Noors Munch-jaar begint in mineur

Koning Harald luidt een feestjaar in voor Edvard Munch, 150 jaar geleden geboren, de schilder van De Schreeuw. Maar over een nieuw museum wordt maar doorgesteggeld.

AMSTERDAM - Is het lachen of treuren op de 150ste verjaardag van de expressionistische schilder Edvard Munch (1863-1944)? Daar zijn de Noren niet uit. Terwijl de Noorse koning Harald deze week de aftrap gaf voor een jaar vol feestelijkheden om de schilder te herdenken, roepen de inwoners van het rijke olieland nog altijd tevergeefs om een waardige plek voor zijn schilderijen.


Zoiets als het Amsterdamse Van Gogh Museum, dat is wat de museumdirecteuren in Oslo wel zouden willen. Een ruime, moderne toeristentrekker, waar de nalatenschap van Munch tot zijn verdiende recht kan komen. De schilder liet bij zijn dood in 1944 zijn gehele collectie met meer dan duizend schilderijen en nog eens duizenden etsen en tekeningen na aan de gemeente Oslo.


Maar de zoektocht naar een onderkomen voor de collectie toont meer overeenkomsten met het Nederlandse Nationaal Historisch Museum: jarenlang politiek gesteggel over de locatie, het ontwerp en de financiering en nog altijd geen plek, ondanks de belofte dat er voor het begin van het feestjaar een plan zou liggen.


Beschamend en een miskenning van de internationale populariteit van Munch, vindt de Noorse culturele elite. Het huidige Munchmuseum is gevestigd in de arme Oslose arbeiderswijk Tøyen en trekt 126.000 bezoekers per jaar. Een rondtrekkende tentoonstelling in Parijs, Frankfurt en Londen met onder andere een versie van Munchs beroemdste schilderij De Schreeuw (er zijn er in totaal vier) trok een miljoen bezoekers.


Niet alleen de locatie is een manco voor het huidige museum. Wegens ruimtegebrek moet het merendeel van de schilderijen in de opslag worden bewaard. Er zijn problemen met de klimaatbeheersing en er is niet genoeg geld voor goede belichting, zodat de twee originele versies van De Schreeuw die het museum bezit niet tegelijkertijd kunnen worden tentoongesteld. In 2004 bleek ook nog eens de beveiliging lek, toen twee schilderijen werden gestolen, waaronder een versie van De Schreeuw.


Ondanks deze treurige geschiedenis van de Munch-erfenis zijn er nog altijd geen concrete plannen voor een nieuw museum, omdat het de hoofdstedelijke politici niet lukt om het eens te worden. Een deel wil een nieuw gebouw aan het water, waar een nieuw operagebouw al veel toeristen trekt. Het ontwerp hiervoor is al gemaakt en op de nieuwe locatie zou het museum naar schatting een half miljoen bezoekers per jaar trekken.


Maar de rechts-conservatieven schoten dit plan te elfder ure af; zij willen dat de Munch-collectie in het Nationale Museum komt. Ook vinden ze dat de regering moet meebetalen, omdat Munch een nationale beroemdheid is. Weer anderen vinden dat het huidige museum maar moet worden gerenoveerd.


Wanhopig hebben kunstenaars en kunstliefhebbers, die in het najaar een grote protestmars hielden, zich tot de nationale regering gericht. Maar de minister van Cultuur vindt het een zorg van de stad is en houdt zich verder afzijdig.


De grootste dwarsligger, de conservatieve leider Carl Hagen, gaf tijdens de feestelijkheden een sprankje hoop. Hij stelde voor een publiek-private onderneming op te richten die de bouw van een nieuw museum ter hand moet nemen. Het was het eerste teken van politieke wil sinds maanden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden