North Sea Jazz verrast de zuivere liefhebber

Elk jaar dezelfde klacht: al die pop op North Sea Jazz. Editie 2016 neemt de twijfels weg. In de jazz gebeurt het.

Beeld Daniel Cohen

North Sea Jazz kan je weleens op het verkeerde been zetten, als je het driedaagse blokkenschema in de loop van het jaar langzaam vorm ziet krijgen. Al die grote - en soms toch ook wel wat twijfelachtige - popnamen: Pharrell Williams, Level 42, St. Germain, Earth, Wind & Fire. Het lijkt wel een popfestival. En dat wordt dan ook al een jaar of twintig geroepen, tot vervelens toe.

Maar bij editie 2016 verdampt die twijfel toch weer. North Sea Jazz is nog altijd, eerst en vooral, een jazzfestival. Want in de jazz gebeurt het. Of het nu in de grote Amazon-zaal is, bij een intens, puur en akoestisch concert van gitarist Pat Metheny en bassist Ron Carter, of in kleine fijnproeverspodia als zaal Yenisei. De pure jazz betovert, gooit de deuren open en trekt toch ook het meeste volk. Zo wordt het vrijdag nergens zo vol als in de Maas, waar tienduizend jazzliefhebbers op Snarky Puppy afkomen.

Het is misschien wel de opvallendste constatering rond North Sea Jazz 2016: de grote zalen voor pop, hiphop en r&b zijn vaak halfleeg en bij nieuwe jazz van trompettist Christian Scott tot zangeres Kandace Springs staat de security voor een dichte deur: vol.

Naar de grote podia

Nieuwe jazz die zich van de kleine zaaltjes naar de grote podia verplaatst, het is dit jaar een opvallende ontwikkeling. Al blijft er ook voor fijnproevers genoeg te genieten. Van grote schoonheid is zaterdag vroeg in de avond het samenspel van Ches Smith (slagwerk), Craig Taborn (piano) en Mat Maneri. Het trio improviseert in de Yenisei-zaal op het scherp van de snede en laat de aandacht geen minuut verslappen. Ook mooi, maar van een andere orde is vrijdagnacht het optreden van Melanie De Biasio in Madeira. Ze begint in het donker. Haar stem is fluisterzacht, maar zwelt met de minuut aan. Fraaie dynamiek, soepele afwisseling tussen Biasio's zang en fluitspel en een mooie spanningsboog werken hypnotiserend.

In dezelfde zaal betovert de volgende dag ook tenorsaxofonist James Brandon Lewis met zijn trio. Jarenlang leek het instrument een beetje uit de gratie, maar ineens is daar het success van Kamasi Washington. En met Lewis en de zaterdag alomtegenwoordige Donny McCaslin dienen zich twee nieuwe openbaringen aan. Ze draaien al een tijd mee, maar lijken dit jaar pas echt door te breken, met machtige vanuit de tenen gespeelde solo's, die geen seconde voorspelbaar zijn.

Kandace Springs signeert albums. Beeld Daniel Cohen

Maalouf en Metropole

Drie keer traden ze op, iedere dag met een ander programma. Ibrahim Maalouf, dit jaar de Artist In Residence en het Metropole Orkest, dat eigenlijk ieder jaar die rol vervult op North Sea Jazz. Zondagmiddag speelden ze samen in de Amazon, wat een buitengewoon feestelijk muzikale ontmoeting bleek. Maalouf speelde op trompet of achter toetsen van al zijn albums een nummer. Het Metropole Orkest viel hem elegant en waar gewenst met enige bombast bij. Mooi hoe dirigent Jules Buckley tijdens Red & Black Light behalve de muziek van zijn orkest ook de zang van het publiek in goede banen leidde. Maalouf en het orkest gaven anderhalf uur lang een eigen betekenis aan het woord veelzijdigheid. GK

En dat is nodig, want zeker waar het pop betreft, speelt North Sea Jazz zaterdag wel erg op standje veilig, getuige de programmering van bands als Level 42 en Earth, Wind & Fire. Bij deze namen uit een vervlogen popverleden is het natuurlijk fijn meezingen en met dat doel stroomt de grote Nile-zaal bij Level 42 dan ook vol, maar stijlvol is anders. De slappende funkbas van Mark King in Hot Water klinkt schel en lelijk, net als de zangpartijen. Waarschijnlijk zijn de mannen zelf ook niet meer zo overtuigd van de kwaliteiten, gezien de uitdossing in melige Hawaïbloesjes.

Dan pakt de avontuurlijke en gewaagde pop aan de randen van het programma beter uit. Op vrijdag maakt de hoekige hiphop en laptopelektronica van de Amerikaan Steven Ellison alias Flying Lotus indruk. En Ahoy kijkt zaterdagmiddag vreemd op bij de stevige progrock van de Brit Steven Wilson. Witte progrock? Op North Sea Jazz? Maar wie zich in de zaal Maas waagt, blijft toch hangen, want alleen al het toetsenwerk van Adam Holzman is van een verbluffende schoonheid. Steven Wilson wint zieltjes op North Sea Jazz, zeker bij zijn majestues gezongen progrockballad Happy Returns.

Tekst gaat verder onder het beeld.

Leden van Jungle by Night Beeld Daniel Cohen
Altsaxofonist Benjamin Herman. Beeld Daniel Cohen

In dezelfde Maas is het hard werken voor Anderson .Paak om het publiek voor zich te winnen. Hij is een van de grote popbeloften van het moment. Hij kan rappen, zingen en drummen en doet alles ook een beetje, maar vaak net te gehaast. Iets meer rust in zijn spel zal hem goeddoen, maar hoe hij uiteindelijk de grote zaal in beweging krijgt, is knap. Het zaterdag in groten getale uitgerukte poppubliek heeft geen geduld voor relatief onbekende muziek. Zo loopt na .Paak de Nile leeg tijdens het concert van r&b-zanger Miguel. Geen hits die iedereen kan meezingen, het uur wachten op Earth, Wind & Fire doet men liever buiten.

En hoe feestelijk het met hits als Boogie Wonderland en Fantasy ook wordt, het is opmerkelijk en jammer dat het publiek avontuurlijke programmering in de sector soul en pop minder beloont dan het selecteren van nieuwe jazznamen. Misschien laat de jazzliefhebber zich op North Sea Jazz toch wat liever verrassen.

Hiphopgroep the Roots. Beeld Daniel Cohen

Harp uit de hemel

Je komt de harp zelden tegen als instrument in de jazz en zeker niet in de traditioneel Colombiaanse variant. Edmar Castañeda uit Bogota mengt de volksmuziek uit zijn land met jazz uit de New Yorkse impro-scene, en daarmee verricht de Colombiaan heldendaden. Aanvankelijk lijkt de jazz van Castañeda misschien wat op krachtpatserij, als zijn vingers acrobatisch over de snaren van zijn flitsende blauwe harp schieten. Maar Castañeda begrijpt hoe je een concert opbouwt. In het solo-stuk Jesus De Nazareth zoekt hij naar contact met zijn held, en dat vindt hij in ontroerende akkoorden en etherische melodieën, die je echt even een andere wereld intrekken.


Jazzmessias stijgt niet op

Hij mag dan te boek staan als 'de nieuwe jazzmessias', North Sea Jazz krijgt de Amerikaanse saxofonist Kamasi Washington vrijdagavond nog niet aan zijn voeten. Zijn show in concerthal Maas lijdt aan overbevolking en dat zit de onvoorwaardelijke adoratie in Rotterdam in de weg.

Op zijn droomdebuut The Epic is de jazz van Washington in perfecte balans; orkestrale arrangementen, koorzang die doet denken aan Disney-soundtracks uit de jaren zestig, emotionele melodieën op de tenor. In de Nile is er alles aan gedaan dat verfijnde en haast spirituele jazzgeluid te reproduceren. De band van Washington krijgt rugdekking van het Metropole Orkest en koor, en zo staat er een man of veertig op het podium. Maar het geluid van al die muzikanten, inclusief twee drummers uit Washingtons band, klontert te veel samen en daarom weigert de jazz van Washington op te stijgen, laat staan te vervoeren.

Zonde, want bij het verstilde en dromerige stuk Henrietta Our Hero hoor je hoe mooi Kamasi Washington kán klinken, bij een prachtig intro van zangeres Patricia Quinn, aanrollende strijkers en een hartverscheurende solo van Washington. Even wat lucht.

Helaas vindt Washington het daarna tijd voor een langgerekte, saaie drumdialoog tussen zijn slagwerkers. De zaal loopt leeg. Kamasi Washington zal zich op North Sea Jazz moeten revancheren.

Beeld Daniel Cohen

Muziekproducent Anderson Paak. Beeld Daniel Cohen

Nieuwe sterren stralen

Tussen de vele debutanten die North Sea Jazz ook dit jaar weer aandeden vielen er twee in het bijzonder op. Allebei brachten ze vorige week een veelgeprezen album uit.

Maar zangeres Kandace Springs en multi-instrumentalist/zanger Jacob Collier hadden elk zo hun eigen methode om op NSJ zo snel het stempel spraakmakend opgedrukt te krijgen. Springs, debuterend op het vermaarde Blue Note-label, stond vrijdagavond geprogrammeerd op het allerkleinste, hooggelegen Volga-podium. De aanloop was logischerwijs zo groot dat het publiek met nog drie trappen te gaan op de begane grond al werd tegengehouden. 'Gaat u naar Volga? Sorry, die is al vol', waren de woorden al een half uur voor aanvang. Was natuurlijk beter voor iedereen geweest als de prachtzangeres met haar warme, aan Roberta Flack refererende stem in een grotere zaal was neergezet. Maar ze creëerde er wel een hype mee. Het moet wel heel gek lopen wil Springs volgend jaar niet terugkomen, en dan in een zaal die haar wel past.

De Britse Jacob Collier had zaterdagmiddag precies de juiste plek voor een kennismaking. Collier is 21 jaar en meldde trots dat zijn album In My Room deze week in tweeëntwintig landen op de eerste plaats van de jazzhitlijst was binnengekomen. Na tien minuten show begreep je waarom. Piano, synths, gitaar, drums: hij speelde alle instrumenten zelf en zong er ook nog bij. Razendknap en zeer meeslepend. Mooie eigen liedjes zoals Hideaway volgden op een inventieve bewerking van Stevie Wonders Don't You Worry 'Bout A Thing. Alles klonk oorspronkelijk, spannend en toegankelijk tegelijk. De grote Quincy Jones had een paar jaar geleden gelijk: in de gaten houden die Collier, dat wordt een hele grote.

Bassist Stephan Bruner, bekend als Th7undercat Beeld Daniel Cohen

Mark King, bassist en zanger van de Britse jazz-funkband Level 42. Beeld Daniel Cohen

De band van Bowie

Blackstar, het album dat David Bowie in januari een week voor zijn dood uitbracht, maakte hij met jazzmuzikanten, onder leiding van tenorsaxofonist Donny McCaslin. Het aardige was dat Bowies bandleden, McCaslin, toetsenist Jason Lindner en drummer Mark Guiliana dit weekend alle drie op North Sea Jazz te aanschouwen waren. Guiliana zondag met Brad Mehldau en John Scofield, en McCaslin en Lindner samen in de McCaslins band.

Voordat deze Donny McCaslin Group zaterdagavond een van de meest gedreven concerten van het festival verzorgde, hadden de twee elders nog een klusje. Lindner deed mee met Edmar Castañeda, en McCaslin moest in de huid van Michael Brecker kruipen tijdens de reünie van fusionband Steps Ahead.

Het beste van zichzelf had de saxofonist voor zijn eigen band bewaard. Hij verklaarde dat samenwerken met Bowie tot nieuwe muzikale inzichten had geleid, en speelde als ode een weergaloos mooie versie van Bowie's Warszawa. McCaslin op sax, Lindner aan de vleugel met op de achtergrond licht zoemende synths. Hoogtepunt in een adembenemend optreden.

Saxofonist Donny McCaslin. Beeld Daniel Cohen

Soulrevue met strik erom

Je kunt op North Sea Jazz eigenlijk niet zonder: één zo'n lekkere, gelikte soulshow waarvan iedere festivalbezoeker een instant-tophumeur krijgt.

Zaterdagavond mag Charlie 'Oops Up Side Your Head' Wilson North Sea Jazz inpakken, en dat doet hij dus. Met een strik erom. De Wilson-show is een goed-zittende-pakkenparade en dus een hilarische soulrevue, met dansende bandleden op lichtgevende led-schoenen, zangeressen in wit kostuum die danspasjes uit Michael Jacksons Smooth Criminal imiteren en altsaxofonisten die op hun knieën storten om er maar weer eens een krijsende solo uit te scheuren.

Inderdaad: behoorlijk kitscherig. Maar ondertussen. Showman Wilson kan natuurlijk ook geweldig uithalen, in funkanthems als Oops Up Side Your Head, maar ook in het mierzoeteCharlie, Last Name Wilson, een gepaste ode aan zichzelf. Het is gladde en ongegeneerd feestelijke r&b, waar toch een razend strakke band achter zit. Wat dondert bijvoorbeeld die ritmesectie meedogenloos funkend door. Een zonnig hoogtepuntje, halverwege dag twee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden