Noord, toevluchtsoord

Veel jonge creatievelingen vestigen zich in Amsterdam-Noord. Welke bedrijfjes zijn verantwoordelijk voor de renaissance van het vergeten stadsdeel?

Voormalig scheepswerf De Volharding in Amsterdam-Noord lijkt nog het meest op een botenkerkhof. Verspreid over de werf aan een zijkanaal van het IJ ligt een tiental woonarken, soms nog intact maar meestal ook niet meer dan een houten karkas op een stalen romp. De afgedankte boten zijn op de wal getakeld en worden verbouwd tot creatieve werkplekken.


Een collectief van architecten, stadsonderzoekers en kunstenaars kreeg de scheepswerf voor de duur van tien jaar toegewezen door het stadsdeel Noord, om deze te transformeren tot duurzame broedplaats De Ceuvel. 'We wekken zo veel mogelijk eigen energie op en de vervuilde grond wordt bepoot met planten die de zware metalen afbreken', zegt deelnemend architect Wouter Valkenier. 'We laten het terrein straks dus schoner achter.'


De Ceuvel is een van de vele experimentele woon- en werkvormen in Amsterdam-Noord. Dit stadsdeel was lange tijd een hoofdpijndossier met het stempel Vogelaarwijk erop, maar inmiddels is het een rijpe voedingsbodem voor culturele innovatie. De initiatieven hebben een opvallende overeenkomst: niet de (lokale) overheid maar de culturele ondernemers zelf nemen het initiatief.


Tegenover De Ceuvel staat een grote loods. Het is de uitvalsbasis van La Bolleur, een achtkoppige ontwerpstudio van oud-studenten van Design Academy Eindhoven. Het collectief ontwerpt interieurs, festivaldecors en exploiteert een eigen biermerk. 'Deze rafelrand van de stad is ideaal voor ons. De huur is laag, het is goedkoop en goed bereikbaar en we kunnen hier een autonome plek creëren', zegt ontwerper Steie van Vugt tussen de lasapparaten en zaagmachines. 'Laatst hadden we stickers nodig. Wij kopen dan meteen een plotter zodat we zelf stickers kunnen drukken.' In het apparaat is inmiddels een BIC-pen gemonteerd, zodat het een tekenmachine is geworden. 'Hier is ruimte voor het experiment. Letterlijk en figuurlijk.'


Een vrijbuiterssfeer, lage exploitatiekosten en toch dicht bij grootstedelijke voorzieningen - het werkt als een magneet voor uiteenlopende creatieve ondernemers. Deze renaissance van het vergeten stadsdeel begon in 2001 met de ontwikkeling van de gekraakte gebouwen op de voormalige NDSM-werf tot een reusachtige vrijplaats voor kunstenaars. Vervolgens werd cultuur ingezet als aanjager van de ontwikkeling van Noord. 'Geld volgt cultuur, zo simpel is het', verklaart stadsdeelvoorzitter Rob Post. 'Na NDSM volgde hippe horeca. Inmiddels hebben grote bedrijven als MTV en IDTV zich in Noord gevestigd. Nu hebben we hier meer dan driehonderd festivals en culturele evenementen per jaar.'


De rol van de gemeente blijft beperkt tot faciliterend, benadrukt de stadsdeelvoorzitter. 'Soms moet je het niet zo nauw nemen met de voorschriften en culturele activiteiten laten gebeuren. Door de vertrekkende scheepsindustrie stonden veel gebouwen leeg. Die hebben we tijdelijk beschikbaar gesteld aan kunstenaars.'


De crisis was misschien wel 'een zegen' voor deze deregulering. Post: 'Grote bouwplannen staan stil, waardoor alternatieve woningprojecten een kans krijgen.' In een zijkanaal van het IJ wordt de komende jaren gewerkt aan de drijvende woonwijk Schoonschip. Het initiatief van dit zelfvoorzienende woonproject komt van de 47 huishoudens zelf. Dertig afgedankte woonarken worden opgeknapt en verduurzaamd, onder andere met een landbouwkas op het dak. Daarnaast worden collectieve voorzieningen aangelegd zoals een speeltuin, zwembad en drijvende landbouw die wordt bemest met de ontlasting van de bewoners.


Het vrijzinnige economische klimaat in Noord trekt ook experimentele werkvormen aan. In een leegstaand kantoorgebouw met uitzicht op het Centraal Station is de Open Coop gehuisvest. Dit is een collectief met dertig leden, verdeeld over acht culturele bedrijfjes, zoals een architectenbureau en productontwerpers, zegt Thijs Middeldorp van Partizan Republik, het campagnebedrijf dat bekendheid verwierf met de snorrenactie Movember. 'Een coöperatie is goedkoper en efficiënter. Dit leegstaande kantoorpand konden we alleen als collectief huren voor de komende vijf jaar.' Daarbij voeden de leden elkaar met inspiratie en informatie. 'Een architectenbureau krijgt onverwachte inbreng van ideeën als ook een kunstenaar zich over een maquette buigt.'


Het coöperatieve bedrijf is niets nieuws, zelfs de Rabobank is ooit zo begonnen. Ook de Open Coop is een bedrijf, benadrukt Middeldorp. 'We zijn opgericht uit idealisme en zoeken naar een andere manier van ondernemen, niet gebaseerd op winst en bezit maar op delen.' Een van de activiteiten van de Open Coop is de oprichting van Amsterdam Energie, een energiemaatschappij zonder klanten maar met leden die gezamenlijk elektriciteit inkopen. 'Zo blijft volledig transparant waar de stroom vandaan komt en hoe duurzaam het is. Op ledenvergaderingen kunnen de leden meebeslissen over hoe de winst wordt besteed.'


Noord voelt als een logische uitvalsbasis voor dit soort initiatieven. Maar de gedwongen verhuizing over vijf jaar zal niet het einde betekenen van de Open Coop, verzekert Middelkoop. 'Misschien verhuizen we dan wel naar een leegstaand bedrijventerrein in de Bijlmer, ook daar mankeert nog van alles aan. We houden van plekken die nog niet af zijn. Ze bieden ruimte voor een nieuwe start.'


Culturele brug


In Amsterdam-Noord staan de toekomstige culturele hotspots van de hoofdstad. Dit voorjaar wordt de Tolhuistuin geopend, een cultuurplatform met drie podiumzalen, twee expositieruimtes, twee dansstudio's, een café en een parktuin. 'De Tolhuistuin wordt de culturele brug tussen Noord en de stad', zegt artistiek directeur Chris Keulemans. 'We bieden Amsterdamse kunst van internationale allure, variërend van hiphopdans tot beeldende kunst. De nadruk ligt op de muziekprogrammering, die wordt gedaan met Paradiso.' De Shelltoren ernaast wordt omgedoopt tot ADAM, van evenementenbedrijf ID&T. Naast een hotel, restaurant en twee nachtclubs (Hell in de kelder, Heaven in de top) wordt de 60 meter hoge toren gevuld met studio's.


Wat Dutch Design Year & Studio Dirk van der Kooij


Waar Hembrugterrein aan het IJ, Zaandam


Let vooral niet op de deuren die nog niet zijn geverfd, zegt Marleen Kurvers (32) bij het betreden van haar ontwerpstudio en winkel Dutch Design Year op het Hembrugterrein, op de grens van Zaandam en Amsterdam. Ook de entree zou ze het liefste overslaan. De officiële opening van Dutch Design Year is tenslotte pas in maart. Dan staan er in de entree, een riante ruimte die menig winkelier in het Amsterdamse centrum jaloers zal maken, tafeltjes waar bezoekers een taartje kunnen eten. Ook de ramen en deuren zijn dan afgewerkt. 'Maar ongestucte muren en de betonnen vloer blijven', verzekert ze. De rauwe postindustriële uitstraling is tenslotte wat haar zo aantrekt aan het Hembrugterrein, een voormalig defensiedepot.


Kurvers' showroom bevindt zich op de begane grond van het optiekgebouw ('Hier werd het lensglas voor vizieren en periscopen geslepen'),dat ze deelt haar partner Dirk van der Kooij (30 jaar). De ontwerper studeerde in 2011 af aan de Design Academy Eindhoven met een robotarm uit de Chinese auto-industrie die hij ombouwde tot een reusachtige 3D-printer, waarmee hij tafels, stoelen en lampen uitprint. Inmiddels zoeven er twee robotarmen door zijn werkplaats. 'Bezoekers van Marleens winkel kunnen straks mijn werkplaats in kijken en zien hoe mijn meubels worden geprint.' Vooralsnog zijn ze pioniers. De meeste gebouwen verkeren nog in bouwvallige staat en de groenperken zijn nu nog modder. Maar Kurvers ziet het al helemaal voor zich. 'Straks zit het hier vol met ontwerpstudio's. In de loods hiertegenover wordt elk jaar een kunstbeurs gehouden. Een bezoek aan het Hembrugterrein wordt een uitje, niet alleen voor Amsterdammers, maar voor bezoekers uit de hele Randstad.'


taartjes en robotarmen


Wat Broedstraten


Waar Vijf wijken in Noord


Als bewoner van Noord - 'en moeder van twee' - miste Floor Ziegler (43) culturele activiteiten en sociale cohesie in haar stadsdeel. Daarom begon ze in 2008 de Noorderparkkamer. Dit paviljoen in het Noorderpark was al snel een uitvalsbasis voor theater en klassieke muziek maar ook voor levensliederen en buikdansen. Om de kloof met cultuur erder te verkleinen nam Ziegler vier jaar geleden het initiatief tot de Broedstraten. 'Woningcorporaties hebben in diverse straten een woning en werkplekken gereserveerd voor creatieven. Als tegenprestatie moeten die activiteiten voor en met bewoners aanbieden. In de Muziekstraat worden huiskamerconcerten gehouden en is een fietsenstalling omgebouwd tot muziekstudio. In de Theaterstraat fungeert het voormalige wijkgebouw van havenarbeiders als buurttheater.'


De kracht van deze initiatieven is dat ze min of meer door de bewoners zelf worden uitgevoerd. 'Noem het de culturele participatiesamenleving.' Al kostte het aanvankelijk veel energie om bewoners mee te krijgen. 'Er droop nog weleens een ei van de gevel.' Inmiddels zijn de buurtvrijwilligers onmisbaar voor de Noorderparkkamer. Maar ook een betrokken overheid is essentieel, meent Ziegler. 'Voor het Noorderpark hebben we een parapluvergunning gekregen, zodat we niet voor elke activiteit weer een aanvraag hoeven te doen. Zo kon twee jaar geleden ook de Noorderparkbar worden geopend.' Deze opmerkelijke buffetbar is gemaakt van sloopmaterialen, gekocht op Marktplaats. Het barretje heeft diverse architectuurprijzen gewonnen. Ziegler wil haar ervaringen in Noord delen met plattelandsdorpen. 'Daar is de gemeenschapszin nog vanzelfsprekend, maar het ontbreekt er aan culturele initiatieven van Noord.'


barretje van sloopmateriaal


Wat iFabrica


Waar Voormalig Storkterrein aan het IJ


Het principe van iFabrica is simpel. Voor amper twee tientjes per maand kun je onbeperkt gebruikmaken van deze werkplaats in een oude loods van machinefabriek Stork. Er is een textielatelier met naaimachines en elektrotafels met soldeerbouten. Op de metaalafdeling staan lasapparaten en een plasmacutter die door 2 centimeter dik staal snijdt. De houtwerkplaats beschikt over zowel ouderwetse zaagmachines als een computergestuurde freesmachine. De trots van iFabrica is een complete vloer met 3D-printers, zegt Maarten Twigt (42), die iFabrica dit najaar begon met zakelijk partner Johan Schuilenburg (54).


iFabrica sluit aan bij de trend van 'zelfredzaamheid', zegt Twigt. 'Burgers moeten meer zelf doen. Het maken van je eigen meubels hoort daarbij. Trouwens, een zelfgemaakte lamp is toch ook cooler dan een gelikte designlamp?' De combinatie van hightech- en traditionele apparatuur maakt iFabrica uniek. Om de leek wegwijs te maken worden workshops gehouden. Daarna kunnen deelnemers gebruikmaken van van de werkplaats, 'op basis van redelijkheid'. Oftewel: 'Dagenlang dezelfde machine bezet houden kan niet.' De machines zijn gekocht op veilingen. De ruimte is ingericht met afgedankte zeecontainers. Ook veel materialen die de leden gebruiken, zijn hergebruikt en dus duurzaam, zegt Twigt. De economische waarde van deze doe-het-zelfbeweging moet niet worden onderschat. 'Op websites als Etsy.com kunnen de zelfgemaakte producten worden verkocht. In mei organiseren we het Maker Festival in de tegenovergelegen Kromhouthal.' Zo vormt zich met iFabrica een nieuwe, kleinschalige maakindustrie in Amsterdam. 'Geen betere plek daarvoor dan een oude Storkfabriek.'


loods vol 3d-printers


7


6


5


4


3


2


1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden