Notarissen werkten mee aan verkoop Joodse roofpanden

Het leeuwendeel van de Nederlandse notarissen heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog bewust meegewerkt aan de verkoop van geroofde Joodse panden. Dit schrijft rechtshistoricus Raymund Schütz in zijn proefschrift Kille mist.

De omslag van het boek Kille mist. Het notariaat en de erfenis van de oorlogstijd.

Notarissen hadden een financiële prikkel om de roof wit te wassen, omdat ze per gepasseerde verkoopakte betaald kregen. Door de deportaties van Joden naar de concentratiekampen kwamen duizenden huizen vrij, wat tussen de lente van 1942 en augustus 1943 in een hausse op de woningmarkt resulteerde. De totale verkoopwaarde van de Joodse huizen bedroeg 150 miljoen gulden, oftewel 900 miljoen euro naar tegenwoordige maatstaven.

Het proefschrift waarop Schütz maandag promoveert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam heet Kille mist. Het notariaat en de erfenis van de oorlogstijd. Het is het eerste grote onderzoek naar de rol van het Nederlandse notariaat tijdens de bezettingsjaren. Het notariaat ontbeerde een sterk gevoel van beroepsethiek, constateert Schütz. 'Notarissen beriepen zich erop dat ze niet verantwoordelijk waren voor de gevolgen van hun beroepsuitoefening. Dat werd in de Tweede Wereldoorlog al snel een excuus om aan transacties mee te werken waarvan duidelijk was dat de Joden er de dupe van waren.'

Doofpotcultuur

Na de Tweede Wereldoorlog was er een doofpotcultuur over de rol van notarissen tijdens de bezetting. 'In 1946 is er een deal gesloten met de minister van Justitie om het notariaat van vervolging te vrijwaren. Een deel van de notarissen heeft een boete betaald over 60 procent van hun verdiensten aan de Joodse onteigeningen. Dat geld ging naar Joodse organisaties. Maar er zijn ook notarissen die niets hebben terugbetaald, terwijl ze wel hebben geprofiteerd van de roof van Joods onroerend goed.'

Schütz ontdekte enkele jaren geleden al dat maar één op de vijftig Rotterdamse notarissen niet had meegewerkt aan de onteigening van Joods onroerend goed. Een van de nieuwe ontdekkingen in Kille mist is dat ook de Belastingdienst fors heeft verdiend aan de verkoop van geroofde Joodse huizen. De Nederlandse fiscus hief 5 procent belasting op de waarde van elke transactie. Op deze manier heeft de schatkist zeker 5 miljoen gulden verdiend aan de verkoop van Joodse huizen, zegt Schütz, een bedrag dat nu goed zou zijn voor 30 miljoen euro. Na de oorlog heeft de Belastingdienst maar een fractie van die 5 miljoen gulden terugbetaald. 'De Belastingdienst heeft tot aan de Hoge Raad volgehouden dat de transacties gewoon rechtsgeldig waren en dat er dus niets terugbetaald hoefde te worden.'

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie spreekt van 'een belangrijk boek waaruit het notariaat belangrijke lessen kan leren'. 'Toentertijd zeiden veel notarissen: ons komt geen ethisch oordeel toe', zegt een woordvoerder. 'Maar zijn wij dan een soort robots binnen de rechtspraak, zonder ethisch-normatief kader? Het is zaak dat we ons als notarissen voortdurend afvragen: waar liggen onze grenzen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden