Noorderzon

Het vreemde van verdwijningen is, dat ze je meestal niet opvallen. Iemand verdwijnt, maar omdat hij of zij er niet meer is, merk je het niet....

Bert Wagendorp

Het is goed om hierbij, nu het jaar 2002 op punt van verdwijnen staat, even stil te staan.

De onopgemerkte verdwijning doet zich overal voor, maar kan met name in de sport navrante vormen aannemen. In de sport is het een voortdurend komen en gaan van allerlei types, dus een verdwijning ontglipt gemakkelijk aan je aandacht. Meestal moet je wachten tot iemand toevallig opduikt in een Hoe is het nu met. . .-achtige rubriek, voor je je realiseert dat hij zonder een spoortje na te laten met de noorderzon was verdwenen.

'Hé, sport die niet meer? Dacht dat ze nog volop actief was. Was toch een talentje?'

Blijkt zo'n talentje inmiddels 47, tweemaal gescheiden en grootmoeder en verklaart zij ermee te zijn gekapt in 1982. Zodat je moet toegeven dat haar afwezigheid je twintig jaar lang is ontgaan. Dat alle inspanningen, trainingsuren en wedstrijdzenuwen voor niets zijn geweest, al het bloed, zweet en de tranen vruchteloos zijn geofferd en zelfs de kortstondige momenten van vreugde (de vijfde plaats bij het EK van 1975) in de absolute leegte is opgegaan. Kortom, dat je sinds 1982 geen seconde meer aan haar hebt gedacht.

Dat is niet zo erg leuk.

Soms noemt iemand in een interview opeens een naam waarvan je denkt: verdomd. Dat opkomen, blinken en geruisloos verdwijnen zich in elk geval bij mij in een steeds sneller tempo afspelen, bleek toen ik het gesprek met Freek de Jonge las in Sportweek. De Jonge noemde de naam Leonardo, en ik moet bekennen dat die al van mijn harde schijf was verdwenen. Gewist, gecrasht, Joost mag weten wat er was gebeurd, maar Leonardo was er af.

Hij staat er nu weer even op, maar voor hoe lang?

Het is heel moeilijk om treffende voorbeelden te vinden van geruisloos verdwenen en vergeten topsporters. Dat is het bewijs van onze harteloosheid: ze zijn echt totaal vergeten, tot ze toevallig even opduiken.

Denkt u nog wel eens aan Rob Harmeling?

Gelukkig kwam Mark Tuitert vorige week plotseling weer tevoorschijn bij het NK schaatsen, want Tuitert had ook alles in zich om zomaar spoorloos te verdwijnen.

Het ergst is het, wanneer je zo'n klein berichtje leest waarin staat dat een verdwenen en vergeten sporter is overleden. Lichte vreugde om het terugvinden, gevolgd door de treurigheid van de nieuwe verdwijning.

Een sporter die verdwijnt, verdwijnt niet alleen, hij word ook gefixeerd. Hij blijft in de peilloze diepten van het onderbewuste archief altijd de sporter die hij was op het moment van vertrek - een troost voor allen die geruisloos in de anonimiteit zijn verzonken.

Zo zag ik laatst de wielrenner Bert Pronk.

Er liep een al wat oudere heer langs, ik vroeg aan degene met wie ik stond te praten wie dat was en hij zei: Bertje Pronk. Bertje Pronk man, de grote stilist uit de Raleigh-ploeg van Peter Post! In mijn hoofd klapte een luikje open dat minimaal twintig jaar gesloten was geweest. Ik was stomverbaasd dat de man achter het luikje dezelfde was als degene die zojuist voorbijliep: hier klopte iets niet.

Bert Pronk verdween begin jaren tachtig uit mijn leven en keerde er twintig jaar later heel even in terug. Eerlijk gezegd vond ik het een soort van verraad dat hij niet was gebleven wie hij was: een strakke atleet van dertig. Je wilt zo graag illusies overeind houden.

Gelukkig leefde Bertje Pronk nog.

Want een verdwenen sporter die heel even tot leven komt op het moment van zijn dood, dat is pas echt vervelend. Is-ie eigenlijk al een keer overleden en vergeten, overkomt 't hem tot overmaat van ramp nóg een keer. Het leven is hard, maar topsport is helemáál geen lolletje.

Ik wens u een 2003 zonder verdwijningen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden