NO

Fijn is dat er in No fantastisch wordt geacteerd.

René Saavedra is een hippe reclamejongen. Hip in Chili in 1988 betekent: gebleekte spijkerbroek, sneakers, skateboard, een klein staartje in de nek. Saavedra is goed in zijn vak: moeiteloos brengt hij nieuwigheden als frisdranken en magnetrons aan de man.


Wanneer hij wordt gevraagd mee te doen aan een politieke campagne, aarzelt hij. Het is niet zomaar een campagne. Onder internationale druk heeft generaal Pinochet, dictator vanaf zijn staatsgreep in 1973, een referendum uitgeschreven. Stemmen de Chilenen ja, dan blijft hij aan de macht; kiest de meerderheid voor nee, dan zullen democratische verkiezingen worden gehouden.


Een uitgelezen kans voor het Chileense volk om zich te ontdoen van een gevreesd dictator die duizenden verdwijningen en moorden op zijn geweten heeft. Maar zo simpel is dat nog niet: Pinochet heeft de Chilenen verlamd met zijn jarenlange terreur en verleid met zijn economische hervormingen, die een grotere welvaart hebben gebracht. Vrijwel niemand gelooft bovendien dat 'nee' stemmen zin zal hebben - het referendum moet haast wel doorgestoken kaart zijn.


De makers van de nee-campagne krijgen dagelijks een kwartiertje zendtijd, terwijl de rest van het televisieaanbod door het Pinochet-kamp wordt gecontroleerd. Het lijkt een hopeloze missie. Daar komt nog bij dat het nee-kamp een waaier aan politieke stromingen vertegenwoordigt, die voortdurend met elkaar overhoop liggen.


No, de vierde speelfilm van de Chileen Pablo Larraín, laat op meesterlijke wijze zien hoe uitgekiende reclametechnieken de uitslag van het referendum bepaalden. Hoewel de film fictie is, bleef Larraín dicht bij de feiten. Dat realisme wordt versterkt door het gebruik van (nagebouwde) U-Matic videocamera's, zoals die in 1988 ook voor de campagne werden gebruikt.


Het ziet er niet fraai uit: het beeld is grofkorrelig, bijna vierkant van formaat, vaak overbelicht, bruinig of onscherp. Maar storend is dat niet. De echte commercials van toen - Larraín verwerkte een flink aantal in de film - vloeien zo moeiteloos over in het nagespeelde verhaal van Saavedra.


Door het beeld van moderne scherpte en glamour te ontdoen, schept Larraín ruimte voor waar het echt om gaat. No is niet alleen een meeslepend verslag van een bloedspannende campagne, maar ook een scherpe, vaak humoristische analyse van politiek en marketing. Met lege reclametaal ('Dit past heel erg in het Chili van nu') en positieve mantra's ('Chili, het geluk komt eraan') bewerkstelligt Saavedra meer dan met een serieuze boodschap.


Ook fijn is dat er in No, genomineerd voor een Oscar, fantastisch wordt geacteerd. De Mexicaanse ster Gael García Bernal is sterk als Saavedra, Alfredo Castro blinkt uit als zijn verbitterde chef. Castro was ook de hoofdrolspeler in Larraíns eerdere films over het Pinochet-tijdperk, die samen met No als een trilogie kunnen worden beschouwd. In Post Mortem (2010) draaide het om de bloedige staatsgreep, Tony Manero (2008) ging over de gewelddadigste periode van Pinochets bewind. No belicht het einde van de dictatuur: een hoopvolle, maar ook gevaarlijke en verwarrende periode.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden