensten journalisten al sinds de begindagen van de journalistiek in de gaten om te weten wat zij te weten komen. Het nieuwe aan de huidige situatie zal ik daarom verduidelijken aan de hand van een voorval uit de praktijk.


Een Amerikaanse journalist wilde het systeem onthullen waarmee de CIA mensen in Polen, Litouwen en Roemenië martelde onder president Bush. Omdat het moeilijk is toegang te krijgen tot de bronnen voor dit verhaal - het was voor CIA-mensen gevaarlijk te spreken over de geheime gevangenissen en de 'uitleveringen' - werkte hij samen met een vriend, een onderzoeker bij Human Rights Watch (HRW). Die werkte daarbuiten voor advocaten die de belangen behartigden van mensen die de CIA had gemarteld.


De journalist deed zichzelf ook als iemand anders voor en zei dat hij een boek aan het schrijven was over de ontvoering van Abu Omar in Milaan, in 2003. Dus als team hadden de HRW-onderzoeker en de journalist eigenlijk vier identiteiten: onderzoeker, journalist, maar ook privédetective en schrijver. En afhankelijk van wie zij spraken zetten ze een van deze petten op.


De journalist benaderde John Kiriakou, een voormalige CIA-medewerker. Hij was de eerste die in het openbaar toegaf dat de CIA mensen martelde. Kiriakou was duidelijk de klokkenluider die de openbare discussie hierover op gang bracht, bijvoorbeeld door op televisie te vertellen dat bij Abu Zubaydah in Thailand gebruik was gemaakt van waterboarding. Zonder twijfel was dat de reden waarom hij zorgvuldig door de CIA in de gaten werd gehouden... en de reden dat de CIA de NSA om assistentie vroeg.


De journalist, die zei een boek te schrijven, vroeg Kiriakou per e-mail hem te helpen bij het vinden van achtergrondinformatie. Dat resulteerde ten slotte in namen van undercover-medewerkers van de CIA die bij het waterboarden van Abu Zubaydah betrokken waren - allemaal in e-mails van Kariakou aan de journalist.


Dan wordt het ingewikkeld. In de aanklacht tegen Kiriakou staat dat de journalist deze namen aan de onderzoeker van Human Rights Watch gaf, en dat deze die in zijn hoedanigheid van privédetective aan advocaten gaf die deze op hun beurt weer aan hun cliënten in Guantanamo doorgaven. De FBI begon het onderzoek naar deze lekken na berichten dat gevangenen op Guantanamo foto's te zien kregen van de door Kiriakou genoemde undercoveragenten, met de vraag of zij zich hen konden herinneren.


Nieuw is dat we dankzij Snowden kunnen concluderen dat de CIA en de FBI bij dit onderzoek zeer waarschijnlijk hulp kregen van de NSA. Dat de NSA Kiriakou's e-mails volgde en toen de CIA tipte. Nu zit Kiriakou een gevangenisstraf van 30 maanden uit. Het belangrijkste bewijs was het e-mailverkeer met de journalist.


Kiriakou zegt dat deze journalist, tegen de afspraak in, zijn identiteit niet beschermde. De journalist beweert dat hij Kiriakou's naam niemand ooit vertelde. Dat laatste is misschien waar. Maar op de juiste manier beschermd heeft hij Kiriakou's identiteit niet.


Wij hebben geen officiële definitie van journalistieke wanprestatie, maar ik vind dat we die wel zouden moeten hebben. Als we onzorgvuldig met elektronische communicatie omgaan en een bron daardoor wordt vervolgd, schenden wij de journalistieke ethiek. Sinds Snowden weten we beter. Het is onverantwoordelijk een bron die in gevaar is per e-mail vragen te stellen. We kunnen in plaats daarvan mensen ontmoeten; een wandeling met ze maken en onze smartphone daarbij op kantoor laten. Snowden adviseert zelfs deze in de ijskast te leggen.


Versleuteling is een effectief middel. Inlichtingendiensten gebruiken onze e-mailcontacten en onze zoekopdrachten om aanwijzingen te vinden over anderen. In onze tijd is versleuteling daarom een kwestie van journalistiek netjes met elkaar omgaan, zoals het ook onze taak is bronnen te wijzen op de gevaren van e-mailtjes met gevoelige informatie. We moeten leren hoe onze digitale sporen te wissen. En we moeten op niet-digitale wijze contact leggen en contacten onderhouden.


Ik denk dat we allemaal een foto van John Kiriakou op ons computerscherm moeten hangen. We moeten aan hem blijven denken en niet vergeten hoe door onze roekeloosheid iemand anders in de gevangenis kan belanden.


Dit is een bekorte versie van de lezing die John Goetz op 2 mei in de Rode Hoed in Amsterdam hield ter gelegenheid van de Dag van de Persvrijheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden