Noten gaan ongeregistreerd in rook op Nederlandse ensembles verenigen zich in Marathon

ENSEMBLES DOEN het met z'n allen - luidt de conclusie bij het opslaan van de kanariegele, over de concertzalen in Nederland verspreide Almanak waarin achttien muziekgroepen het seizoen 1995-1996 hebben uitgeroepen tot Jaar van de Ensembles....

Ter opening van dat jaar bundelden zes groepen in september reeds hun krachten voor een onvergelijkbare uitvoering van het honderdkoppig bezette Gruppen van Stockhausen. Zondag is er in Utrecht weer een manifestatie van Nu Allemaal Samen. Dertien gezelschappen brengen er, bijgestaan door Toby Rix op zijn Toeterix, een Dag van de Ensembles I. Een marathon die in januari zijn refrein zal vinden in een Dag van de Ensembles II.

'Dag van de Ensembles?', piekert Ludwig van Beethoven in een gedachtenwolkje boven zijn portret in de folder. Het Nederlands Blazers Ensemble gaat zijn Zevende Symfonie uitvoeren, in een bewerking die misschien - misschien ook niet, maar het zou zo aardig van hem zijn - ooit door Beethoven zelf is vervaardigd. Dezelfde Zevende zal ook in een andere gedaante klinken, gehakt in hompen die door tien bewerkers zijn toegesneden op verschillende groepsbezettingen - van het Koor van de Bachvereniging tot de Slagwerkgroep Den Haag. Een idee van de componist Peter-Jan Wagemans, van het Doelenensemble uit Rotterdam.

Joël Bons, artistiek leider van het Nieuw Ensemble en een van de bedenkers van het ensemblejaar, kreeg als Beethovenbewerker een stukje Scherzo toegewezen. Bons kruiste het fragment met een motief uit een laat Beethovenkwartet, daterend uit de periode waarin zelfs intieme vrienden van de componist meenden dat hij nu echt gek was geworden. Het water staat Bons na zijn 'gotspe' nog in de handen. 'Ik kon het maar op één manier oplossen. Net doen alsof ik mijn dochter van drie ben, en onbevangen mijn schaar zetten in een Rembrandt.'

Met de jingle die Bons heeft gecomponeerd, hoort het tot de frivolere onderdelen van het marathonprogramma. Van het gesproken deel mogen de verzamelde ensembles hopen dat het niet al te zeer in het teken zal staan van het intrappen van open deuren. Dirigenten en artistiek leiders zullen in Vredenburg debatteren over het 'belang en de chemie' van het ensemblespel. Beleidsmakers en zaaldirecteuren gaan te biecht over het 'belang en de positie' van de ensembles.

Maar de hoofdmoot vormen de 'Muziekblokken', zodat het Aquarius Ensemble, het Surinam Music Ensemble, het Nederlands Kamerkoor en anderen hun belang kunnen aantonen op de manier van Godfried Bomans' glazenwasser, die als spreker over zijn roeping een man van weinig woorden bleek en meteen alle ramen van de sociëteit begon te zemen.

Voor het publiek in Vredenburg zal het belang klaar zijn als een klontje. Buitenlandse componisten en festivaldirecteuren mogen nu en dan nog tot hun verbazing vaststellen dat het Nederlandse muziekleven beter is voorzien dan welk muziekleven ook ter wereld, met zijn gespecialiseerde, vaak sterk geperfectioneerde ensembles voor nieuwe muziek, barokmuziek, klassieke, vocale en geïmproviseerde muziek, maar voor het thuisfront bestaat hoogstens de vraag waarom die in Parijs, Wenen en Berlijn zo gunstig onthaalde ensembles hier zo aarzelend worden gehonoreerd.

En: waarom de nieuwe muziek van deze groepen niet vaker op de plaat wordt vastgelegd. Het ene project na het andere gaat op de laatste speeldag ongeregistreerd in rook op.

Dat schrijnt. 'Natuurlijk is het doodzonde. Maar wat moet je, als je alleen voor een studio-opname al dertig mille neertelt? En wie laat je het uitbrengen, als je het niet zèlf doet met de zekerheid dat je geen distributie hebt?', vraagt Joël Bons, net terug van het Festival d'Automne in Parijs, waar het Nieuw Ensemble een Chinese serie opende met de Holland Festival-uitvoering van Guo Wenjings opera Wolvendorp (reactie Le Monde: 'Het zou een eufemisme zijn, te zeggen dat deze musici zich aan de Chinese muziek hebben aangepast. Dit zijn mutanten. De natuurlijkheid van deze interpreten is verbijsterend').

Parijs is 'om', voor de Chinezen en voor het Nieuw Ensemble. 'Vier jaar geleden stond ik met Mo Wuping nog tevergeefs te praten met het Ircam. Mo Wuping nederig voor de deur. Ze zagen er niets in', zegt Bons. Wenjings ook in Nederland als revelatie omarmde Wolvendorp hoort tot die projecten waarvan een radiotape na de uitzending ongebruikt ligt te verkommeren.

Even wennen: niet eerder verhieven groepen als het Schönberg Ensemble, het Asko en De Volharding zichzelf tot onderwerp - naast de composities die de reden vormen van hun bestaan.

Strikt genomen is de hele muziekgeschiedenis een ensemble-aangelegenheid, met uitzondering van de betrekkelijk marginale portie die zich leent voor het symfonieorkest. Toch zou het muziekleven er een fractie anders hebben uitgezien als Theo Loevendie in de jaren zeventig geen STAMP-concerten had georganiseerd in het Amsterdamse Shaffytheater. Het waren 'informele concerten', waarin Varèse en Cage werden doorsneden met improvisaties van het Loevendie Consort en jammend publiek. Tot de vaste bezoekers hoorde Joël Bons, die in '77 'een keer met Loevendie mee mocht doen met een elektrisch gitaartje'.

Bons: 'Ik kon niet improviseren, maar voor Loevendie was het nog niet afgelopen. Later belde hij op. Hij wilde iets maken voor mandoline, gitaar, viool, basklarinet en slagwerk.' Het ging om toneelmuziek bij Venus en Adonis, naar een gedicht van Shakespeare. Loevendie dacht aan muziekconsorts van de renaissance, met tokkelende luiten.

De toneelmuziek werd een suite. De gitarist Bons, de mandolinist Hans Wesseling, de klarinettist Arjan Kappers, de violiste Else Krieg, de contrabassist Rudolf Senn en de slagwerker Renee Jonker werden een 'clubje'. De STAMP-concerten werden 'Gaudeamus-componistenconcerten', en bij de componisten die zo'n concert konden presenteren hoorde Joël Bons.

'Het was een premièreprogramma. Iedereen vond het een rare bezetting en het was moeilijk om componisten aan de gang te krijgen. Maar ik weet nog dat Arjan en ik Tristan Keuris opbelden en ''Ja, hij doet het'' riepen.'

Kappers en Wesseling horen nog tot de vaste kern. Dirigent is sinds '82 Ed Spanjaard. Bons ontplooide zich in de dubbelrol van organisator, artistiek brein en lessenaarklaarzetter, en speelde als gitarist voor het laatst mee in '91.

Een workshop in Italië bood hem in '81 de gelegenheid zijn Sextet te laten zien aan de Britse post-serialist en compositiepedagoog Brian Ferneyhough. 'Hij flitste er doorheen, zei dat het leuke ideeën waren, maar dat die niet van het ene naar het andere leidden. Ik dacht, hoe kan hij dat nou zien? Hij had gelijk, dus ik ben zo snel mogelijk bij hem gaan studeren. Bij Franco Donatoni had ik al een crisis doorgemaakt. Ik kreeg het gevoel dat ik klooide als een kind. Hij zei: ''Intuïtie lijkt vrij, maar is dwang. Het oor weigert alles wat het niet kent. Het oor is the most rotten part of the body.'''

Dat wraak niet de kurk is waar het ensembleleven op drijft, bleek uit het volgende project van het Nieuw Ensemble: een Wit Concert met werk van Donatoni en Ferneyhough, Paul Termos en Guus Janssen. De kans om 'met Donatoni in het reine te komen' greep Bons nog eens aan toen duidelijk werd dat het Holland Festival voor 1986 een oogje had op Italiaanse muziek. Bons wierp zich op als programmeur. Naast een grote Donatoni-presentatie verzorgde hij de introductie van jongere Italianen.

Voor het Nieuw Ensemble schreef Donatoni een glitterend Refrain for 8 instruments, toegesneden op de zacht tokkelende klankcomponent - inmiddels uitgebreid met harp. Het stuk staat op de eerste geluidsdrager van het Nieuw Ensemble, een Donatoni-plaat, in '88 uitgebracht door Etcetera.

Op een tweede Etcetera-cd kwamen delen uit Ferneyhoughs monstercyclus Carceri d'Invenzione, die in '88 een spraakmakende Nederlandse première beleefde. Het kreeg bij Etcetera slechts in '91 nog een vervolg, in de vorm van een Loevendie-cd met Venus and Adonis, Six Turkish Folk Poems en Two Songs. Loevendie was zo vriendelijk mee te betalen.

De oprichters van Etcetera zijn dood, en het Nieuw Ensemble twijfelt over zijn discografische toekomst. Het was in '94 nog zo alert om op eigen label een kleine oogst uit te brengen van de China-vondsten die Bons tijdens een grand tour in '88 langs Hongkong, Shanghai en Peking opdeed.

Tan Dun, Qu Xiaosong, Mo Wuping: uit Peking, New York en uit de Parijse restaurantkeukens kwamen de geëmigreerde en achtergebleven toondichters naar Amsterdam om met Bons langs de Amstel te fietsen, zich in De IJsbreker 'kapot te roken', en elkaar ratelend kond te doen van de verbijsterende belangstelling die het Westen voor hun talent toonde. 'Wonderlijk, dat je met die zwarte plekjes op papier en met wat gebaren en zingen zo kan communiceren', zegt Bons.

Het aantal composities dat het ensemble in veertien jaar heeft uitgevoerd kan geschat op vierhonderd. Bons denkt dat 15 procent 'zonder enige muzikale twijfel' een verlengd leven op geluidsdrager waard zou zijn geweest.

De oriëntatie is breder dan breed. 'Liggen er weer brieven op de mat waar je een brok van in de keel krijgt. Een Argentijn die iets van je heeft gehoord en het zo fantastisch vindt, maar die nooit iets kan doen. We hebben dit jaar een project met Midden- en Zuidamerikaanse componisten.'

Een paar verspreide opnamen staan op cd's van de labeltjes Donemus, Montaigne en Dischi Ricordi. Op een Franse benefiet-cd voor het conservatorium van Sarajevo vindt het ensemble zichzelf terug met vier minuten Donatoni. Met de Duitse omroep WDR spreekt Bons over cd's met Elliott Carter en Roberto Gerhard. Modeluitvoeringen van Boulez- en Kagel-stukken, de Chinese opera, de Azerbeidzjaanse componisten die plotseling met z'n allen bij Bons waren ('naïef, hallucinerend, obsessief, transcendentaal'), die blijven voorlopig zonder vervolg.

Bons: 'Dan komt Luca Francesconi en die zegt: ''Jezus, zoals het ensemble nu speelt, kunnen we niet een plaat maken?'' En dat kan dus niet.'

Optredens Nieuw Ensemble: vanavond in Amsterdam (Loevendie, Verbey, Bons e.a.). Zondag in Utrecht (Verbey) tijdens Dag van de Ensembles, en van 9 tot en met 14 november in Maastricht, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht (Berio, Francesconi, Andriessen).

Nieuw Ensemble op cd: Donatoni, Ferneyhough en Loevendie op Etcetera (KTC 1053, KTC 1070, KTC 1097). Chinese componisten op Zebra 001. Werk van Verbey, Harvey, Melchiorre en Donatoni op Donemus, Montaigne, Dischi Ricordi en 'Dix pièces pour les musiciens de Bosnie-Herzégovine'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden