Noord-Russisch Vologda krijgt ook Cito-toetsen en kerndoelen

Over het nut van ontwikkelingshulp aan de Derde Wereld zijn eindeloze debatten gevoerd. Over hulp aan de Tweede Wereld, de voormalige communistische landen, hoor je weinig....

Van onze verslaggeefster

Hella Rottenberg

AMSTERDAM

Na jaren van intensieve samenwerking, van reizen, studies, rapporten, seminars en trainingen is het zover: in Vologda, een plaats in Noord-Rusland, wordt binnenkort de Cito-toets geïntroduceerd. Eveneens dankzij de inspanningen van het Nederlandse ministerie van Onderwijs zullen leraren op een aantal middelbare scholen van Vologda in hun lessen toewerken naar 'kerndoelen' en 'eindtermen'. Net als bij ons.

Dat komt zo. Toen minister Ritzen zijn Russische collega Dneprov voor het eerst ontmoette, was deze net enthousiast aan de slag gegaan. Het was herfst 1991, de Sovjet-Unie en het communisme waren ineengestort, en de stemming onder de nieuwe Russische machthebbers was revolutionair.

Het hele systeem moest op de schop en gemoderniseerd, van de productie van aardappels tot telecommunicatie. Dneprov had geen goed woord over voor het onderwijs in zijn land. Het was centralistisch, zwaar geïnfecteerd door de ideologie en ouderwets.

Ritzen bood zijn diensten aan en samen besloten ze tot een programma waarin Nederlandse deskundigheid van nut kon zijn. Het bureau CROSS, voor dit doel in het leven geroepen, is inmiddels een begrip in de Nederlandse onderwijswereld. Namens het ministerie van Onderwijs in Zoetermeer heeft het dertig projecten voor Rusland opgezet en laten uitvoeren, en zijn activiteiten uitgebreid naar Hongarije.

Op het totaal van de Nederlandse hulp aan de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa (per jaar rond de 250 miljoen gulden) is de begroting van CROSS heel bescheiden. Het gaat om vijf à zes miljoen per jaar, waarvan bovendien een groeiend deel afkomstig is uit het internationale circuit, zoals de Europese Unie en Wereldbank.

Maar juist door z'n relatieve overzichtelijkheid laat het voorbeeld van CROSS goed zien hoe westerse overheden ontwikkelingshulp aan de Tweede Wereld geven en wat daarvan het effect is. Bovendien is er vergelijkingsmateriaal voorhanden. Op het terrein van onderwijshervorming in Rusland is namelijk ook een particuliere sponsor actief, de Amerikaanse miljardair en filantroop Soros. Hij pakt de zaken heel anders aan.

Een deel van het geld van CROSS ging en gaat naar beurzen en uitwisseling van Russische en Nederlandse docenten. Dankzij persoonlijke inzet aan beide kanten zijn taal- en cultuurbarrières overwonnen en hebben Russische leraren kunnen kennismaken met vernieuwende onderwijsmethoden, zoals Montessori en Dalton.

Maar CROSS wilde méér. Kleinschalige samenwerking was immers slechts een druppel op een gloeiende plaat en kon geen omslag van het beleid bewerkstelligen in een land met 25 miljoen leerlingen en tachtigduizend scholen. Dneprov had met Ritzen afgesproken dat vernieuwing van het onderwijsmanagement en het opstellen van standaarden in het lesprogramma prioriteit hadden.

Het werken op abstract niveau werd nog verder bevorderd, doordat CROSS ging meedingen naar fondsen van de Europese Unie. De hulp van West-Europa in de richting van de oostelijke helft van het continent bestáát uit het geven van beleidsadviezen. Jaarlijks trekt de EU honderd miljoen gulden uit voor de 'ontwikkeling van menselijk potentieel' in Rusland en ruim tweehonderd miljoen in Oost-Europa. Europese bedrijven en instellingen concurreren heftig met elkaar om de aanbestedingen. Ook CROSS deed mee en had succes. De nadelen van het Europese geld - bureaucratie, vage doelen en politiek geïntrigeer - wogen op tegen het voordeel een rijke subsidiebron te hebben aangeboord.

Directeur T. Siskens: 'De keuze van Brussel is vaak door politieke factoren beïnvloed. Indien achterstandsgebieden zoals Portugal of Ierland meedoen, maak je meer kans.' CROSS en zijn Europese evenknieën vormen daarom meestal een 'internationaal consortium' om zich als aantrekkelijke groep in Brussel te presenteren. In sommige projecten werkt CROSS samen met Denen en Italianen, in andere met Fransen en in weer andere met Duitsers. Ruim eenderde van z'n begroting haalt CROSS tegenwoordig op deze wijze binnen. Siskens: 'Het is een leuke sport.'

Een consulente van advies- en organisatiebureau Twijnstra Gudde deed samen met Franse collega's een managementproject in Rusland. 'Ik vond het samenwerken met de Fransen lastiger dan met de Russen', vertelt ze. 'De Nederlandse en Franse rol was gelijk: je probeert Rusland ''onze'' spiegel voor te houden. Maar die bestaat niet. Je vertrekt allemaal uit je eigen wereld.'

Hoe meer geld CROSS uit Europese en andere internationale fondsen ontvangt, hoe beter, vindt CROSS-directeur Siskens. 'Ik zie het mede als mijn opdracht de Nederlandse onderwijsdeskundigheid te verkopen. Het is een exportproduct waarmee op de internationale markt verdiend kan worden. Een aantal manjaren van onderwijskundigen wordt betaald door Brussel. De ervaring met het hervormen van het Russische onderwijs kunnen ze ook in de rest van Oost-Europa en de ex-Sovjet-Unie gebruiken.'

Voor Nederlandse onderwijsinstellingen zijn dit soort klussen een uitkomst. Ze zien zich geconfronteerd met bezuinigingen. Om arbeidsplaatsen te behouden, gaan ze zelf de markt op, verzinnen 'nieuwe producten' en verkopen hun kennis, gedeeltelijk aan diezelfde overheid die hen kort. SLO (Specialisten in Leerplanontwikkeling, driehonderd medewerkers, volledig gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs) richtte in 1993 Educaplan op. Deze 'dochteronderneming' had in 1996 een omzet van zes miljoen. Buitenlandse projecten waren goed voor twee miljoen.

Educaplan-directeur F. Rameckers reist de halve wereld af om de Nederlandse leerplanologie aan te prijzen. Op die manier heeft hij niet alleen via CROSS, maar ook rechtstreeks opdrachten gekregen van de Wereldbank en de EU. Ook de universiteit van Twente en het Oost-Europa Instituut in Amsterdam vinden door de activiteiten van CROSS emplooi.

De hamvraag - wat levert het op? - is vaak lastig te beantwoorden. Want zelfs al kan je vaststellen dat onderwijsambtenaren in Rusland niet meer in een vijfjarenplan denken, maar in termen van producten, standaarden en kerndoelen, dan is het heilzame effect hiervan op de kwaliteit van het Russische onderwijs niet zeker.

Zo kan het gebeuren dat terwijl in Nederland weer een discussie losbarst over het nut en de kwaliteit van kerndoelen en Cito-toetsen, de Russische stad Vologda dankzij Nederlands vernuft en anderhalf miljoen gulden kennismaakt met deze wonderen van de moderne wereld.

Dit is de eerste aflevering in een serie van drie artikelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden