Nop Maas

Het derde deel van zijn biografie van Gerard Reve verschijnt dit najaar. Biograaf en letterkundige Nop Maas (1949) onderbreekt zijn werk aan het slotdeel voor een rondleiding langs de boekenkasten in zijn woning in de Haarlemse Haarlemmerhout.

DAAN DIJKSMAN

'Geen idee hoeveel boeken er hier staan, van de A, die hier ergens beneden begint, tot en met de zolder waar het eindigt met een Z. Veel, misschien wel te veel.

Verstandelijk geredeneerd sluit ik me graag aan bij de opvatting dat het logischer zou zijn om alleen de boeken in een kast te zetten die je nog lezen moet. En niet de dingen die je al gelezen hebt. Het vormt vooral ballast, zeker voor iemand die straks ook al weer 63 wordt.

Ik volg de moderne Nederlandse literatuur sowieso al niet meer zo intensief en de romans die ik nog lees doe ik daarna weg. Voor de secundaire literatuur daarover probeer ik nog wel een plek te vinden.

Maar het is een krankzinnige verslaving en die blijft zolang het verwerven van een boek blijft behoren tot de grootste genoegens des levens. Dat boek is niet alleen een belofte die bij lezing al dan niet zal worden ingelost, het bezit ervan levert daarnaast het voordeel op dat je het voortaan min of meer bij de hand hebt. Het is namelijk een illusie dat een universiteitsbibliotheek alles zou hebben. Dat merkte ik vooral toen ik bezig was met mijn proefschrift over de 19de eeuwse schrijver Marcellus Emants. Het verklaart ook waardoor ik het antiquariaat jaren achtereen placht te verlaten met niet te torsen bananendozen vol aanwinsten.

De hoofdmoot in al die kasten hier wordt gevormd door twee verzamelingen 19de eeuwse en 20ste eeuwse letterkunde, elk ondergebracht op een eigen alfabet. Maar er staan verder ook nog allerlei dingen systematisch gerangschikt. Er zijn hobby's, genres, categorieën.

In mijn werkkamer staan dingen echt onder handbereik. Uiteraard veel Reve en Emants, hoewel je die ook wel weer in plukjes elders vindt. Het vergt een zekere creativiteit om het systeem aan te passen aan de ruimtes die je ter beschikking staan.

Zo zie je hier dat je alleen naar binnen bij de boeken kunt als eerst het wasrek naar de gang is verplaatst. Terwijl die ophopingen overal op de grond laten zien dat het voornemen tot alfabetische inpassing nogal eens is ontaard in het vooral verderop verplaatsen van stapels.

Kijk, dit is het uit 1866 stammende Woordenboek van het praktische leven. Het stelt je in staat tot het verwerven van verrassende inzichten en wonderlijke weetjes. Onder het lemma 'zwangerschap' kom je te weten dat zwangere vrouwen bij voorkeur niet bij zonsondergang onder een boom moeten gaan zitten. En op zo'n situatie zou je kunnen stuiten in een verhaal of roman waarvoor je voetnoten aan het maken bent. Op die manier is mijn belangstelling voor naslagwerken ontstaan.

Sommige dingen op papier heb ik inmiddels weg kunnen doen, nadat ik ze had laten digitaliseren. Je wint dan wel weer een paar meter kastruimte, maar het blijft toch een emotionele beslissing. Zodoende heb ik daar nog een oude Meyers Konversations-Lexikon staan. En de Encyclopaedia Britannica uit 1911, in 29 delen.

Omdat er hier ook nog gewoon geleefd moet worden, is het noodzakelijk om zo eens in de twee jaar een grote, meerdaagse, ordeningsoperatie te ondernemen. Dat moment breekt ook aan als het weer eens zo overvol en onoverzichtelijk is geworden dat je voor het boek waarvan je weet dat je het ergens hebt maar niet precies weet wáár, besluit toch maar even naar de bibliotheek te gaan.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden