Reportage

North Sea Jazz zat dit jaar propvol pure jazz

Klagers zijn kansloos: North Sea Jazz zit dit jaar propvol pure jazz - en vaak van eigen bodem. En dan al die goeie pop óók nog.

Zangeres Pink Oculus Beeld Daniel Cohen

Door jazzliefhebbers wordt er eigenlijk al sinds 1976, toen het het North Sea Jazz festival in het Haagse Congresgebouw de eerste editie beleefde, gemopperd over het te kleine aandeel aan waarachtige jazz in de programmering.

Eerst was er te veel blues, toen te veel pop en soul. Maar dit jaar moet ook de grootste jazzpurist toegeven dat de jazzprogrammering niet voor de pop, soul en hiphop onderdoet. Sterker nog, vrijdagmiddag bij aanvang van de 42ste, met 75.000 bezoekers uitverkochte, editie is het vooral jazz dat vanaf de podia schalt.

Uiteraard is er dit weekend veel aandacht voor soulvedette Gladys Knight, hiphopster Mary J. Blige en Solange, het zusje van Beyoncé. Het popprogramma is in Rotterdam immers ijzersterk en het blijven ook vooral de popnamen waarmee de grote zalen het makkelijkst zijn te vullen. Desalniettemin is de jazzprogrammering behoorlijk breed en behoorlijk avontuurlijk.

Vrijdag is er meteen al aan het begin voor iedereen de mogelijkheid om een heuse jazzlegende te aanschouwen. Saxofonist Wayne Shorter is inmiddels bijna 84, maar reist met zijn kwartet nog net zo enthousiast alle festivals af als in zijn jaren met Miles Davis en, later, zijn roemruchte Weather Report.

Helaas is het geen aangenaam weerzien. Voordat een heus orkest zich op het grote Amazonpodium meldt, speelt Shorter met zijn kwartet. Of liever gezegd, hij laat zijn band spelen en komt zelf niet verder dan het blazen van wat spaarzame, dunne noten. De kracht is eruit bij Shorter. Best sneu, hem zo te zien zitten. De komst van het orkest wachten we, uit angst om Shorters muziek verpulverd te zien worden, maar niet af.

Wayne Shorter Beeld Daniel Cohen

Zo'n valse start is jammer, maar geen moment reden om te treuren, want op hetzelfde moment laat een jonge generatie muzikanten zich in andere zalen van z'n beste kant horen.

En dan vallen vrijdag vooral de Nederlanders op. Hoornist Morris Kliphuis heeft dit jaar van het festival de compositie-opdracht gekregen en heeft voor de uitvoering een voortreffelijk stel muzikanten meegenomen. Wonderschoon is het samenspel met saxofonist Mete Erker en heerlijk ontregelend klinken de scifi-synths van Jasper Snijderink. Bij de mooie, sierlijke melodielijnen, gespannen door saxofonist Maarten Hogenhuis en zijn trio, is het daarna prettig op adem komen. Al na een paar uur heeft de Nederlandse jazz zichzelf behoorlijk in de kijker gespeeld. En zo blijft het de hele vrijdag: op de raarste plekken duiken Nederlanders op. Trombonist Wolter Wierbos laat van zich horen in het tienmansorkest van altist Greg Ward en hé, zit daar aan de elektrische piano bij José James niet Gideon van Gelder, uit Groningen?

Ja dus, en Van Gelder draagt bij aan de sterke revanche die James hier neemt op zijn optreden eerder dit jaar. Toen presenteerde de zanger zich met auto-tune op zijn stem, een dj en een spuuglelijke, harde sound.

Maarten Hogenhuis Beeld Daniel Cohen

Op North Sea Jazz zingt hij liedjes van Bill Withers en geeft hij Van Gelder de ruimte om los te gaan met zijn zwoele pianoakkoorden.

Inmiddels is het wel duidelijk dat er hier voor de wat kleinere, minder op effectbejag gerichte jazz een zeer willig oor is. Natuurlijk doet het andere uiterste, zoals het gooi- en smijtwerk en de technische bravoure van Trombone Shorty in de grote Maaszaal, het ook goed. Maar dit jaar is het in de kleine zaaltjes waar het vooral gebeurt, want die (Madeira, Volga en Yenisei) zitten constant vol.

Zaterdag is het vooral het concert van het Britse Dinosaur erg bijzonder. Het is een hecht bandje met trompettist Laura Jurd als middelpunt. Het viertal speelt elektrisch, maar hun jazzrockvariant ademt voortdurend een aangenaam soort lichtheid. Tintelende trompetklanken en een swingende elektrische piano hebben de overhand in de muziek van Dinosaur. De band onderstreept dat de Britse jazz avontuurlijke tijden doormaakt.

Zo overtuigt in de Congotent ook tenorsaxofonist Shabaka Hutchings. Hij heeft minstens drie bands te onderhouden en staat op North Sea Jazz met zijn Zuid-Afrikaanse The Ancestors. Zijn scherpe, aanjagende saxgeluid moet het duel aangaan met de even doordringende zang van Siyabonga Mthembu en wordt door drums en percussie voorzien van stevige Afrofunkritmes.

Hutchings zal met zijn bands de komende jaren ongetwijfeld vaker zijn opwachting maken op North Sea Jazz. Hij heeft het in zich om, net als Kamasi Washington of de band Snarky Puppy, een nieuw publiek te interesseren voor jazzmuziek.

Snarky Puppy, in het verleden goed voor volle grote zalen, staat dit jaar niet op het affiche vermeld, maar bandleider Michael League is wel degelijk naar Rotterdam gekomen net als veel van zijn bandleden. Zijn toetsenisten Bill Laurence en Cory Henry hebben succes met hun eigen bands en League speelt zelf mee op bas met zangeres Malika Tirolien in Bokanté, een band vol goede multiculturele bedoelingen, maar met te weinig beklijvende muziek.

Shabaka Hutchings Beeld Daniel Cohen

Werkelijk beeldschoon is de muziek van een andere protegé van League, Becca Stevens. In een snikhete tjokvolle zaal betovert de zangeres en gitarist met een mix van folk, jazz en pop. De vergelijking met Joni Mitchell is dan snel gemaakt, maar Stevens bezit genoeg originaliteit om met een geheel eigen geluid volgend jaar terug te keren naar een grotere zaal op North Sea Jazz.

De grote zalen zijn, zoals gezegd, dit jaar vooral bestemd voor de pop-, soul- en hiphopartiesten. Dapper is het optreden van trompettist Eric Vloeimans in de grote Nilezaal. Dat kan ook niet anders, want de immense Marinierskapel die hij heeft meegenomen, past op geen enkel ander podium. Maar het wringt ietwat, Vloeimans' immer elegante spel met het nogal robuuste orkestgeluid. Het best lastige Bunker, een compositie van Martin Fondse, de kersverse winnaar van de Boy Edgar Prijs, komt maar moeizaam van het podium.

Reportage gaat verder onder de foto

Becca Stevens Beeld Daniel Cohen

Toch geven ook dit soort optredens, waarin artiesten de mogelijkheid krijgen te experimenteren met grotere ensembles en diverse kostbare bigbands langskomen, weer een meerwaarde aan het North Sea Jazz.

Wat een luxe om zaterdag van John Beasley's Monk'Estra, dat werk interpreteert van een eeuw geleden geboren Thelonious Monk, te wandelen naar All Ellington, die hetzelfde doet met muziek van Duke Ellington. En wat aardig vast te kunnen stellen dat het ensemble van kornettist Eric Boeren veel inventiever en speelser te werk gaat dan het orkest van Beasley, dat schel en log klinkt. Even zitten bij All Ellington, en je voelt de essentie van sterke jazz en impro in je hele lijf. Dat soort momenten zijn er dit jaar veel. Jazz beleeft mooie tijden en wat fijn te kunnen concluderen dat Nederland een pittig deuntje meeblaast in het internationale jazz-aanbod.

Einde van de koelbox

Lang bleef North Sea Jazz het enige grote muziekfestival waar de bezoekers hun eigen eten en drinken mee naar binnen mochten nemen. Het had wel iets, al die picknickmanden, koelboxen en rugzakken vol proviand. Maar verscherpte veiligheidsmaatregelen maakten dit jaar korte metten met deze traditie. Tassen en rugzakken waren verboden, dus voor de natjes en droogjes was het publiek volledig aangewezen op de cateringbedrijven die door het festival waren ingehuurd. Het publiek had er, met de recente terreuraan-slagen nog vers in het geheugen, alle begrip voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden