Nou noem ik Hermans weer, sorry jongens!

Beweringen & Bewijzen

Al enige tijd woedt in deze krant een discussie over de vraag of het terecht is dat de boeken van jongere schrijvers worden besproken door oudere recensenten. Was ikzelf jong en had ik een hemelbestormende roman geschreven, dan zou ik het eervol vinden wanneer een ouder iemand zich over mijn werkstuk zou willen buigen. Juist op het terrein van de literatuur - het is geen wiskunde, muziek of schaken - weten ouderen vaak meer en bezitten zij een breder perspectief van wat er speelt.

In de meeste culturen is zoiets vanzelfsprekend, maar niet in Nederland.

Onze jongeren willen graag door hun eigen generatie worden besproken. Eigenlijk zouden ze het liefst zichzelf bespreken. Dat wordt dankzij Alexander Klöpping en al die andere toekomstige internetmiljonairs heus wel mogelijk, maar nu is het nog even een stap te ver.

De jongeren willen ook helemaal niet meer vergeleken worden met Hermans, Reve en Mulisch, maar met hun eigen leeftijdgenoten De Vries, Jansen en Pietersen. Mijn zegen hebben ze. Anders dan in de meeste ontwikkelde landen zijn Nederlandse cultuuruitingen doorgaans niet gebaseerd op kwaliteit, maar op elkaar iets gunnen. Dat heeft te maken met het subsidiesysteem. Melle Daamen, baas van de Amsterdamse Stadsschouwburg, heeft - onder luid gegrom vanuit het veld - al eens de vinger op deze zieke plek gelegd.

Zelf heb ik als jongere en als oudere man gerecenseerd. Je moet dat alleen niet je hele leven doen, want je wordt daar op den duur gallisch van. Het is bovendien een zinloze bezigheid. 'Letterkundige kritiek lijkt op sneeuwruimen', heeft Willem Frederik Hermans eens geschreven, 'je ruimt iets op dat op den duur ook vanzelf verdwijnt'. Hé, verdomme, nou noem ik Hermans weer. Sorry, jongens!

Zelf ben ik blij dat ik er vanaf ben. Statistisch gezien verschijnt er een (1) echt goed boek in de tien (10) jaar, en daarom begint recenseren bij de zoveelste veelbelovende roman van de jongere generatie wel eens corvee te worden. Al enige tijd lees ik liever non-fictie dan fictie - dat heeft misschien ook iets te maken met het ouder worden.

Een boek dat mij momenteel bezighoudt is Een regen van eeuwig vuur van Arita Baaijens. Het is al in 2010 verschenen, maar toen is het nauwelijks opgemerkt. Een regen van eeuwig vuur is non-fictie en tegelijkertijd is het literatuur. Arita Baaijens is een bijzondere vrouw. Na de dood van haar moeder besloot ze te gaan doen wat ze haar hele leven al had willen doen: reizen. Ze gaf haar baan op als bioloog aan de VU en ging met kamelen wandelen door de woestijnen van Egypte en Soedan. Vaak in haar eentje.

Een tijdje geleden zag ik haar in de tv-serie van Redmond O'Hanlon. Hij zocht haar op in de woestijn. Een aandoenlijk gezicht, die onhandige Redmond met zijn rolkoffertje in het rulle zand, terwijl hij haar helemaal niet kan bijbenen. Zonder overdreven risico's te nemen, doet Arita Baaijens dingen die u en ik niet durven. Ze tart de dood niet, maar zij is er ook niet bang voor. De laatste keer reed zij op een paard door de bergen en moerassen van Siberië. Bijna onopgemerkt is zij ontdekkingsreiziger geworden en in die hoedanigheid ontving zij vorige maand in New York de Humanity Award van een organisatie die vrouwen steunt bij wetenschappelijk onderzoek.

In Een regen van eeuwig vuur beschrijft Baaijens hoe zij aanklopt bij de Duitser dr. Carlo Bergmann, de grote Afrika-kenner die al vele jaren als nomade de woestijnen doorkruist. Ze wil met hem mee, maar de iezegrim Bergmann is helemaal niet van haar gezelschap gediend. Ze houdt aan en tenslotte wil hij haar meenemen onder de voorwaarde dat zij de tocht zullen maken als man en vrouw. Maar dat wil Baaijens weer niet. 'Dan gaat de prijs omhoog', antwoordt Bergmann, want er is een verschil tussen een wezenlijk geïnteresseerd mens en een toerist die meeloopt. De tocht is schitterend en hels. Dankzij Bergmann leert zij de woestijn kennen en wat misschien nog belangrijk is: zij leert zijn botheid begrijpen. Zo bloeit aan het eind toch de relatie op die hij heeft verordonneerd. Het ging er niet om dat het moest, het ging er om dat de mogelijkheid zou bestaan, probeert hij later uit te leggen.

Mensen die zich aan elkaar opdringen, die elkaar weer afstoten, die haten en liefhebben, dat alles in een leeg woestijnlandschap onder het oog van een kameel - zoiets lees je zelden in de Nederlandse literatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.