Norton knakt geen ledematen meer

Hij werd als danser ontdekt in discotheek de Roxy begin jaren negentig. Paul Norton. Hij was lang de belofte van de Nederlandse dans en keert nu terug met een nieuwe solo op het CaDance Festival....

Een kleine bekentenis: lange tijd gedacht dat Paul Selwyn Norton eigenlijk Johnny Panic heette. Precies tien jaar geleden brak deze danser/choreograaf onverwacht door met een even speelse als sublieme solo waarin hij als strak gekuifde entertainer het publiek in zijn zak stak.

Zelfs zijn vader, voor de première uit Engeland overgekomen, vroeg tijdens een openbaar gesprek na afloop, hoeveel Norton er in Johnny Panic zat. '200 procent, dad', was het antwoord. De vader/bankier bleek eindelijk te ontdekken wie zijn zoon werkelijk was. Johnny Panic - naar later bleek gemodelleerd naar de angstgod uit een roman van Sylvia Plath - maakte geschiedenis als opening van het Haagse CaDance Festival 1992.

Een decennium later staat Norton er weer, wederom met een solo. Petrol gaat donderdag in première, een dag na de opening van het achttiendaagse CaDance Festival Moderne Dans Den Haag 2002 in de Nieuwe Kerk aan het Spui. Maar Johnny Panic keert niet weerom. Ook blikt Norton niet terug op zijn tienjarige carrière als choreograaf, met hoogtepunten als The Rogue Tool (1996) en Proxy (1998, later door de Batsheva Dance Company in Israël op het repertoire genomen). Noch op zijn recente ervaringen als danser bij Amanda Miller en William Forsythe.

Norton kijkt vooruit. Met hulp van de Australische improvisatiegoeroe Andrew Morris probeert hij even los te laten wat hij heeft geleerd in al die jaren. 'Ik zal dit keer een frase gracieus en lyrisch proberen te dansen.' - om even te vergeten dat hij ledematen altijd als origamipapier behandelt: knakken en vouwen in alle standen en hoeken. 'Ik zal de sfeer van de avond in improvisaties vertalen.' - wat brainwaven heet in zijn vocabulair.

Wat blijft is zijn fascinatie voor taal en lichaamscommunicatie: het uit elkaar halen van teksten en bewegingen. 'We denken niet zo lineair als we praten, dat intrigeert me.'

Drie jaar studeerde Norton medicijnen in Cambridge, om te ontdekken dat hij het menselijk lichaam liever via de kunsten wilde leren kennen. Zijn ouders zagen hun enige zoon, 22 jaar, voor danslessen vertrekken naar het verdorven Amsterdam. 'Ik werd zowat de familie uitgeschreven.'

Het sprookje van de bankierszoon liep goed af: hij werd door ontdekt in discotheek de Roxy en gevraagd voor het personage van sad sailor in The Twilight Club. 'Een rol, een beetje Jean Genet, een beetje Prince', zegt hij, hem op het lijf geschreven.

Bij Beppie Blankert leerde hij vervolgens 'pirouettes draaien'. In 'blessuretijd' - hij brak een voet - bedacht hij het personage Johnny Panic, dat proef mocht draaien bij het Onafhankelijk Toneel. Na zijn lancering in CaDance 1992 bleef hij lange tijd de grote belofte van de moderne dans in Nederland, bijna altijd gesteund door Leo Spreksel, artistiek leider van CaDance en het Haagse Korzo theater. Totdat hij een tijdje uit het vizier verdween.

'Collega's denken dat ik in het buitenland lekker lig te duiken omdat ik ook duikinstructeur ben. Maar ik heb allerlei werk elders gemaakt.' Nu wil hij zich weer vaster aan Nederland verbinden. Het liefst met een eigen gezelschap. 'Maar ik ben geen goede manager van mijn eigen werk. Dus heb ik hulp nodig.' CaDance, met het accent op beginnende choreografen, lijkt daarvoor niet de geëigende plek. 'Deze solo hoort nog wel thuis op Cadance, ook omdat ik er kind aan huis was en om de cirkel rond te maken. Maar daarna ben ik toe aan iets nieuws.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden