Nouri strooide pleziertjes uit over het veld, die zo vaak verdwenen lijken uit het spel

Foto de Volkskrant

Allah shefiek inshallah, schrijft een vriend over Appie Nouri. 'Moge Allah jou genezen.'

Natuurlijk was daar trots op honderden reacties op een stuk in de Volkskrant over het lot van Ajacied Abdelhak Nouri. Ze maakten van de telefoon een fruitautomaat die voortdurend uitbetaalde. Maar nooit verdween het verdriet; van al die lezers en van mezelf, om een voetbalmannetje dat ik slechts een paar keer kortstondig ontmoette. Sinds zijn val op een zonnig veld in Oostenrijk ging hij in mijn hoofd wonen. Hij zat soms dagenlang stilletjes in een hoek, maar hij wilde nooit naar buiten, zelfs niet als het heerlijk weer was om te voetballen op het sappigste grasveld ooit.

Waarom dat zo was, van dat mannetje in mijn hoofd? Dat is moeilijk te verklaren. Sommige personen fascineren nu eenmaal meer dan andere. Naar Lionel Messi kan ik dagenlang kijken, puur om zijn voetbal. Bij U2's Bono vergeet ik zomaar zijn fratsen met belastingparadijzen en zo, omdat zijn songs me raken, omdat hij na ruim veertig jaar nog een mooie cd uitbrengt en toepasselijk zingt, in de song Love is all we have left: 'And that all we have is immortality. Don't close your eyes.'

Nouri bracht voor mij een sprankje hoop in een wereld waarin we vuurtjes laten oplaaien en soms spotten met de lieve vrede. Nouri was zo'n vlammetje van verbinding, gewoon, door simpelweg aardig te zijn voor anderen en geïnteresseerd, sociaal en vrolijk, terwijl hij met voetbal pleziertjes uitstrooide over het veld. Plezier dat zo vaak verdwenen lijkt uit het spel, of je nu bij een jeugdwedstrijd staat te kijken of bij het hoogste niveau, waar mannen elkaar proberen te raken waar ze elkaar kunnen raken en het volk met duizenden tegelijk zingt dat de scheidsrechter een hoerenzoon is.

Ik dacht altijd: Nouri, dat is nu eens een aardige voetballer en een leuke sportman. En die viel zomaar om op die zonnige dag in Oostenrijk. Hij ligt vermoedelijk voor altijd in het ziekenhuis, nadat zijn hersens te weinig zuurstof hebben kregen.

Ontmoetingen met Nouri's vader Mohamed en zijn broer Abderrahim ontroerden me, ook door het besef dat verscheidenheid juist mooi is. Ze zijn zo ontzettend anders dan mijn buurman of dan ik. Het is imponerend hoe ze hun geloof belijden en laten branden als krachtbron. Dat mag in onze geseculariseerde wereld hopeloos ouderwets zijn, maar ik vind dat juist mooi.

Daarom, en om meer, ging dat verhaal met me op de loop, daarom had ik liever 6.000 of 8.000 dan 4.000 woorden geschreven, maar dat is ook weer overdreven voor een krant. Daarom zit ik nog met veel meer vragen, terwijl we allemaal weten dat niet op elke vraag een antwoord is te vinden. Was het maar zo simpel.

Intussen droom ik soms dat Nouri opstaat en dat hij ons allemaal vraagt om een partijtje mee te voetballen.

Allah shefiek inshallah.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl

Meer over