Noordlaren

Ver voor het ochtendgloren was Joris van de Kerkhof van het Radio 1 Journaal maandag al op de ijsbaan van Noordlaren. 'Ben je al een beetje in het in het ijs aan het prikken?', vroeg presentator Marcel Oosten. Daar was natuurlijk geen sprake van, aangezien Van de Kerkhof niet over de benodigde papieren beschikt om in het ijs te mogen prikken, laat staan te boren.


In de bochten is het ijs 2,9 centimeter dik, zei Joris.


'Het spant erom', zei Jan Geert Veldman, voorzitter van ijsvereniging De Hondsrug. Giertankbestuurder Herman ging intussen onvermoeibaar door met sproeien ten behoeve van de ijsgroei. Even na één uur verscheen landelijk coördinator natuurijs Breedijk van de KNSB op de baan. Hij moest controleren of de ijsvloer de benodigde dikte van 3 centimeter had bereikt. Hij zette de boor in de ijsvloer, nauwlettend gadegeslagen door de Noordlaarder ijsmeester Gezinus.


Het was zover.


Opnieuw had Noordlaren de concurrentie voor de eerste natuurijsmarathon de loef afgestoken. Veenoord en Gramsbergen waren geklopt en ook in Haaksbergen lag er bij ijsclub IJsch pas 2,5 centimeter. Vanavond gaat het gebeuren.


EénVandaag was in De Lier, waar dankzij een ingenieus sproeisysteem en een laag kalk in de ijsvloer maandag al kon worden geschaatst. De verslaggever vroeg streng of hier nog wel kon worden gesproken van natuurijs.


Het is water en het is bevroren omdat het vriest, zei de voorzitter. Daarmee was de kous af.


Het is alsof alles simpeler wordt, bij temperaturen onder nul. Alsof klein geluk het land komt binnenvaren. Op de eerste zomerse dag reist het Journaal af naar het strand, maar nooit zie je daar hetzelfde plezier als op de eerste ijsdag. Op bevroren water kijkt iedereen alsof hij zojuist een prachtig cadeau heeft ontvangen - wat ook zo is.


Als het vriest komt er ook een ander soort mannen op tv en radio. Ze praten in het kalme tempo van 1970 en met de onverstoorbaarheid van nog veel langer geleden. In de mondiale geluksstatistieken moeten wij altijd de Scandinavische landen voor laten gaan: het kan bijna niet anders of er bestaat een verband tussen geluk en het aantal vorstdagen.


Volgens de vooruitzichten blijft het nog even vriezen. God bestaat: vrijdag is het vijftig jaar geleden dat de meest legendarische van alle Elfstedentochten werd verreden. Je moet er niet aan denken wat er zou zijn gebeurd wanneer we die gebeurtenis hadden moeten herdenken bij 15 graden boven nul. We zullen in de terugblikken op 1963 toch al stevig worden herinnerd aan het andere land dat we toen waren, maar 35 graden temperatuurverschil had de vergelijking op scherp gezet en pijnlijk gemaakt.


Het wonderjaar 1963, toen mannen nog met liefde wilden sterven voor een Elfstedentochtkruisje. Blind, met de afgevroren geslachtsdelen in de ransel en ijspegels van drie kilo in de baard kwamen ze over de finish, huilend van geluk.


De Elfstedentocht van 1963 zou in 2013 niet meer doorgaan vanwege de te grote kans op koude tenen. Friesland zou trouwens ook onbereikbaar zijn, omdat de NS alle treinen in de remise zou houden om chaos op het spoor te voorkomen.


Eindelijk, vijftig jaar te laat, kwam er onlangs een postzegel uit met Reinier Paping erop, de heldhaftige winnaar van 1963. Een verslaggever zei tegen Paping dat hij wel dé Tocht van de Tocht der Tochten had gewonnen.


'Zo komt hij nooit meer', zei Reinier Paping, 'in zwart-wit.'


Zulke mannen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden